Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


sasteren:auteurs:w.f._hermans

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisieVorige revisie
Volgende revisie
Vorige revisie
sasteren:auteurs:w.f._hermans [2023/09/01 04:55] – [Collectie] admin_sasterensasteren:auteurs:w.f._hermans [2025/08/03 14:38] (huidige) – [1921-1940: Jeugd] admin_sasteren
Regel 17: Regel 17:
 === Lagere school (1927-1933) === === Lagere school (1927-1933) ===
 Van 1927[noot 1] tot 1933 ging Hermans naar de Pieter Langendijkschool. Hij verliet de lagere school met redelijke cijfers, de hoogste voor geschiedenis en aardrijkskunde.[12] Van 1927[noot 1] tot 1933 ging Hermans naar de Pieter Langendijkschool. Hij verliet de lagere school met redelijke cijfers, de hoogste voor geschiedenis en aardrijkskunde.[12]
-Eerste Helmersstraat 208. Vanaf 1929 woonde het gezin Hermans op driehoog en twee zolderkamers. Hermans zelf ging in oktober 1945 uit huis.[13] In 1998 werd in opdracht van het toenmalige stadsdeel Oud-West boven de entree ter herdenking een door Frits Marnix Woudstra ontworpen plaquette aangebracht.[14] +Eerste Helmersstraat 208. Vanaf 1929 woonde het gezin Hermans op driehoog en twee zolderkamers. Hermans zelf ging in oktober 1945 uit huis.[13] In 1998 werd in opdracht van het toenmalige stadsdeel Oud-West boven de entree ter herdenking een door Frits Marnix Woudstra ontworpen plaquette aangebracht.
-Barlaeus Gymnasium (1933-1940)+
  
 +==== Barlaeus Gymnasium (1933-1940) ====
 Na de lagere school volgde Hermans vanaf 1933 onderwijs aan het Barlaeus Gymnasium. In de eerste klas kreeg hij les in Latijn, Nederlands, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde en biologie. In het tweede jaar werd het curriculum uitgebreid met Grieks en Duits.[15] Omdat hij zijn tijd meer aan andere zaken dan aan schoolwerk besteedde, vooral aan scheikundige experimenten, bleef hij in de derde klas zitten.[16] Na de lagere school volgde Hermans vanaf 1933 onderwijs aan het Barlaeus Gymnasium. In de eerste klas kreeg hij les in Latijn, Nederlands, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde en biologie. In het tweede jaar werd het curriculum uitgebreid met Grieks en Duits.[15] Omdat hij zijn tijd meer aan andere zaken dan aan schoolwerk besteedde, vooral aan scheikundige experimenten, bleef hij in de derde klas zitten.[16]
  
-Op twaalf-, dertienjarige leeftijd begon hij belangstelling voor de natuur te ontwikkelen. Nadat hij was blijven zitten mocht hij lid worden van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie.[17] Tijdens zomervakanties verzamelde hij schelpen en stenen en zijn lectuur bestond vooral uit min of meer populaire natuurwetenschappelijke boeken en biografieën van mensen als Edison. Een grote indruk maakte ook Smeltkroezen. Leven en werken der groote scheikundigen (Leopold, 1931), de Nederlandse vertaling van Bernard Jaffes Crucibles. The Story of Chemistry, een populaire geschiedenis van de chemische wetenschappen.[18]+Op twaalf-, dertienjarige leeftijd begon hij belangstelling voor de natuur te ontwikkelen. Nadat hij was blijven zitten mocht hij lid worden van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie.[17] Tijdens zomervakanties verzamelde hij schelpen en stenen en zijn lectuur bestond vooral uit min of meer populaire natuurwetenschappelijke boeken en biografieën van mensen als Edison. Een grote indruk maakte ook Smeltkroezen. Leven en werken der groote scheikundigen (Leopold, 1931), de Nederlandse vertaling van Bernard Jaffes Crucibles. The Story of Chemistry, een populaire geschiedenis van de chemische wetenschappen.
  
-Twee boekjes uit de bibliotheek van het Barlaeus maakten de geologische belangstelling van de dertienjarige Hermans gaande: het Geologie-boekje. Een A-B-C voor de beginnende amateurs van Eli Heimans uit 1913, en Keienboek van P. van der Lijn uit 1923.[19]+Twee boekjes uit de bibliotheek van het Barlaeus maakten de geologische belangstelling van de dertienjarige Hermans gaande: het Geologie-boekje. Een A-B-C voor de beginnende amateurs van Eli Heimans uit 1913, en Keienboek van P. van der Lijn uit 1923.
  
