Inhoud

4 Voorbereidingsfase

In de voorbereidingsfase wordt gecontroleerd of de feitelijke uitvoering van het werk zonder beperkingen kan starten. Hiervoor is het van groot belang dat aan alle toepasselijke aandachtspunten vanuit arbo- en milieuwet- en regelgeving is voldaan. Welke aandachtspunten van toepassing zijn, wordt bepaald door de kwaliteit van de bodem. De projectspecifieke milieuaspecten worden in dit hoofdstuk niet beschreven; deze worden per project vastgesteld door de betrokken erkende bodemintermediairs of erkende bedrijven.

NB: Alleen voor de uitvoering van saneringen en voor milieukundige begeleiding geldt een erkenningsplicht. Het voorbereiden van een sanering en het opstellen van een saneringsplan (of BUS-melding) worden doorgaans wel uitgevoerd door deskundigen, maar deze hoeven niet erkend te zijn.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Figuur 4. Deelschema – uitvoering – hoofdproces

4.1 Locatie zonder veiligheidsklasse

Er is sprake van een locatie zonder veiligheidsklasse als de verontreiniging door niet-vluchtige stoffen geringer is dan de 75% SRC-arbo en de verontreiniging door vluchtige stoffen geringer is dan de Tussenwaarde.

In de voorbereidingsfase werkt de uitvoerende partij (aannemer) de vastgestelde risico’s uit in het V&G-plan (Module 6). De Opdrachtgever controleert of borgt in het contract dat dit gebeurt. Bij projecten met twee of meer werkgevers in de uitvoeringsfase is het noodzakelijk dat er een V&G-coördinator uitvoeringsfase wordt aangesteld. In het V&G-dossier houdt de aannemer bij welke V&G risico's op het gebied van V&G van belang zijn voor toekostig onderhoud en beheer.

Let op: Indien er geen veiligheidsklasse van toepassing is, kan er nog steeds sprake zijn van een verdachte/ernstig verontreinigde locatie in het kader van de Wbb; daardoor kan BRL 7000 van toepassing zijn.

4.2 Locatie met een veiligheidsklasse

De voorbereiding voor locaties met een veiligheidsklasse begint met een startoverleg. Hierbij zijn de Opdrachtgever, de uitvoerende partij (aannemer) en bij voorkeur ook de bodemadviseur en veiligheidsdeskundige aanwezig of vertegenwoordigd. Het startoverleg wordt gevoerd vanuit het voor het project opgestelde V&G-plan. Opzet en inhoud worden bepaald door de uitvoerende partij.

De Opdrachtgever is verantwoordelijke voor het opstellen van het V&G-plan. Hierbij wordt input gegeven ten aanzien van de risico's die voorvloeien uit het ontwerp. In het V&G-plan worden vervolgens suggesties gedaan om de risico's de beheersten. Het V&G-plan dat door de Opdrachtgever is opgesteld wordt 'in de volksmond' ook wel het V&G-plan ontwerpfase genoemd. Dit is géén officiële benaming, echter wordt wel in de praktijk veelvuldig toegepast. Als het project van de ontwerpfase naar de uitvoeringsfase gaat, zal de uitvoerende partij het V&G-plan aanvullen met relevante informatie. Gedurende de verschillende fases van het project zal het V&G-plan actueel gehouden worden. Zo ontstaat het V&G-dossier. In de praktijk is de werkwijze veelal dat de aannemer een 'eigen V&G-plan uitvoeringsfase' opstelt. Deze werkwijze is formeel niet juist. Zoals aangegeven dient de aannemer het V&G-plan dat door de Opdrachtgever is opgesteld verder aan te vullen. De Opdrachtgever controleert of borgt in het contract dat de in de voorbereidingsfase vastgestelde risico’s door de aannemer zijn uitgewerkt in het V&G-plan (Module 6).

Bij projecten met twee of meer werkgevers in de uitvoeringsfase is het wettelijk verplicht dat een V&G-coördinator wordt aangesteld en dat dit schriftelijk wordt vastgelegd in het V&G-plan.

In het V&G-dossier houdt de aannemer bij welke onderwerpen op het gebied van V&G van belang kunnen zijn voor het latere onderhoud of gebruik van de locatie. Deze punten worden vooraf bepaald.
In deze fase worden de werkzaamheden uitgevoerd volgens de eerder ontwikkelde en voorbereide plannen, waaronder het V&G-plan.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.