Inhoud

Kinder und Hausmärchen

boek
item_typeboek
Titelkinder und hausmärchen
taalDuits
authorgebroeders_grimm
Uitgeveruitgevers
Druk1
Jaar1857
Cover Imagekinder.jpg

Kinder- und Hausmärchen (KHM) is de verzameling van 201 sprookjes en 10 kinderlegenden aangelegd door de gebroeders Grimm en uitgegeven vanaf 1812.

De sprookjes zijn genummerd van KHM1 tot en met KHM200 en worden als zodanig aangeduid. Zo heeft Sneeuwwitje de aanduiding KHM53. Er is één a-nummer, KHM151a (De twaalf luie knechten), en de verzameling bevat sinds de laatste editie dus 201 verhalen. De kinderlegenden hebben geen nummer gekregen, maar worden soms aangeduid met KHM(201) t/m KHM(210).

In de verschillende edities van Kinder- und Hausmärchen kwamen in de loop van de tijd verscheidene verhalen te vervallen en andere verhalen werden toegevoegd. Ze werden soms ook aangepast.

De volledige lijst van KHM-nummers

  1. De kikkerkoning of IJzeren Hendrik
  2. Het huishouden van kat en muis of Kat en muis samen thuis
  3. Het kind van Maria
  4. Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen
  5. De wolf en de zeven geitjes
  6. De trouwe Johannes
  7. De goede ruil
  8. De wonderlijke speelman
  9. De twaalf broeders
  10. Het gespuis
  11. Broertje en zusje
  12. Raponsje
  13. De drie mannetjes in het bos
  14. De drie spinsters
  15. Hans en Grietje
  16. De drie slangenbladeren
  17. De witte slang
  18. Strohalm, kooltje vuur en boontje of Strohalm, kooltje en boon
  19. Van de visser en zijn vrouw
  20. Het dappere snijdertje of Het dappere kleermakertje
  21. Assepoester
  22. Het raadsel
  23. Van het muisje, het vogeltje en de braadworst
  24. Vrouw Holle
  25. De zeven raven
  26. Roodkapje
  27. De Bremer straatmuzikanten
  28. Het zingende botje
  29. De duivel met de drie gouden haren
  30. Luisje en Vlootje
  31. Het meisje zonder handen
  32. Slimme Hans of Snuggere Hans
  33. De drie talen
  34. Knappe Elsje of Pientere Elsje
  35. De kleermaker in de hemel
  36. Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak
  37. Duimendik
  38. De bruiloft van vrouw Vos
  39. De kabouters
  40. De roversbruidegom
  41. Meneer Korbes of Boeman
  42. De peetoom
  43. Vrouw Trui
  44. De dood als peet of Peetoom Dood
  45. Duimpje de wereld in of Duimpje op reis
  46. Vleerken vogel
  47. Van de wachtelboom of De jeneverboom
  48. De oude Sultan
  49. De zes zwanen
  50. Doornroosje
  51. Vondevogel
  52. Koning Lijsterbaard
  53. Sneeuwwitje
  54. De ransel, het hoedje en het hoorntje
  55. Repelsteeltje
  56. Vrijer Roland of Geliefde Roland
  57. De gouden vogel
  58. De hond en de mus
  59. Frieder en Katherliesje
  60. De twee gebroeders
  61. Het boerke
  62. De bijenkoningin
  63. De drie veren
  64. De gouden gans
  65. Bontepels
  66. Hazekebruid
  67. De twaalf jagers
  68. De gauwdief en zijn meester
  69. Jorinde en Joringel
  70. De drie gelukskinderen
  71. Met z'n zessen de hele wereld rond
  72. De wolf en de mens
  73. De wolf en de vos
  74. De vos en de moeder van zijn petekind of De vos en vrouw Wolf
  75. De vos en de kat
  76. De anjer
  77. Slimme Grietje
  78. De oude grootvader en zijn kleinzoon
  79. De waternimf
  80. De dood van het hennetje
  81. Vrolijke Frans
  82. Speelhans
  83. Gelukkige Hans
  84. Hans viert bruiloft of De bruiloft van Hans
  85. De goudkinderen of De gouden kinderen
  86. De vos en de ganzen
  87. De arme en de rijke
  88. De zingende springende leeuwerik
  89. De ganzenhoedster
  90. De jonge reus
  91. Het aardmanneke
  92. De koning van de gouden berg
  93. De raaf
  94. De verstandige boerendochter
  95. De oude Hildebrand of Boer Hildebrand
  96. De drie vogeltjes
  97. Het water des levens
  98. Dokter Alwetend of Dokter Weetal