-In de tweede klas werden bij biologie de cloacadieren behandeld, maar Hermans kreeg geen antwoord op de vraag hoe de voortplanting bij de mens in zijn werk gaat. Ook zijn ouders gaven geen voorlichting, zodat hij zichzelf op de hoogte bracht aan de hand van de encyclopedie in de Openbare Leeszaal.[20][21]+In de tweede klas werden bij biologie de cloacadieren behandeld, maar Hermans kreeg geen antwoord op de vraag hoe de voortplanting bij de mens in zijn werk gaat. Ook zijn ouders gaven geen voorlichting, zodat hij zichzelf op de hoogte bracht aan de hand van de encyclopedie in de Openbare Leeszaal.
  
-Toen de school in 1936 zeshonderd jaar bestond werd Antigone van Sophocles opgevoerd. Hermans zelf had een kleine rol in het koor, maar het stuk maakte een enorme indruk op hem en heeft "een zeer grote stoot aan mijn literaire ontwikkeling gegeven."[22][23] Een jaar later voerden de leerlingen de Lucifer van Vondel op, met Hermans in het koor van Luciferisten.[24]+Toen de school in 1936 zeshonderd jaar bestond werd Antigone van Sophocles opgevoerd. Hermans zelf had een kleine rol in het koor, maar het stuk maakte een enorme indruk op hem en heeft "een zeer grote stoot aan mijn literaire ontwikkeling gegeven."Een jaar later voerden de leerlingen de Lucifer van Vondel op, met Hermans in het koor van Luciferisten.
  
-Hermans las veel, volgens biograaf Otterspeer vooral uit een zucht naar herkenning en erkenning, 'de ambitie het allemaal veel beter te willen weten dan wie ook.'[25] Hij wilde superieur zijn en hield een lijstje bij van domme vragen die in de klas gesteld werden en domheden van zowel leerlingen als leraren.[26][27] Hij las al jong Multatuli en bezocht als vijftienjarige de herdenking van diens vijftigste sterfdag.[28] Andere belangrijke boeken die hij van 1936 tot aan de oorlog las, waren Slauerhoff, Von Kleist, Nietzsche (Also sprach Zarathustra), Céline, Freud (vertaling van Die Psychopathologie des Alltagslebens), Kafka en Schopenhauer, en Misdaad en straf van Dostojevski.[29] Volgens Otterspeer is Kafka de belangrijkste ontdekking uit deze periode.[30]+Hermans las veel, volgens biograaf Otterspeer vooral uit een zucht naar herkenning en erkenning, 'de ambitie het allemaal veel beter te willen weten dan wie ook.'[25] Hij wilde superieur zijn en hield een lijstje bij van domme vragen die in de klas gesteld werden en domheden van zowel leerlingen als leraren.[26][27] Hij las al jong Multatuli en bezocht als vijftienjarige de herdenking van diens vijftigste sterfdag.[28] Andere belangrijke boeken die hij van 1936 tot aan de oorlog las, waren Slauerhoff, Von Kleist, Nietzsche (Also sprach Zarathustra), Céline, Freud (vertaling van Die Psychopathologie des Alltagslebens), Kafka en Schopenhauer, en Misdaad en straf van Dostojevski.[29] Volgens Otterspeer is Kafka de belangrijkste ontdekking uit deze periode.
  
-In 1938 hield hij op school een spreekbeurt over de roman Buddenbrooks van Thomas Mann.[31] Tijdens een rapportvergadering van dat jaar werd hij als een slappeling beschreven, een luie en onnauwkeurige jongen, die slecht was in Grieks, weinig ophad met de exacte vakken en alleen een passie voor Nederlands leek te hebben.[32]+In 1938 hield hij op school een spreekbeurt over de roman Buddenbrooks van Thomas Mann. Tijdens een rapportvergadering van dat jaar werd hij als een slappeling beschreven, een luie en onnauwkeurige jongen, die slecht was in Grieks, weinig ophad met de exacte vakken en alleen een passie voor Nederlands leek te hebben.
  
