Stijn Streuvels, pseudoniem voor Franciscus Petrus Marie (Frank) Lateur (Heule, 3 oktober 1871[1] – Ingooigem, 15 augustus 1969) was een Vlaams schrijver.
Streuvels geldt als een van de belangrijkste vernieuwers uit de Nederlandstalige letteren. In een hoogst creatieve en originele taal, die zijn werk vandaag voor sommigen moeilijk toegankelijk maakt, schreef Streuvels naturalistische novellen die verwantschap vertonen met het werk van Émile Zola en de grote Russische auteurs van zijn tijd (met name Tolstoj).
Uit het archief met nominaties voor de Nobelprijs voor de Literatuur bij de Zweedse Academie blijkt dat Streuvels van 1937 tot en met 1957 dertien keer genomineerd is voor de Nobelprijs.[2] Ook in 1965 en 1969 werd hij volgens het Nobelprijsarchief genomineerd.[3]
Schoolverlater op veertienjarige leeftijd, en van dan af in de leer als bakkersgast, werd en bleef Streuvels een meertalige autodidact die Frans en Duits las, schreef en sprak, en ook Deens en Noors las. Hij las Lev Tolstoj in Duitse vertalingen.
Literatuurkenners zijn het erover eens dat de visionaire sterkte van zijn werk, de onverbiddelijke erkenning van de werkelijkheid, zonder moraliserende commentaar (Albert Westerlinck), de scheppende taalkracht van zijn proza en de universaliteit van de behandelde thema’s, zijn werk hebben opgetild boven het particularisme en de streekliteratuur.
Levensloop
Volgens de geboorteakte nr. 193 van 4 oktober 1871 van de gemeente Heule werd hij op 3 oktober 1871 geboren als derde kind van Kamiel Lateur (1841-1897) en Marie-Louise Gezelle (1834-1909), een jongere zus van priester-dichter Guido Gezelle. Vader Lateur was kleermaker en een zwijgzaam man, in tegenstelling tot zijn vrouw die graag en boeiend sprak en vertelde. Nadat Stijn Streuvels school had gelopen bij de zusters in de plaatselijke school, stuurden zijn ouders hem in 1883 naar het St.-Jan-Berchmanspensionaat in Avelgem, waar zijn letterkundige begaafdheid voor het eerst tot uiting kwam.
Stijn Streuvels (Modest Huys,1915)
Van 1886 tot 1887 leerde hij de bakkersstiel in Avelgem, Kortrijk en Heule. In mei 1887 namen Streuvels’ ouders te Avelgem de bakkerij van Kamiel Lateurs ongehuwde broers over en verhuisde heel het gezin naar deze gemeente aan de Schelde. Van 1887 tot 1905, op de 20 maanden na (1889-1891) die hij in Brugge doorbracht om zich in het bakkersvak te bekwamen, bleef Streuvels in Avelgem bakken en schrijven.
Zijn eerste schetsen en gedichten verschenen in 1895 in De Jonge Vlaming en in Vlaamsch en Vrij. De volgende jaren namen ook de voornaamste tijdschriften, zoals Van Nu en Straks, bijdragen op van zijn hand. In 1899 verscheen zijn eerste verhalenbundel Lenteleven. Veertig jaar lang publiceerde Streuvels ieder jaar minstens één werk. Onder de meest bekende bevinden zich De vlaschaard (1907), Het leven en de dood in de ast (1926), De teleurgang van de Waterhoek (1927) en Alma met de vlassen haren (1931).
Op 19 september 1905 huwde hij met Alida Staelens (1879-1975) en ging hij in Ingooigem in zijn pasgebouwde huis Het Lijsternest wonen, waar hij voortaan van zijn pen zou leven. Zij kregen vier kinderen: Paulsa (1906), Paul (1909), Dina (1916) en Isa (1922). De dichtster Jo Gisekin is een kleindochter van Streuvels.
De schrijver sprak Frans, Duits en Noors, maar geen Russisch. Hij vertaalde echter de werken van Tolstoj en andere Russische schrijvers met behulp van Duitse vertalingen. De werken van Streuvels werden in de eerste helft van de jaren twintig in het Duits vertaald. De nationaalsocialisten wilden de werken van de schrijver gebruiken voor hun eigen propagandadoeleinden. In 1935-1936 ontving hij in Duitsland de Rembrandtprijs voor zijn diensten aan het ‘Nederlands-Nederduitse volk’.
In 1941 stopte Streuvels met een reeks lezingen die door de Duitse propaganda in het Reich waren georganiseerd. Toen de Universiteit van Münster hem in 1941 een eredoctoraat toekende, weigerde hij de delegatie te ontvangen die het certificaat kwam overhandigen. Na de nederlaag van nazi-Duitsland in 1945 werd Streuvels niet vervolgd en ontving hij in België vele onderscheidingen. Hij werd eredoctor van de Katholieke Universiteit Leuven en van de Universiteit van Pretoria.
