Veiligheidsmaatregelen bij asbest

De laatste jaren zijn een groot aantal beleids- en uitvoeringsdocumenten geschreven over de risico's van asbest in grond, bij bodemonderzoek en sanering. Onderzoek naar deze verontreinigingen dient uitgevoerd te worden volgens SIKB2018. De onderzoeksmethoden dienen te worden uitgevoerd conform NEN5707 (minder dan 50% puin) of NEN5897 (meer dan 50% puin).

SIKB-protocol 2018 schrijft voor: “Als uit vooronderzoek asbest blijkt dat de bodem, zeker of mogelijk, asbest bevat in een gehalte boven de vigerende norm voor hergebruik van grond dan geldt veiligheidsklasse 3T en moet men extra veiligheidsmaatregelen treffen conform paragraaf 4.7 van CROW-132.”. (Paragraaf 4.7 bestaat echter niet meer in de nieuwe norm, daarvoor geldt nu hoofdstuk 3). Voorafgaand aan de uitvoer worden door de projectleider de te nemen veiligheidsmaatregelen vastgesteld. Het gebruik van veiligheidsmaatregelen is en blijft de verantwoordelijkheid van de veldwerker, dit geldt met name voor het opschalen van de veiligheidsmaatregelen. Wanneer hierover onduidelijkheid bestaat dient ten aller tijde contact opgenomen te worden met de projectleider.

Onverdacht normaal onderzoek / geen asbestonderzoek
Als de te onderzoeken locatie wat betreft asbest onverdacht is is het nemen van veiligheidsmaatregelen met betrekking tot asbest niet nodig.

Onverdacht asbestonderzoek
Wanneer de locatie onverdacht is voor het voorkomen van asbest dan zijn geen veiligheidsmaatregelen noodzakelijk. Wanneer alsnog asbest wordt aangetroffen dan dienen de veiligheidsmaatregelen te worden opgeschaald.

Verdacht maar concentratie beneden de 100 mg/kgds
“Wanneer het historisch onderzoek/vooronderzoek aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van asbest op de betreffende locatie dan wordt de onderzoekslocatie aangemerkt als asbest-verdacht ” en ”Alle asbestonderzoekswerkzaamheden waarbij het risico van blootstelling aanwezig is moeten worden uitgevoerd volgens veiligheidsklasse 3T (par 3.7 CROW)”

Bij een te verwachten concentratie beneden de 100 mg/kgds en geen substantiële verontreiniging met niet-hechtgebonden asbest wordt geen blootstelling verwacht, echter kan niet met zekerheid worden gesteld dat de concentratie beneden de 100 blijft. (daarvoor wordt juist het onderzoek uitgevoerd).

locatie-inspectie
Tijdens de locatie-inspectie (inspectie maaiveld) dienen laarzen en handschoenen gedragen te worden. Mochten de omstandigheden zo zijn dat een besmetting in de lucht verwacht kan worden (droge bodem, veel activiteiten, niet-hechtgebonden asbest, hoge concentraties) dan dient ook de locatie-inspectie onder 3T te worden uitgevoerd.

Onderzoek grond
Bij het onderzoeken van de grond (grove fractie) dient het vochtgehalte boven de 10% te liggen. Wanneer dit niet het geval is dan dient de grond bevochtigd te worden.

Mocht het ten behoeve van het zeven niet mogelijk zijn om het vochtgehalte op 10% te brengen dan dienen aanvullende maatregelen genomen te worden tenzij op basis van de zintuiglijke waarnemingen al duidelijk blijkt dat geen substantiële besmetting met asbest op zal treden (geen of zeer beperkte hoeveelheid hechtgebonden asbest in de grond).

Mochten de omstandigheden zo zijn dat een besmetting in de lucht verwacht kan worden tijdens het onderzoek/zeven (bijvoorbeeld bij niet-hechtgebonden asbest of hoge concentraties hechtgebonden asbest) dan dient onderzoek onder 3T te worden uitgevoerd.

Verdacht en concentratie boven de 100 mg/kgds
“Wanneer het historisch onderzoek/vooronderzoek aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van asbest op de betreffende locatie dan wordt de onderzoekslocatie aangemerkt als asbest-verdacht (par 3.7 CROW)” en ”Alle asbestonderzoekswerkzaamheden waarbij het risico van blootstelling aanwezig is moeten worden uitgevoerd volgens veiligheidsklasse 3T ”

Bij een te verwachten concentratie boven de 100 mg/kgds en geen substantiële verontreiniging met niet-hechtgebonden asbest wordt tijdens de locatie-inspectie geen blootstelling verwacht, echter kan niet met zekerheid worden gesteld dat geen blootstelling optreedt .

locatie-inspectie
Tijdens de locatie-inspectie (inspectie maaiveld) dienen laarzen en handschoenen gedragen te worden. Mochten de omstandigheden zo zijn dat een besmetting in de lucht verwacht kan worden (droge bodem, veel activiteiten, niet-hechtgebonden asbest, hoge concentraties) dan dient ook de locatie-inspectie onder 3T te worden uitgevoerd.

Onderzoek grond
Bij het onderzoeken van de grond (grove fractie) dient het vochtgehalte boven de 10% te liggen. Wanneer dit niet het geval is dan dient de grond bevochtigd te worden. Mocht het ten behoeve van het zeven niet mogelijk zijn om het vochtgehalte op 10% te brengen dan dienen aanvullende maatregelen genomen te worden tenzij op basis van de zintuiglijke waarnemingen al duidelijk blijkt dat geen substantiële besmetting met asbest op zal treden (geen of zeer beperkte hoeveelheid hechtgebonden asbest). Wanneer méér dan een zeer beperkte hoeveelheid hechtgebonden asbest wordt aangetroffen dan dienen wegwerpoveralls en adembescherming gedragen te worden.

Nader onderzoek / Aanvullend onderzoek
Bij nader onderzoek is reeds vastgesteld dat sprake is van een concentratie boven de 100 mg/kgds. Bij werkzaamheden met de grond is derhalve sprake van werkzaamheden met asbesthoudend materiaal. Conform h4 van CROW132 en BRL2018 dienen hierbij veiligheidsmaatregelen conform klasse T3 genomen te worden.

Maatregelen conform 3T zijn:
O bepalen veiligheidsklasse (=3T)
O opstellen V&G-plan door HVK-er
O Voorlichting en startinstructie
O Gebruik bodemvochtmeter
O vochtmetingen registreren
O eventueel materieel (graafmachines, vrachtwagens) dienen te voldoen aan 3T
O afzetten met lint en bebording
O wegwerp-overalls
O Wanneer bodemvocht boven 10% kan adembescherming achterwege blijven
O viertraps-decounit aanwezig en gebruiken
O

Crow 132 geeft aan dat tevens een melding aan de arbeidsinspectie nodig is, echter heeft de CI aangegeven dat dit volgens de arbeidsinspectie achterwege kan blijven. Het inschakelen van een DLP-er is gewenst doch niet noodzakelijk is door de CI aangegeven.

Op basis van het V&G-plan kunnen veiligheidsmaatregelen verminderd worden.