-In juli 1938 bezocht hij voor het eerst België. Zijn ouders vierden hun zilveren bruiloft met een herhaling van hun huwelijksreis. Bezocht werden Antwerpen, Brussel, Sint-Goedele, Tervuren, Laken en Dinant.[33]+In juli 1938 bezocht hij voor het eerst België. Zijn ouders vierden hun zilveren bruiloft met een herhaling van hun huwelijksreis. Bezocht werden Antwerpen, Brussel, Sint-Goedele, Tervuren, Laken en Dinant.
  
-In 1939 hield hij voor Nederlands een spreekbeurt over Slauerhoff en voor Duits over Theodor Storm. in 1940 over Kafka's Der Prozess. Biograaf Otterspeer ziet als belangrijke literaire ontdekkingen die Hermans al op zijn vijftiende deed Woutertje Pieterse, Slauerhoff en Freud. Met Freud maakte hij kennis doordat hij van een Duitse klasgenoot een boek van Stefan Zweig leende, Heilung durch den Geist. Met name het concept van de Fehlleistung maakte grote indruk. In Zweig trof hij ook een beschouwing aan over Franz Anton Mesmer, de grondlegger van de hypnose.[34] In de zesde klas las hij voor het eerst een roman in het Frans, Le Rouge et le Noir van Stendhal.[35]+In 1939 hield hij voor Nederlands een spreekbeurt over Slauerhoff en voor Duits over Theodor Storm. in 1940 over Kafka's Der Prozess. Biograaf Otterspeer ziet als belangrijke literaire ontdekkingen die Hermans al op zijn vijftiende deed Woutertje Pieterse, Slauerhoff en Freud. Met Freud maakte hij kennis doordat hij van een Duitse klasgenoot een boek van Stefan Zweig leende, Heilung durch den Geist. Met name het concept van de Fehlleistung maakte grote indruk. In Zweig trof hij ook een beschouwing aan over Franz Anton Mesmer, de grondlegger van de hypnose. In de zesde klas las hij voor het eerst een roman in het Frans, Le Rouge et le Noir van Stendhal.
  
-In februari 1939 bezochten Belgische leerlingen Amsterdam ter gelegenheid van een uitwisselingsproject. Leerlingen van het Barlaeus voerden het middeleeuwse spel Gloriant op met Hermans in de rol van Gheraert. In mei maakte Hermans deel uit van de delegatie die een tegenbezoek bracht aan België en deed hiervan verslag in de schoolkrant Suum Cuique (ieder het zijne).[36] Op 1 april 1939 trad Hermans toe tot de redactie van de schoolkrant, op 16 september 1939 werd hij hoofdredacteur en op 3 februari 1940 hield hij ermee op. sinds april redactielid was.[37] In Antwerpen zagen ze een opvoering van het abele spel Lanseloet van Denemarken.[38] De dagen erna bezochten de leerlingen Brugge, waar ze een toeristisch programma kregen met de schilderijen van Hans Memling, Jan van Eyck en plaatsen die verband hielden met de dichter Guido Gezelle. Vervolgens gingen ze naar Gent, Ieper, Oostende en Lier.[39]+In februari 1939 bezochten Belgische leerlingen Amsterdam ter gelegenheid van een uitwisselingsproject. Leerlingen van het Barlaeus voerden het middeleeuwse spel Gloriant op met Hermans in de rol van Gheraert. In mei maakte Hermans deel uit van de delegatie die een tegenbezoek bracht aan België en deed hiervan verslag in de schoolkrant Suum Cuique (ieder het zijne). Op 1 april 1939 trad Hermans toe tot de redactie van de schoolkrant, op 16 september 1939 werd hij hoofdredacteur en op 3 februari 1940 hield hij ermee op. sinds april redactielid was. In Antwerpen zagen ze een opvoering van het abele spel Lanseloet van Denemarken.[38] De dagen erna bezochten de leerlingen Brugge, waar ze een toeristisch programma kregen met de schilderijen van Hans Memling, Jan van Eyck en plaatsen die verband hielden met de dichter Guido Gezelle. Vervolgens gingen ze naar Gent, Ieper, Oostende en Lier.
  
