Onder toezicht van veldwerker uitvoeren van:
Algemeen
(par. 2.4) het maken van het veldwerkverslag.
protocol 2001:
(par. 6.2) het bepalen van de boorlocaties en van de boordiepten;
(par. 6.3) het gebruiken van een spitsmuis;
(par. 7.1) het bepalen van de locatie van te plaatsen peilbuizen en van de filterstellingen;
(hfs. 8) het maken van boorbeschrijvingen;
(par. 9.2 en 9.3) het nemen van monsters;
(par. 9.5) het conditioneren van de monsters voor aanlevering aan het laboratorium.
protocol 2002:
(par. 3.1) bepalen van het moment van stoppen met voorpompen;
(par. 4.1) het nemen van grondwatermonsters;
(par. 4.3) het vastleggen van de veldgegevens.–protocol 2003:
(par. 5.2) het bepalen van de boorlocaties en van de boordiepten;
(par. 5.2) het maken van boorbeschrijvingen;
(par. 5.2) het nemen van monsters;
(par. 5.2) het conditioneren van de monsters voor aanlevering aan het laboratorium.
protocol 2018:
(par. 6.4) vaststellen strategie voor en uitvoeren van visuele inspectie van het maaiveld en actuele contactzone;
(par. 6.5) contact opnemen met projectleider bij twijfel over afwijkingen tussen de situatie in de veldwerkopdracht en die in het veld; wat een onzin dat een assistent dit niet mag
(par. 6.6) het nemen van monsters en het samenstellen van mengmonsters.
protocol 1001:
(hfs. 6) het controleren of het monsternemingsplan voldoet;
(par. 6.1.1, 6.1.2 en 6.2) het definiëren van de te bemonsteren partij;
(par. 6.1.1 en 6.2.1) het bepalen van het aantal en van de locaties van te nemen grepen;
(par. 6.1.1 en 6.1.3) het samenstellen van de mengmonsters;
(par. 6.1.2) het vaststellen of een identificeerbare hoeveelheid bouwstof, grond of baggerspecie mag worden aangemerkt als één partij;
(par. 6.2.2) het verrichten van proefboringen in het kader van vooronderzoek;
(par. 6.2.7) het vaststellen in welke apparatuur ook het meest grove materiaal nog goed past;
(par. 6.2.16) het conditioneren van de monsters voor aanlevering aan het laboratorium;
(par. 6.2.17) het verslag doen van de verrichtingen en waarnemingen;
(bijlage 8) het vaststellen welke partijen of depots mogen worden samengevoegd tot één te bemonsteren partij.