beheer:crow400:crow400-module-6
Verschillen
Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.
| Beide kanten vorige revisieVorige revisie | |||
| beheer:crow400:crow400-module-6 [2026/06/01 10:54] – verwijderd - Externe bewerking (Ongeldige datum) 127.0.0.1 | beheer:crow400:crow400-module-6 [2026/06/01 10:54] (huidige) – ↷ Pagina verplaatst van crow400:crow400-module-6 naar beheer:crow400:crow400-module-6 admin_sasteren | ||
|---|---|---|---|
| Regel 1: | Regel 1: | ||
| + | ====== 6 V& | ||
| + | ===== 6.1 Algemeen ===== | ||
| + | Werkzaamheden die vallen binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn worden op basis van bijlage II bij EU-richtlijn 92/57/EEG gezien als een activiteit die voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers bijzondere gevaren met zich meebrengt. In het Arbobesluit (hoofdstuk 2, afdeling 5) zijn de verplichtingen opgenomen van de Opdrachtgever, | ||
| + | * V& | ||
| + | * arbotechnisch logboek; | ||
| + | * V& | ||
| + | * logboek beheerfase. | ||
| + | |||
| + | In tabel M6-1 zijn de V& | ||
| + | |||
| + | | |**Categorie A** |**Categorie B** |**Categorie C** | | ||
| + | | |werk met een bepaald aantal werknemers en/of bepaalde duur|werk met een bijzonder risico|werken niet behorende tot de categorieën A en B| | ||
| + | |//Meerdere werkgevers// | ||
| + | |//Eén werkgever// |a. kennisgeving \\ b. - \\ c. V& | ||
| + | |||
| + | |||
| + | Let op: Alle werken met een asbestconcentratie boven de Interventiewaarde moeten bij I-SZW worden gemeld. Voor het uitvoeren van een (nader) asbestonderzoek geldt een meldingsplicht. | ||
| + | |||
| + | //Let op:// Bij het werken met een bijzonder risico worden alleen die activiteiten beschouwd waarbij daadwerkelijk sprake is van een (water)bodemverontreiniging waarvan is vastgesteld dat de concentratie verontreinigende stoffen groter is dan 75% van de SRC-arbo voor niet-vluchtige stoffen en groter dan de Tussenwaarde voor vluchtige stoffen. | ||
| + | |||
| + | ===== 6.2 Ontwerpfase ===== | ||
| + | |||
| + | ==== 6.2.1 Bouwcategorieën A en B ==== | ||
| + | Tijdens de ontwerpfase moet conform tabel M6-1 een V& | ||
| + | * een beschrijving van het tot stand te brengen werk; | ||
| + | * de namen van de betrokken ontwerppartijen en V& | ||
| + | * een inventarisatie en evaluatie van de specifieke gevaren volgend uit gelijktijdige en achtereenvolgende uitvoering van de werkzaamheden en wisselwerking met bestaande activiteiten/ | ||
| + | * de bouwkundige, | ||
| + | * de voorlopige veiligheidsklasse inclusief de onderbouwing hiervan door de veiligheidskundige. | ||
| + | |||
| + | Het hier beschreven V& | ||
| + | |||
| + | Het V& | ||
| + | |||
| + | De restrisico’s kunnen door de uitvoerende partij worden beschreven in het V& | ||
| + | |||
| + | In de ontwerpfase moet ook het V& | ||
| + | |||
| + | ==== 6.2.2 Bouwcategorie C ==== | ||
| + | Voor werkzaamheden behorend tot bouwcategorie C, die conform deze richtlijn niet vallen in een veiligheidsklasse, | ||
| + | * het uitvoeren van een taakgerelateerde inventarisatie en evaluatie van de specifieke gevaren volgend uit gelijktijdige en achtereenvolgende uitvoering van de werkzaamheden en wisselwerking met bestaande activiteiten/ | ||
| + | * het opstellen van een overzicht met voorgenomen beheersmaatregelen (hiervoor kan Module 4 worden gebruikt). | ||
| + | |||
| + | ===== 6.3 V& | ||
| + | In de uitvoeringsfase moet, voorafgaand aan de werkzaamheden, | ||
| + | * een beschrijving en planning van het tot stand te brengen werk; | ||
| + | * een overzicht met namen van de betrokken partijen en V& | ||
| + | * een projectrisicoinventarisatie en -evaluatie die vermeldt welke relevante V& | ||
| + | * de wijze van invulling en uitvoering van de V& | ||
| + | * de overlegstructuur; | ||
| + | * het tijdstip, de invulling en de wijze van voorlichting en instructie; | ||
| + | * de handelwijze in noodsituaties. | ||
| + | |||
| + | Het V& | ||
| + | * de keuze van de definitieve veiligheidsklasse, | ||
| + | * | ||