-In oktober 1939 werd hij hoofdredacteur van Suum Cuique. Hij droeg reportages bij over schoolevenementen, verhalen, gedichten en essays over onder meer Spengler, Slauerhoff, Van Deyssel, Multatuli en Poe.[40][noot 2]+In oktober 1939 werd hij hoofdredacteur van Suum Cuique. Hij droeg reportages bij over schoolevenementen, verhalen, gedichten en essays over onder meer Spengler, Slauerhoff, Van Deyssel, Multatuli en Poe.
  
-Het schriftelijk eindexamen vond plaats op 4 en 5 juni, het mondelinge op 14 en 15 juni, waarna hij meteen de uitslag vernam. Hoewel het nog geen maand na de dood van zijn zuster was, slaagde Hermans voor zijn eindexamen: hij behaalde een 9 voor Nederlands en biologie, een 8 voor scheikunde, een 7- voor Frans, een 6 voor natuurkunde, Duits, Engels en Latijn, en een 5 voor wiskunde en Grieks.[41] +Het schriftelijk eindexamen vond plaats op 4 en 5 juni, het mondelinge op 14 en 15 juni, waarna hij meteen de uitslag vernam. Hoewel het nog geen maand na de dood van zijn zuster was, slaagde Hermans voor zijn eindexamen: hij behaalde een 9 voor Nederlands en biologie, een 8 voor scheikunde, een 7- voor Frans, een 6 voor natuurkunde, Duits, Engels en Latijn, en een 5 voor wiskunde en Grieks.
-6 april 1940: Literair debuut+
  
 +==== 6 april 1940: Literair debuut ====
 Als het officiële literaire debuut van Hermans geldt een verhaal dat werd afgedrukt in het Zaterdag-bijvoegsel van het Algemeen Handelsblad van 6 april 1940.[42][43] Dit verhaal schreef hij in december 1938 onder de titel De uitvinder, waarmee hij op 14 januari 1939 de eerste prijs behaalde van een opstelwedstrijd georganiseerd door Disciplina Vitae Scipio, de letterkundige vereniging van het Barlaeus.[44] Als het officiële literaire debuut van Hermans geldt een verhaal dat werd afgedrukt in het Zaterdag-bijvoegsel van het Algemeen Handelsblad van 6 april 1940.[42][43] Dit verhaal schreef hij in december 1938 onder de titel De uitvinder, waarmee hij op 14 januari 1939 de eerste prijs behaalde van een opstelwedstrijd georganiseerd door Disciplina Vitae Scipio, de letterkundige vereniging van het Barlaeus.[44]
  
 Hermans stuurde het verhaal op naar tijdschriften die hij kende van de leesportefeuille thuis: eerst naar Groot Nederland, toen naar De Gids, uiteindelijk naar het Algemeen Handelsblad, waar het nog twee maanden bleef liggen. Op 6 april 1940 werd het afgedrukt onder de titel 'En toch... was de machine goed'.[44][45][46] Hermans stuurde het verhaal op naar tijdschriften die hij kende van de leesportefeuille thuis: eerst naar Groot Nederland, toen naar De Gids, uiteindelijk naar het Algemeen Handelsblad, waar het nog twee maanden bleef liggen. Op 6 april 1940 werd het afgedrukt onder de titel 'En toch... was de machine goed'.[44][45][46]
-1940-1945: In de bezettingstijd 
-Zuster Corry doodgeschoten (14 mei 1940) 
  
 +==== 1940-1945: In de bezettingstijd ====
 +
 +==== Zuster Corry doodgeschoten (14 mei 1940) ====
 Volgens biograaf Otterspeer onderhield Corry een geheime liefdesrelatie met haar neef Pieter Blind, die politieagent was.[47] Volgens biograaf Otterspeer onderhield Corry een geheime liefdesrelatie met haar neef Pieter Blind, die politieagent was.[47]
  
Regel 56: Regel 57:
  
 Diverse broer-zusterverhoudingen in het werk van Hermans zijn verwerkingen van zijn verhouding met Cornelia. Diverse broer-zusterverhoudingen in het werk van Hermans zijn verwerkingen van zijn verhouding met Cornelia.
-Studie (1940-1943) 
  
