Algemeen:
De DLP begeleidt projecten waarbij een mogelijk blootstellingsrisico aanwezig is bij grondroerende activiteiten (bodemgerelateerd). De DLP is in staat om maatregelen op- of af te schalen passend bij de risico’s die zich bij de werkzaamheden openbaren na afstemming met de veiligheidskundige. De DLP werkt vanaf de veiligheidsklasse ‘Oranje’ tot en met de klasse ‘Rood niet vluchtig’ nauw samen met de middelbare of hogere veiligheidskundige (MVK/ HVK). De DLP beschikt over leidinggevende kwaliteiten. Hierbij is het van belang dat de DLP medewerkers aanspreekt op hun handelen en oog heeft voor veiligheids- en gezondheidsrisico’s die zich tijdens de werkzaamheden openbaren.
Doel van deze eisen is het waarborgen van de kennis en kunde van de DLP. Een DLP kan aantonen te voldoen aan deze eisen middels een certificaat waaruit blijkt dat de DLP een opleiding heeft gevolgd en het bijbehorende DLP-examen met een positief resultaat heeft afgelegd.
Eisen aan de DLP-opleiding:
Middels de klassikale invulling ligt de nadruk op het delen van inzichten en ervaringen van docent en deelnemers;
Eisen aan het DLP-examen:
Aanbeveling is dat het examen wordt afgenomen door een organisatie die niet is verbonden (anders dan als Opdrachtnemer/ leverancier) aan de organisatie die de opleiding heeft verzorgd. Daarmee wordt de onafhankelijkheid zo veel als mogelijk gewaarborgd.
Eisen aan het DLP-certificaat:
Maximale geldigheid is 5 jaar;
Vermelding van de duur van de gevolgde training, inclusief verdeling van lesvorm;
Duidelijk zichtbare geldigheidsdatum;
Naam opleider;
Naam exameninstelling;
Verwijzing naar versie toets- en eindtermen.
In geval van herhaling na het behalen van het initiële certificaat dient de DLP opnieuw een examen af te leggen waarin de eind- en toetstermen effectief worden geverifieerd. Voorafgaand aan dit examen dient een minimale trainingsduur gevolgd te zijn van 4 uur.
Minimale inhoud van DLP-opleiding:
Basiskennis (leerdoelen):
Kunnen waarnemen van bodemvreemde materialen die risicoverhogend zijn: deze materialen kunnen bijvoorbeeld visueel herkenbaar zijn of herkenbaar zijn aan geur;
Regels kennen ten aanzien van het herstellen van grondlagen en het voorkomen van vermenging van grondlagen;
Kennis hebben van de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen (Opdrachtgever, Opdrachtnemer);
Kennis hebben van de gezondheidsrisico’s bij het werken in de bodem;
Weten hoe te handelen bij calamiteiten;
Voorkomen van graafschade (CROW-publicatie 500);
Weten welke toezichthouders er zijn en waar zij op handhaven;
Kunnen omgaan met transportdocumenten;
Werken op een Stabiele ondergrond (CROW-publicatie 335).
Aanvullende onderwerpen:
Blootstellingsroutes;
Arbeidshygiënische strategie;
Indeling in veiligheidsklassen;
Veiligheidskundigen en hun taken;
Toegangsbeleid en doel van geschiktheidsverklaringen;
Doel van luchtkwaliteitsmetingen, alarmeringen en gevolgen voor de werkzaamheden;
Doel van de arbeidshygiënische zonering.
Eind- en toetstermen:
Algemeen
De examenkandidaat is in staat om CROW-publicatie 400 in de praktijk op projectniveau toe te passen.
Wettelijk kader
De examenkandidaat kan de wet- en regelgeving geldend bij het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor deze richtlijn is bedoeld, benoemen.
De examenkandidaat is bekend met de taken van de veiligheidskundigen en weet wanneer welke veiligheidskundige ingezet moet worden.
De examenkandidaat kan de beschermingsniveaus volgens de arbeidshygiënische strategie zoals beschreven in deze richtlijn toepassen.
Onderzoek/ontwerp
Taken binnen de ingezette veiligheidsklasse
De examenkandidaat kan de taken van een deskundig leidinggevende projecten reproduceren, toelichten en toepassen.
De examenkandidaat is in staat een V&G-plan te begrijpen en de hierin genoemde maatregelen toe te passen.
De examenkandidaat kan de status van het bij de werkzaamheden gebruikte materieel, materiaal en de persoonlijke beschermingsmiddelen controleren op juistheid en bruikbaarheid.
De examenkandidaat is in staat om werknemers en derden die de verontreinigde zone moeten betreden, voorlichting en instructie te geven over de risico’s en de te treffen maatregelen.
De examenkandidaat is in staat om aanwezigen effectief aan te spreken op hun gedrag binnen en, waar relevant, rondom het werkgebied.
Risicoherkenning, beoordeling en beheersing
De examenkandidaat is in staat om afwijkende situaties te signaleren en hierover te communiceren met de veiligheidskundige.
De examenkandidaat kan de risico’s voor de gezondheid bij werkzaamheden waarvoor deze richtlijn is bedoeld, benoemen en herkennen.
De examenkandidaat is in staat om bodemvreemde materialen (puin, (secundaire) bouwstoffen) te onderscheiden en asbestverdachte materialen te herkennen.
Arbeidshygiëne
Metingen & meetstrategieën
Niet voorziene situatie / opschalen