  99. De geest in de fles
  100. De roetzwarte broer van de duivel
  101. Berenpels
  102. Het winterkoninkje en de beer
  103. De zoete pap
  104. De verstandige lieden of Slimme mensen
  105. Sprookje van de slang of Slangensprookje
  106. De arme molenaarsknecht en het katje
  107. De twee reisgezellen of De twee reizigers
  108. Hans-mijn-egel
  109. Het doodshemdje
  110. De jood in de doornstruik
  111. De volleerde jager of De jagersgezel
  112. De dorsvlegel uit de hemel
  113. De twee koningskinderen
  114. Het snuggere snijdertje of Het schrandere kleermakertje
  115. De heldere zon brengt het aan het licht
  116. Het blauwe licht
  117. Het eigenzinnige kind of Het koppige kind
  118. De drie heelmeesters
  119. De zeven Zwaben
  120. De drie handwerksgezellen of De drie reizende gezellen
  121. De koningszoon die nergens bang voor was
  122. De groente-ezel
  123. De oude vrouw in het bos
  124. De drie broers
  125. De duivel en zijn grootmoeder
  126. Fernand getrouw en Fernand ontrouw
  127. De ijzeren kachel
  128. De luie spinster
  129. De vier kunstvaardige broers of De vier vakkundige broers
  130. Eenoogje, tweeoogje en drieoogje
  131. Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie
  132. De vos en het paard
  133. De stukgedanste schoentjes
  134. De zes dienaren
  135. De witte en de zwarte bruid
  136. IJzeren Hans of IJzerhans
  137. De drie zwarte prinsessen
  138. Knoest en zijn drie zonen
  139. Het meiske van Brakel
  140. De huishouding
  141. Het lammetje en het visje
  142. Simeliberg
  143. Op reis gaan of Op reis
  144. Het ezeltje
  145. De ondankbare zoon
  146. De raap
  147. Het mannetje dat jong gegloeid werd of Het mannetje dat verjongd werd in het vuur
  148. Het gedierte van de Heer en de Duivel of De dieren van de Heer en de dieren van de duivel
  149. De hanenbalk
  150. De oude bedelares
  151. De drie luiaards
  152. De twaalf luie knechten
  153. Het herdersjongetje
  154. De sterrendaalders
  155. De gestolen duit
  156. Bruidskeuze
  157. Klitten of De plukken
  158. De mus en zijn vier kinderen
  159. Het sprookje van Luilekkerland
  160. Het leugensprookje uit Ditmar
  161. Raadselsprookje
  162. Sneeuwwitje en Rozerood
  163. De schrandere knecht of De slimme knecht
  164. De glazen doodskist of De glazen kist
  165. Luie Hein
  166. Vogel Grijp
  167. Sterke Hans
  168. Het boerke in de hemel
  169. Magere Liesje
  170. Het boshuis
  171. Lief en leed samen delen
  172. Het winterkoninkje
  173. De schol
  174. De roerdomp en de hop
  175. De uil
  176. De maan
  177. De duur van het leven of De levensduur
  178. De boden van de dood
  179. Meester Priem
  180. De ganzenhoedster aan de bron
  181. Eva's ongelijke kinderen
  182. De waternimf in de vijver of De nimf in de vijver
  183. De geschenken van het kleine volkje
  184. De reus en de kleermaker
  185. De hoefnagel
  186. De arme jongen in het graf
  187. De ware bruid
  188. De haas en de egel
  189. Het klosje, de schietspoel en de naald
  190. De boer en de duivel
  191. De broodkruimels op de tafel of De kruimels van de tafel
  192. Het zeehaasje
  193. De meesterdief
  194. De trommelslager of De tamboer
  195. De korenaar
  196. De grafheuvel
  197. De oude Rinkrank
  198. De kristallen bol
  199. Jonkvrouw Maleen
  200. De laars van buffelleer
  201. De gouden sleutel

Kinderlegenden

De kinderlegenden worden meestal aangeduid met een nummer tussen haakjes vanaf 201:

(201). De heilige Jozef in het bos
(202). De twaalf apostelen
(203). De Roos
(204). Armoe en deemoed leide ten hemel
(205). De spijze Gods
(206). De drie groene twijgen
(207). Onze-Lieve-Vrouwenglaasje
(208). Het oude moedertje
(209). De hemelse bruiloft
(210). De hazelaar