In zijn laatste periode hield hij zich voornamelijk bezig met het schrijven van memoires.
Hij heeft ruim 60 jaar in het Lijsternest gewoond en overleed er op 15 augustus 1969 op 97-jarige leeftijd. Op zijn begrafenis met de wijtewagen, op de 21e daaropvolgend, waren zowat 7.000 mensen aanwezig. Overeenkomstig zijn testament heeft de familie het Lijsternest en het interieur integraal bewaard en ingericht als museum.
Streuvels werd doctor honoris causa aan de universiteiten van Leuven (1937), Münster (1941, weer bleef de auteur uitdrukkelijk afwezig op de uitreiking) en Pretoria (1964, ook weer in afwezigheid van de auteur). De planetoïde 12481 Streuvels is naar hem vernoemd.
In de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience bevindt zich de grootste collectie boeken van Stijn Streuvels. Deze collectie van 1.339 boeken werd verzameld door Streuvelsexpert Paul Thiers en illustreert het literaire netwerk van de auteur alsook zijn relatie met de beeldende kunst. Ze bevat eerste drukken, zeldzame edities, bijzondere boekbanden en opdrachtexemplaren. Het Erfgoedfonds van de Koning Boudewijnstichting verwierf de collectie en bracht ze onder in de Erfgoedbibliotheek waar ze verder gevaloriseerd wordt en raadpleegbaar is voor onderzoek.
Het archief van Stijn Streuvels bevindt zich in het Letterenhuis.
Drie werken van Streuvels werden verfilmd:
Stijn Streuvels hechtte veel belang aan de vormgeving van zijn boeken: typografie, papierkeuze en ook de illustraties.
Zo zijn Streuvels’ Reinaertbewerkingen geïllustreerd met een reeks tekeningen van de befaamde Vlaamse beeldend kunstenaar Gustave Van de Woestyne. Deze tekeningen zijn voor de eerste maal gebruikt in de Duimpjes-Reinaert (1909) in de reeks Duimpjesuitgaven van Victor De Lille. Als men de herdruk van 1926 en de uitgave van 1933 buiten beschouwing laat is de reeks nog in zes edities gebruikt. Een volledige bespreking van deze reeks prenten is te vinden in: De vos en het Lijsternest Jaarboek II van het Stijn Streuvelsgenootschap (Tielt, 1996).
Streuvels werkte zeventien jaar samen met de Brugse kunstenaar Jules Fonteyne, die tussen 1910 en 1927 voor hem een tiental boeken van illustraties en soms ook van vignetten voorzag. Daaronder: Het Kerstekind, De schoone en stichtelijke historie van Genoveva van Brabant, Vertelsels van ’t jaar nul en De drie koningen aan de kust. Beiden voerden hierover een levendige briefwisseling. Fonteyne tekende ook twee portretten van Streuvels, waarvan een afgedrukt werd in de jubileumuitgave van Lenteleven uit 1924.
Van 1995 tot 2023 zijn achtentwintig afleveringen verschenen van het Jaarboek van het Stijn Streuvelsgenootschap, gepubliceerd door het genaamde genootschap, met talrijke artikelen gewijd aan de schrijver en zijn werk, als volgt:
De redactie van de verschillende delen was in handen van:
In samenwerking met de familie Van Mullem, bracht het Stijn Streuvelsgenootschap een herdenkingsplaat aan tegen de gevel van de pasteibakkerij Van Mullem in de Vlamingstraat Brugge, die er aan herinnert dat Streuvels er gedurende twintig maanden woonde en er als pasteibakker in de leer ging. De plaat werd op 24 juni 2023 plechtig onthuld.
André de Ridder, Filip De Pillecyn en André Demedts waren de eerste en belangrijkste Streuvelsbiografen, bij leven van Streuvels, tussen 1900 en 1970.
Na zijn dood verschenen talrijke bijdragen, zowel afzonderlijke (Albert Westerlinck, Luc Schepens, André Demedts, Ludo Simons enz.) als in de jaarboeken van het Stijn Streuvelsgenootschap, die de weg effenden naar een grondiger kennis van de auteur en zijn werk. In 2016 verscheen een monumentale kritische biografische synthese van de hand van Toon Breës.
