Kinder- und Hausmärchen (KHM) is de verzameling van 201 sprookjes en 10 kinderlegenden aangelegd door de gebroeders Grimm en uitgegeven vanaf 1812.
De sprookjes zijn genummerd van KHM1 tot en met KHM200 en worden als zodanig aangeduid. Zo heeft Sneeuwwitje de aanduiding KHM53. Er is één a-nummer, KHM151a (De twaalf luie knechten), en de verzameling bevat sinds de laatste editie dus 201 verhalen. De kinderlegenden hebben geen nummer gekregen, maar worden soms aangeduid met KHM(201) t/m KHM(210).
In de verschillende edities van Kinder- und Hausmärchen kwamen in de loop van de tijd verscheidene verhalen te vervallen en andere verhalen werden toegevoegd. Ze werden soms ook aangepast.
De kikkerkoning of IJzeren Hendrik
Het huishouden van kat en muis of Kat en muis samen thuis
Het kind van Maria
Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen
De wolf en de zeven geitjes
De trouwe Johannes
De goede ruil
De wonderlijke speelman
De twaalf broeders
Het gespuis
Broertje en zusje
Raponsje
De drie mannetjes in het bos
De drie spinsters
Hans en Grietje
De drie slangenbladeren
De witte slang
Strohalm, kooltje vuur en boontje of Strohalm, kooltje en boon
Van de visser en zijn vrouw
Het dappere snijdertje of Het dappere kleermakertje
Assepoester
Het raadsel
Van het muisje, het vogeltje en de braadworst
Vrouw Holle
De zeven raven
Roodkapje
De Bremer straatmuzikanten
Het zingende botje
De duivel met de drie gouden haren
Luisje en Vlootje
Het meisje zonder handen
Slimme Hans of Snuggere Hans
De drie talen
Knappe Elsje of Pientere Elsje
De kleermaker in de hemel
Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak
Duimendik
De bruiloft van vrouw Vos
De kabouters
De roversbruidegom
Meneer Korbes of Boeman
De peetoom
Vrouw Trui
De dood als peet of Peetoom Dood
Duimpje de wereld in of Duimpje op reis
Vleerken vogel
Van de wachtelboom of De jeneverboom
De oude Sultan
De zes zwanen
Doornroosje
Vondevogel
Koning Lijsterbaard
Sneeuwwitje
De ransel, het hoedje en het hoorntje
Repelsteeltje
Vrijer Roland of Geliefde Roland
De gouden vogel
De hond en de mus
Frieder en Katherliesje
De twee gebroeders
Het boerke
De bijenkoningin
De drie veren
De gouden gans
Bontepels
Hazekebruid
De twaalf jagers
De gauwdief en zijn meester
Jorinde en Joringel
De drie gelukskinderen
Met z'n zessen de hele wereld rond
De wolf en de mens
De wolf en de vos
De vos en de moeder van zijn petekind of De vos en vrouw Wolf
De vos en de kat
De anjer
Slimme Grietje
De oude grootvader en zijn kleinzoon
De waternimf
De dood van het hennetje
Vrolijke Frans
Speelhans
Gelukkige Hans
Hans viert bruiloft of De bruiloft van Hans
De goudkinderen of De gouden kinderen
De vos en de ganzen
De arme en de rijke
De zingende springende leeuwerik
De ganzenhoedster
De jonge reus
Het aardmanneke
De koning van de gouden berg
De raaf
De verstandige boerendochter
De oude Hildebrand of Boer Hildebrand
De drie vogeltjes
Het water des levens
Dokter Alwetend of Dokter Weetal
De geest in de fles
De roetzwarte broer van de duivel
Berenpels
Het winterkoninkje en de beer
De zoete pap
De verstandige lieden of Slimme mensen
Sprookje van de slang of Slangensprookje
De arme molenaarsknecht en het katje
De twee reisgezellen of De twee reizigers
Hans-mijn-egel
Het doodshemdje
De jood in de doornstruik
De volleerde jager of De jagersgezel
De dorsvlegel uit de hemel
De twee koningskinderen
Het snuggere snijdertje of Het schrandere kleermakertje
De heldere zon brengt het aan het licht
Het blauwe licht
Het eigenzinnige kind of Het koppige kind
De drie heelmeesters
De zeven Zwaben
De drie handwerksgezellen of De drie reizende gezellen
De koningszoon die nergens bang voor was
De groente-ezel
De oude vrouw in het bos
De drie broers
De duivel en zijn grootmoeder
Fernand getrouw en Fernand ontrouw
De ijzeren kachel
De luie spinster
De vier kunstvaardige broers of De vier vakkundige broers
Eenoogje, tweeoogje en drieoogje
Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie
De vos en het paard
De stukgedanste schoentjes
De zes dienaren
De witte en de zwarte bruid
IJzeren Hans of IJzerhans
De drie zwarte prinsessen
Knoest en zijn drie zonen
Het meiske van Brakel
De huishouding
Het lammetje en het visje
Simeliberg
Op reis gaan of Op reis
Het ezeltje
De ondankbare zoon
De raap
Het mannetje dat jong gegloeid werd of Het mannetje dat verjongd werd in het vuur
Het gedierte van de Heer en de Duivel of De dieren van de Heer en de dieren van de duivel
De hanenbalk
De oude bedelares
De drie luiaards
De twaalf luie knechten
Het herdersjongetje
De sterrendaalders
De gestolen duit
Bruidskeuze
Klitten of De plukken
De mus en zijn vier kinderen
Het sprookje van Luilekkerland
Het leugensprookje uit Ditmar
Raadselsprookje
Sneeuwwitje en Rozerood
De schrandere knecht of De slimme knecht
De glazen doodskist of De glazen kist
Luie Hein
Vogel Grijp
Sterke Hans
Het boerke in de hemel
Magere Liesje
Het boshuis
Lief en leed samen delen
Het winterkoninkje
De schol
De roerdomp en de hop
De uil
De maan
De duur van het leven of De levensduur
De boden van de dood
Meester Priem
De ganzenhoedster aan de bron
Eva's ongelijke kinderen
De waternimf in de vijver of De nimf in de vijver
De geschenken van het kleine volkje
De reus en de kleermaker
De hoefnagel
De arme jongen in het graf
De ware bruid
De haas en de egel
Het klosje, de schietspoel en de naald
De boer en de duivel
De broodkruimels op de tafel of De kruimels van de tafel
Het zeehaasje
De meesterdief
De trommelslager of De tamboer
De korenaar
De grafheuvel
De oude Rinkrank
De kristallen bol
Jonkvrouw Maleen
De laars van buffelleer
De gouden sleutel