 +==== Studie (1940-1943) ====
 In september 1940 begon Hermans aan een studie sociale geografie aan de Gemeente Universiteit, die in Nederland werd gegrondvest door S.R. Steinmetz. Hermans was gefascineerd door diens studie Die Soziologie des Krieges uit 1925, een zoektocht naar 'een soort oeragressiviteit bij de mens.'[52] Hij volgde colleges over onder meer de sociografie van Japan, Nederlands-Indië, koloniale volkenkunde, politieke geschiedenis en economische geschiedenis. Het laatste college werd gegeven door N.W. Posthumus. Voor het laatste vak maakte Hermans een werkstuk van zesduizend woorden over de slavernij in Amerika.[53] Ook waren er verplichte colleges geologie, door H.A. Brouwer, en fysische geografie. Onder het laatste vak vielen onderwerpen als klimatologie, oceanografie, cartografie en kaartkennis, en geomorfologie.[54] In september 1940 begon Hermans aan een studie sociale geografie aan de Gemeente Universiteit, die in Nederland werd gegrondvest door S.R. Steinmetz. Hermans was gefascineerd door diens studie Die Soziologie des Krieges uit 1925, een zoektocht naar 'een soort oeragressiviteit bij de mens.'[52] Hij volgde colleges over onder meer de sociografie van Japan, Nederlands-Indië, koloniale volkenkunde, politieke geschiedenis en economische geschiedenis. Het laatste college werd gegeven door N.W. Posthumus. Voor het laatste vak maakte Hermans een werkstuk van zesduizend woorden over de slavernij in Amerika.[53] Ook waren er verplichte colleges geologie, door H.A. Brouwer, en fysische geografie. Onder het laatste vak vielen onderwerpen als klimatologie, oceanografie, cartografie en kaartkennis, en geomorfologie.[54]
  
Regel 63: Regel 64:
  
 In de periode dat de invasie van Normandië (6 juni 1944) plaatsvond, werd het eerste nummer van literair tijdschrift Podium voorbereid. Toen het tweede nummer uit was, werd redacteur Gerrit Meinsma tijdens een razzia opgepakt en naar een werkkamp in Drenthe overgebracht om dwangarbeid te verrichten. Omdat meisjes binnen het afgesloten gebied werden toegelaten, bracht mederedacteur Corrie van der Noord hem een damespruik en -kleren. Flirtend naar de Duitse soldaten fietste Meinsma de poort uit, nagefloten door de Duitsers. Kennelijk is Hermans dit avontuur ter ore gekomen, want dergelijke aandacht van militairen trekt ook Osewoudt in De donkere kamer van Damokles wanneer hij als verpleegster verkleed gaat.[58] In de periode dat de invasie van Normandië (6 juni 1944) plaatsvond, werd het eerste nummer van literair tijdschrift Podium voorbereid. Toen het tweede nummer uit was, werd redacteur Gerrit Meinsma tijdens een razzia opgepakt en naar een werkkamp in Drenthe overgebracht om dwangarbeid te verrichten. Omdat meisjes binnen het afgesloten gebied werden toegelaten, bracht mederedacteur Corrie van der Noord hem een damespruik en -kleren. Flirtend naar de Duitse soldaten fietste Meinsma de poort uit, nagefloten door de Duitsers. Kennelijk is Hermans dit avontuur ter ore gekomen, want dergelijke aandacht van militairen trekt ook Osewoudt in De donkere kamer van Damokles wanneer hij als verpleegster verkleed gaat.[58]
-Laatste oorlogsjaren (1943-1945) 
  
 +==== Laatste oorlogsjaren (1943-1945) ====
 Van september 1943 tot augustus 1944 onderhield Hermans een liefdesrelatie met de bijna drie jaar oudere Gertrude “Truus” Wilhelmina Comes, die door vrienden Puck Esser werd genoemd, omdat zij samenwoonde, en later ook trouwde, met Koos Esser.[59] Op deze relatie is het Boekenweekgeschenk In de mist van het schimmenrijk uit 1993 gebaseerd en de gedichtenbundel die Hermans in de zomer van 1944 publiceerde, Kussen door een rag van woorden.[noot 3] Van september 1943 tot augustus 1944 onderhield Hermans een liefdesrelatie met de bijna drie jaar oudere Gertrude “Truus” Wilhelmina Comes, die door vrienden Puck Esser werd genoemd, omdat zij samenwoonde, en later ook trouwde, met Koos Esser.[59] Op deze relatie is het Boekenweekgeschenk In de mist van het schimmenrijk uit 1993 gebaseerd en de gedichtenbundel die Hermans in de zomer van 1944 publiceerde, Kussen door een rag van woorden.[noot 3]
  
