| boek | |
|---|---|
| item_type | boek |
| Titel | 2001 een ruimte-odyssee |
| author | arthur_c._clarke |
| Uitgever | uitgevers |
| Jaar | 1969 |
| Maand | 1 |
| Dag | 1 |
| Pagina's | 189 |
| Cover Image | ![]() |
De eerste akte, Dawn of Man ‘dageraad van de mens’ getiteld, begint in prehistorisch Afrika, waar een groep mensapen door een woestijnachtig landschap doolt. Ze zijn op zoek naar voedsel, maar een van hen wordt gedood door een luipaard en een rivaliserende groep jaagt hen weg van een waterbron. De volgende ochtend ontwaken ze naast een grote, zwarte, rechthoekige monoliet, die op een onverklaarbare manier en zonder dat de mensapen het gemerkt hebben, daar terecht is gekomen. Deze ‘Nieuwe Rots’ wordt onderzocht. Hij lijkt hen de ‘vonk’ van menselijke intelligentie te geven. Niet lang daarna ontdekt een van de mensapen, Maanwaker, hoe hij een bot kan gebruiken als gereedschap, en vooral als wapen. Ze zijn nu jagers, die tapirs doden en hun vlees kunnen eten. De volgende dag gaan ze opnieuw naar de waterbron en doden de leider van de andere groep. Maanwaker, de dodende mensaap, gooit het bot in de lucht. Een match cut volgt naar een shot van een orbitaal wapenplatform in een baan om de aarde, miljoenen jaren later.
Hierna volgt de tweede, titelloze, akte. Het is 1999. De Orion-III-ruimteveer brengt de voorzitter van de Nationale Raad voor Ruimtevaart, dr. Heywood Floyd (William Sylvester), naar het Ruimtestation 5 in een baan om de aarde. Tijdens deze tussenstop komt Floyd zijn Russische vriendin Elena en haar collega Andrei Smyslov tegen, maar ze hebben een ongemakkelijk gesprek over geruchten van een epidemie aan de maanbasis Clavius. Hiervandaan vertrekt hij aan boord van de bolvormige maanlander Aries-1b naar de basis Clavius die voor buitenstaanders is afgesloten. Eenmaal aangekomen onthult hij op een briefing onder leiding van de basisadministrateur Ralph Halvorsen en de geofysicus dr. Michaels, dat de epidemie een rookgordijn is. In werkelijkheid hebben opgravers een zwarte buitenaardse monoliet vlakbij ontdekt in de krater Tycho, door hen ‘TMA-1’ genoemd (vert. MAT-1, afkort. van ‘Magnetische Anomalie Tycho’). Deze lijkt op de monoliet die de mensapen uit de eerste akte aantroffen. Floyd, Halvorsen en dr. Michaels onderzoeken de Tychomonoliet en ontdekken dat hij miljoenen jaren geleden bewust begraven is. Maar terwijl ze een foto willen maken van zichzelf met de MAT-1, vallen er zonnestralen op, waarop de monoliet een oorverscheurend hoog signaal uitzendt naar Jupiter.
chttien maanden later is een ruimtemissie op weg naar Jupiter (in het boek is dit Saturnus). Astronauten dr. David ‘Dave’ Bowman (Keir Dullea) en dr. Francis ‘Frank’ Poole (Gary Lockwood) bevinden zich met hun medereizigers, drie collega-wetenschappers in cryonische slaap, aan boord van het ruimteschip Discovery One. Het schip wordt bestuurd door de boordcomputer, HAL 9000, begiftigd met kunstmatige, menselijk lijkende intelligentie en spraakvermogen (stem ingesproken door Douglas Rain). Door de ruimtevaarders wordt hij beschouwd als een zesde bemanningslid. HAL is als enige aan boord op de hoogte van de werkelijke reden van de reis: het onderzoeken van het verband tussen de geheimzinnige monoliet op de maan en de planeet Jupiter.
Als HAL beweert een defect te hebben ontdekt in het communicatiesysteem van het schip, gaan Dave en Frank op onderzoek uit. Ze kunnen echter geen fouten ontdekken aan het onderdeel. Dit is opmerkelijk, want HAL zou een zodanige staat van perfectie hebben dat hij zulke vergissingen niet kan maken. Volgens HAL zelf ligt het aan de bemanning dat zij niet kunnen ontdekken wat er mankeert aan het onderdeel, en hij stelt voor de defecte component weer terug te plaatsen, zodat het probleem vanzelf naar boven komt. Dave en Frank gaan buiten gehoorafstand van de computer en besluiten HAL uit te schakelen als er niets blijkt te mankeren aan het onderdeel. Ze weten echter niet dat HAL al liplezend hun plannen heeft onderschept.
Als Frank het ruimteschip verlaat om het originele onderdeel opnieuw te plaatsen, komt hij om het leven bij een door HAL opzettelijk veroorzaakt ongeluk. Op eigen initiatief doodt HAL ook de drie ingevroren wetenschappers door hun levensinstandhoudingssystemen uit te schakelen. Alleen Dave, die het schip had verlaten om Frank te redden, weet te overleven. HAL weigert hem echter binnen te laten, omdat Dave de missie in gevaar zou brengen als hij HAL uitschakelt. Met behulp van de explosieve bouten die in geval van nood de luchtsluis kunnen openen weet Dave toch binnen te komen, ondanks het risico van verstikking omdat hij geen ruimtehelm had meegenomen. Eenmaal binnen gaat hij op weg naar HALs geheugencentrum. Ondanks HALs protesten en pogingen om Dave gerust te stellen, weet hij hem uit te schakelen. Uiteindelijk zingt HAL, terwijl zijn stem steeds trager wordt, een kinderliedje, Daisy Bell. Hierna verschijnt een videoboodschap van Dr. Floyd, die de ware reden van de missie onthult.
Dave verlaat de Discovery met een ruimtesloep en komt opnieuw een monoliet tegen. De kracht van de monoliet doet hem transcenderen. Hij belandt in een tunnel van gekleurd licht en vervreemdende geluiden (de Sterrenpoort) en reist met grote snelheid door ruimte en tijd, terwijl hij onderweg de vreemdste hemellichamen en andere astronomische fenomenen tegenkomt. Deze psychedelische reis werd destijds wel omschreven als ‘een visuele LSD-trip’. Deze en ook eerdere scènes verwijzen volgens meerdere commentatoren naar het thema wedergeboorte of reïncarnatie.
De reis eindigt in een 18e-eeuws ogende, rijkelijk versierde slaapkamer. Dave ziet herhaaldelijk oudere versies van zichzelf, waarbij het perspectief steeds overgaat op de oudere versie, tot hij uiteindelijk zichzelf op zijn sterfbed ziet liggen. Een nieuwe monoliet verschijnt en verandert hem in een foetus-achtig wezen dat, omhuld door een bol van licht, door de ruimte reist: het zogenaamde Sterrenkind. In de laatste scène keert het wezen terug naar het zonnestelsel en kijkt het uit over Aarde. Hierbij is Also sprach Zarathustra nogmaals te horen.