Hedwig Speliers schreef een door Streuvels zelf gewaardeerd essay Een broertje dood aan Streuvels?, gepubliceerd in Wij, Galspuwers (1964). Hij vervolgde dit met:
Vooral de laatste drie werken gaven aanleiding tot discussie en felle kritiek. Historici verweten Speliers “pamfletten” te schrijven waarin hij zonder aandacht voor chronologie of voor grondige en kritische informatie, de vooringenomen thesis uitwerkte als zou bij Streuvels een vroege “Duitsgezindheid” aanwezig zijn geweest, die tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog evolueerde tot een fascistische en zelfs nazistische aanhang. De door vele critici onomstootbaar bewezen onjuistheden worden afdoend samengevat in Toon Breës’ Stijn Streuvels, Een kritische en biografische synthese. Van zijn geboorte tot vandaag (2016).
Geboortakte van Franciscus Petrus Maria Lateur - 4 oktober 1871, akte 193
Archief met nominaties voor de Nobelprijs voor de Literatuur bij de Zweedse Academie
Stijn Streuvels maakte kans op Nobelprijs. De Standaard (7 januari 2016). Geraadpleegd op 7 januari 2016.
Boekencollectie Stijn Streuvels | Erfgoed KBS. www.erfgoed-kbs.be. Geraadpleegd op 10 december 2018.
Uitzonderlijke boekencollectie van Stijn Streuvels naar Erfgoedbibliotheek. ATV - Antwerpse televisie. Geraadpleegd op 10 december 2018.
Uitzonderlijke boekencollectie van Stijn Streuvels naar Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. pers.consciencebibliotheek.be. Geraadpleegd op 10 december 2018.
Collectie boeken Stijn Streuvels naar Antwerpen. De Tijd (30 november 2017). Geraadpleegd op 14 december 2018.
archief. Gearchiveerd op 22 juni 2024. Geraadpleegd op 25 mei 2020.
Lenteleven op Delpher
Zomerland op Delpher
Zonnetij op Delpher
Doodendans. 2e druk, 1901 op Delpher
De oogst. 4e druk, 1912 op Delpher
Langs de wegen op Delpher
Dagen. 2e druk, 1902 op Delpher
Minnehandel. Eerste deel op Delpher
Minnehandel. Tweede deel bij DBNL
Dorpsgeheimen. Eerste deel op Delpher
Dorpsgeheimen. Tweededeel op Delpher
Duimpjesbundel op Delpher
Openlucht. 3e druk, 1920 op Delpher
Stille avonden op Delpher
Grootmoederken. Een St. Nicolaasschets op Delpher
Bloemlezing uit de werken van Stijn Streuvels op Delpher
Het uitzicht der dingen op Delpher
Reinaert de Vos op Delpher
De vlaschaard bij DBNL
Najaar. Eerste boek op Delpher
Najaar. Tweede boek op Delpher
Reinaert de Vos voor de Vierschaar van Koning Nobel de leeuw op Delpher
De blijde dag. Vroeger Najaar I op Delpher
Het kerstekind op Delpher
Over vrouwe Courtmans bij DBNL
Het glorierijke licht. Tweede druk, 1919 op Delpher
Morgenstond op Delpher
De landsche woning in Vlaanderen op Delpher
Een beroerde maandag. Tweede druk op Delpher
Dorpslucht. Eerste deel op Delpher
Dorpslucht. Tweede deel op Delpher
Jeugd. Godsdienst, zeden en gewoonten; Portretten en karakters op Delpher
Huisgezin, leven en dood op Delpher
Natuur op Delpher
Charles de Coster's Vlaamsche vertelsels bij DBNL
De schoone en stichtelijke historie van Genoveva van Brabant op Delpher
Genoveva van Brabant. Eerste deel op Delpher
Genoveva van Brabant. Tweede deel op Delpher
Prutske op Delpher
Vertelsels van 't jaar nul, ten tijde dat de uilen praken op Delpher
Land en leven in Vlaanderen op Delpher
Herinneringen uit het verleden op Delpher
Tristan en Isolde op Delpher
Vader en dochter. Tolstoi's briefwisseling met zijne dochter Marie op Delpher
Op de Vlaamsche binnenwateren op Delpher
Werkmenschen op Delpher
De teleurgang van de waterhoek op Delpher
Kerstwake op Delpher
Het bruidslied van Björnstjerne Björnson op Delpher
Alma met de vlassen haren op Delpher
Sagen uit het hooge noorden op Delpher
Prutske’s vertelselboek bij DBNL
Levensbloesem op Delpher
De vreemde verteller. Kerstverhaal bestemd voor: op Delpher
Stijn Streuvels’ werken. Eerste deel: Minnehandel - Langs de wegen - Het leven en de dood in de ast op Delpher
Kerstvertellingen op Delpher
Een gang door het jaar op Delpher
Heule op Delpher
Smedje Smee bij DBNL
Jantje Verdure bij DBNL
Avelghem op Delpher
Beroering over het dorp op Delpher
In oorlogstijd. Het volledige dagboek van de Eerste Wereldoorlog. 1979 op Delpher
Bibliografische informatie