Regel 73: Regel 74:
  
 Zelf was Hermans niet betrokken bij het verzet. Het gebrek aan professionaliteit van het verzet zou Hermans nog beschrijven. Hermans ging om met één - niet bij name genoemde - man die voor hem het type van de verzetsman was, door hem sterk geparodieerd in de figuur Proost uit De tranen der acacia's. Hermans: "Het was vrij gevaarlijk werk wat die man deed (…) Hij werd daarbij gearresteerd en heeft drie maanden in de bajes gezeten. (…) Maar ja, deze man was ook al zo'n soort pathologische leugenaar. Ik ging weleens met hem ergens naartoe, dan ging hij een biertje drinken en zei tegen de ober, laat ik zeggen hij werd niet vlug genoeg bediend: "Weet je wel dat ik pas uit de bajes kom?" En dat soort dingen, ja. Het is allemaal onbestaanbaar."[65] Zelf was Hermans niet betrokken bij het verzet. Het gebrek aan professionaliteit van het verzet zou Hermans nog beschrijven. Hermans ging om met één - niet bij name genoemde - man die voor hem het type van de verzetsman was, door hem sterk geparodieerd in de figuur Proost uit De tranen der acacia's. Hermans: "Het was vrij gevaarlijk werk wat die man deed (…) Hij werd daarbij gearresteerd en heeft drie maanden in de bajes gezeten. (…) Maar ja, deze man was ook al zo'n soort pathologische leugenaar. Ik ging weleens met hem ergens naartoe, dan ging hij een biertje drinken en zei tegen de ober, laat ik zeggen hij werd niet vlug genoeg bediend: "Weet je wel dat ik pas uit de bajes kom?" En dat soort dingen, ja. Het is allemaal onbestaanbaar."[65]
-Ondergrondse publicatie in Parade der Profeten (1944) 
  
 +==== Ondergrondse publicatie in Parade der Profeten (1944) ====
 Redactiesecretaris Ad. van Noppen van het ondergrondse Utrechtse literaire tijdschrift Parade der Profeten hoorde via Charles B. Timmer van Hermans' bestaan en attendeerde redacteur Jan Praas op hem, die bij een bezoek aan Timmer enkele verzen van Hermans ter inzage kreeg. Praas schreef Hermans op 15 juli 1944 een brief over opname in het tijdschrift en stuurde hem de laatstverschenen aflevering ervan. Op 11 augustus schreef Hermans een enthousiaste brief terug: "Uw nasporingen naar de andere nummers zal ik onder luid handgeklap volgen en wanneer ze met goeden uitslag bekroond worden, kunt U, wanneer U wilt, mij komen zien springen van geestdrift."[66] Drie weken later, begin september, ging de redactie met enkele medewerkers op zeilkamp bij de Loosdrechtse plassen, onder de slechts vier deelnemers ook Hermans. De zondag van dat weekend werd Brussel bevrijd, een dag later Antwerpen, met als gevolg dat op de radio de wildste geruchten de ronde deden. "Tegen het einde," herinnerde Hermans zich later over het slotverblijf in Breukelen, "daar stond een compagnie SS, geheel gedemoraliseerd, met tanks en vrachtauto's en daar hadden ze op geschreven: "Heim zur Mutti". Ik zie het er nog op staan. Nou, wij lachen natuurlijk. Opgeruimd staat netjes."[67] Eind augustus/begin september 1944 kwam het dubbelnummer 5-6 uit met daarin vier gedichten van Hermans, als eerste Robinson. Redactiesecretaris Ad. van Noppen van het ondergrondse Utrechtse literaire tijdschrift Parade der Profeten hoorde via Charles B. Timmer van Hermans' bestaan en attendeerde redacteur Jan Praas op hem, die bij een bezoek aan Timmer enkele verzen van Hermans ter inzage kreeg. Praas schreef Hermans op 15 juli 1944 een brief over opname in het tijdschrift en stuurde hem de laatstverschenen aflevering ervan. Op 11 augustus schreef Hermans een enthousiaste brief terug: "Uw nasporingen naar de andere nummers zal ik onder luid handgeklap volgen en wanneer ze met goeden uitslag bekroond worden, kunt U, wanneer U wilt, mij komen zien springen van geestdrift."[66] Drie weken later, begin september, ging de redactie met enkele medewerkers op zeilkamp bij de Loosdrechtse plassen, onder de slechts vier deelnemers ook Hermans. De zondag van dat weekend werd Brussel bevrijd, een dag later Antwerpen, met als gevolg dat op de radio de wildste geruchten de ronde deden. "Tegen het einde," herinnerde Hermans zich later over het slotverblijf in Breukelen, "daar stond een compagnie SS, geheel gedemoraliseerd, met tanks en vrachtauto's en daar hadden ze op geschreven: "Heim zur Mutti". Ik zie het er nog op staan. Nou, wij lachen natuurlijk. Opgeruimd staat netjes."[67] Eind augustus/begin september 1944 kwam het dubbelnummer 5-6 uit met daarin vier gedichten van Hermans, als eerste Robinson.
- +<box |Robinson> 
-    Giften blijven onwerkzaam +Giften blijven onwerkzaam 
-    Toovermiddelen verzaken +Toovermiddelen verzaken 
-    Vrouwen zijn niet te genaken +Vrouwen zijn niet te genaken 
-    Hoe dan het trage hart te helpen, +Hoe dan het trage hart te helpen, 
-    Slaap te roepen, tranen stelpen? +Slaap te roepen, tranen stelpen? 
-    Men kan de eigen handen kussen, +Men kan de eigen handen kussen, 
-    In een hangmat zichzelve sussen, +In een hangmat zichzelve sussen, 
-    Aan eigen liedren zich bedwelmen.[67]+Aan eigen liedren zich bedwelmen.</box>
  