| + | * de grenswaarden van deze toxische stoffen en eventuele bijzonderheden betreffende deze grenswaarden; | ||
| + | * de risico’s van de toxische stoffen, indien er aanpassingen bestaan ten opzichte van de vaststelling in het V& | ||
| + | * de dagindeling, | ||
| + | * de voorzieningen voor het in te zetten materieel, voor zover deze afwijken van hetgeen is opgenomen in het V& | ||
| + | * het gebruik van op de verontreiniging gerichte persoonlijke beschermingsmiddelen; | ||
| + | * de wijze van afzetten/ | ||
| + | * de te treffen maatregelen bij onderhoud/ | ||
| + | * een bouwveiligheidsplan conform het Bouwbesluit (Let wel: het bevoegd gezag bepaalt of een bouwveiligheidsplan noodzakelijk is; als dit niet zo is, is een bouwveiligheidsplan optioneel); | ||
| + | * de verwachte mate van ventilatie ingeval vluchtige stoffen een rol spelen bij de werkzaamheden (zie Module 3). | ||
| + | |||
| + | Bij vluchtige en CM-stoffen moet bovendien worden vermeld: | ||
| + | * voor welke toxische stoffen luchtkwaliteitsmetingen zullen worden uitgevoerd, met welke frequentie en met welke meetmiddelen; | ||
| + | * bij welke meetwaarden aanvullende persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden uitgereikt en toegepast, en bij welke waarden het werk (tijdelijk) moet worden onderbroken en een heroverweging van de bijbehorende maatregelen moet plaatsvinden; | ||
| + | * welke medewerkers gedurende welke perioden (uren) mogelijk onder blootstelling hebben gewerkt. | ||
| + | |||
| + | De definitieve veiligheidsklasse wordt in het V& | ||
| + | |||
| + | Op de projectlocatie dient altijd een actueel exemplaar van het V& | ||
| + | {{crow400: | ||
| + | |||
| + | ===== 6.4 Arbotechnisch logboek ===== | ||
| + | Vanaf de dag dat met de werkzaamheden wordt begonnen, wordt onder verantwoordelijkheid van de DLP/R-DPL een arbotechnisch logboek bijgehouden. Dit logboek staat los van de registraties die vanuit milieugerelateerde schema’s zoals BRL 7000 worden verlangd. Wel is het uit praktisch oogpunt aannemelijk dat wordt volstaan met één logboek waarmee aan alle verplichtingen wordt voldaan. Het logboek wordt dagelijks ondertekend door de DLP/R-DLP. Indien er gebruik wordt gemaakt van een digitaal logboek, is het aan de uitvoerende partij om een passend alternatief voor de ondertekening te realiseren. | ||
| + | |||
| + | Hierna wordt aangegeven welke informatie het arbotechnisch logboek moet bevatten. Daarbij is onderscheid gemaakt naar algemene informatie (eenmalig te vermelden), tijdsafhankelijke informatie (dagelijks te vermelden) en informatie bij bijzondere situaties (indien van toepassing). | ||
| + | |||
| + | **Algemene informatie** | ||
| + | * de persoon die belast is met het bijhouden van het logboek; | ||
| + | * de geldigheid van de medische geschiktheidsverklaringen van de werknemers op de locatie; | ||
| + | * | ||
| + | * de voorlichting over de verontreinigingssituatie die aan alle aanwezige werknemers en bezoekers wordt gegeven; | ||
| + | * de registratie op kenteken/ | ||
| + | * de registratie van filters van materieel dat permanent op de locatie aanwezig is; | ||
| + | * het vastgestelde filtertype en het verwisselingsschema voor de filters; | ||
| + | * | ||
| + | * de registratie van de in het materieel aanwezige filters inclusief de datum van ingebruikname. | ||
| + | |||
| + | **Tijdsafhankelijke informatie** | ||
| + | * het veiligheidsregime waaronder gewerkt wordt; | ||
| + | * de registratie van namen, functies en de verblijfsduur van alle werknemers die de verontreinigde zone hebben betreden en de eventueel extra aan hen uitgereikte persoonlijke beschermingsmiddelen, | ||
| + | * de weersgesteldheid (zie Module 9, paragraaf 2.1); | ||
| + | * de locatie, het tijdstip en de resultaten van de metingen zoals voorgeschreven in het V& | ||
| + | * de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van aanwijzingen van de in- of externe deskundigen op het gebied van veiligheid of arbeidshygiëne; | ||
| + | * | ||
| + | * | ||
| + | * de registratie van verstrekte filters voor adembescherming en de registratie van keuring en reiniging van de volgelaats- en/of halfgelaatsmaskers en eventueel bijbehorende aanblaasunits. | ||
| + | |||
| + | **Informatie bij bijzondere situaties** | ||
| + | * bij onderbreking van het werk: het tijdstip en de reden van onderbreking; | ||
| + | * | ||
| + | * bij een alarmsituatie: | ||
| + | * | ||
| + | * | ||
| + | * | ||
| + | |||
| + | **Bewaartijden** | ||
| + | Het volledige arbotechnische logboek moet minimaal 3 jaar worden bewaard. Ingeval van aannemelijke blootstelling aan carcinogene en mutagene stoffen moet de werkgever de desbetreffende gegevens na de laatste blootstelling aanmerkelijk langer bewaren (zie de volgende voorbeelden). Uiteraard moet hierbij de Wet bescherming persoonsgegevens in acht worden genomen. | ||
| + | |||
| + | De minimaal te bewaren gegevens betreffen: | ||
| + | * de locatie waar blootstelling heeft plaatsgevonden; | ||
| + | * de aanwezige personen in de verontreinigde zone op de betreffende datum; | ||
| + | * de gegevens van arbeidsgeneeskundig onderzoek; | ||
| + | * de gemeten luchtkwaliteit (locatie, datum, tijdstip, welke stof en concentratie en welk meetmiddel); | ||
| + | * de gedragen PBM en filterwisselingen. | ||
| + | |||
| + | Enkele voorbeelden van bewaartermijnen: | ||
| + | * | ||
| + | * | ||
| + | * | ||
| + | * | ||
| + | |||
| + | ===== 6.5 V& | ||
| + | Veiligheids- en gezondheidsdossiers zijn de belangrijkste ondersteunende documenten bij het inventariseren en beheersen van risico’s tijdens latere ontwerp- en bouwwerkzaamheden in de beheer- en onderhoudsfase, | ||
| + | |||
| + | === 6.5.1 Inhoud V& | ||
| + | Het V& | ||
| + | * een evaluatie van het saneringsplan en/of de BUS-melding en de bijbehorende beschikking; | ||
| + | * de V& | ||
| + | * de kenmerken van de inrichting van het gerealiseerde bouwwerk; | ||
| + | * | ||
| + | * | ||
| + | * | ||
| + | * een overzicht van de op de locatie(s) aangebrachte veiligheidsvoorzieningen (Arbo); | ||
| + | * een revisietekening van de veiligheidsvoorzieningen op de bouwlocatie; | ||
| + | * een identificatie van restrisico’s voor de beheerder; | ||
| + | * het V& | ||
| + | |||
| + | Het is mogelijk dat er, aansluitend op bovenstaande opsomming, vanuit het project nog andere relevante informatie wordt opgenomen in het V& | ||
| + | |||
| + | Van de mogelijke verontreinigingen die zijn achtergebleven, | ||
| + | |||
| + | Na afloop van de werkzaamheden wordt het V& | ||
| + | |||
| + | ==== 6.5.2 Opstellen V& | ||
| + | In het Arbobesluit (hoofdstuk 2, afdeling 5, artikel 2.30) is opgenomen dat de V& | ||
| + | {{crow400: | ||
| + | |||
| + | ===== 6.6 Evaluatieverslag bij bodemsanering ===== | ||
| + | Als op een locatie een sanering plaatsvindt onder de Wet bodembescherming (Wbb) of het Besluit uniforme saneringen (BUS), dient de milieukundig begeleider tijdens deze sanering een logboek bij te houden. Na afloop wordt een evaluatieverslag gemaakt. | ||
| + | |||
| + | Lang niet altijd worden bij een sanering alle verontreinigingen volledig weggenomen. In het evaluatieverslag moet daarom worden vermeld of er sprake is van een restverontreiniging, | ||
| + | |||
| + | Het evaluatieverslag wordt, overeenkomstig BRL 6000, door de milieukundig begeleider gerapporteerd aan de Opdrachtgever en vervolgens overgelegd aan het Wbb-bevoegd gezag. Laatstgenoemde beoordeelt het evaluatieverslag en registreert in zijn bodeminformatiesysteem dat een sanering is uitgevoerd en dat een evaluatieverslag beschikbaar is. Deze informatie is ook zichtbaar op de website www.bodemloket.nl of op de eigen website van de provincie of gemeente. | ||
| + | |||
| + | Bij aanwezigheid van een restverontreiniging boven de Interventiewaarde waarbij tevens sprake is van nazorg, volgt ook vanuit de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen een registratie in het (kadastrale) beperkingenregister. Het is zeer belangrijk om bij toekomstige grondroerende activiteiten de resultaten van het evaluatieverslag op te vragen. | ||