 Jan Praas schreef in de inleiding van het nummer dat Hermans "zijn verzen weet te bezielen door een directe aanzetting van het verstand, die uitloopt in een apocalyptische problematiek. (…) Steeds vindt zijn irrationele fantasie uitgangspunt in de werkelijkheid".[68] Hermans, niet blij met dergelijke begeleiding, schreef op 11 december 1944 aan Ad. van Noppen: "Had ik van tevoren geweten dat in het poëzienummer een essay verschijnen zou, dat o.a. iets over mijn werk meedeelt, dan zou ik (…) dat liefst verhinderd hebben. Ik vind deze wederzijdsche opkammerij wel wat overdone en geloof dat men beter doet eerst te werken en pas later, door anderen, de literatuurhistorie te laten schrijven. Literatuurhistorici maken al fouten genoeg."[69] Opmerkelijk aan het protest is dat Hermans vlak na de bevrijding in een Brussels dagblad een artikel zou publiceren waarin hij zichzelf tot de irrationele fantasten rekende. Jan Praas schreef in de inleiding van het nummer dat Hermans "zijn verzen weet te bezielen door een directe aanzetting van het verstand, die uitloopt in een apocalyptische problematiek. (…) Steeds vindt zijn irrationele fantasie uitgangspunt in de werkelijkheid".[68] Hermans, niet blij met dergelijke begeleiding, schreef op 11 december 1944 aan Ad. van Noppen: "Had ik van tevoren geweten dat in het poëzienummer een essay verschijnen zou, dat o.a. iets over mijn werk meedeelt, dan zou ik (…) dat liefst verhinderd hebben. Ik vind deze wederzijdsche opkammerij wel wat overdone en geloof dat men beter doet eerst te werken en pas later, door anderen, de literatuurhistorie te laten schrijven. Literatuurhistorici maken al fouten genoeg."[69] Opmerkelijk aan het protest is dat Hermans vlak na de bevrijding in een Brussels dagblad een artikel zou publiceren waarin hij zichzelf tot de irrationele fantasten rekende.
-1945-1952: Leven van de pen 
  
 +==== 1945-1952: Leven van de pen ====
 Na de oorlog probeerde Hermans als schrijver rond te komen. Van mei 1945 tot juni 1948 publiceerde hij in kranten en tijdschriften meer dan honderd verhalen, recensies en essays. In het jaar 1946 verdiende hij bij uitgeverij Meulenhoff al duizend gulden.[70] Dit vulde hij aan met klussen als het vertalen van de detective Daylight on Saturday van J.B. Priestley en het schrijven van vier eigen detectiveverhalen die onder het pseudoniem Fjodor Klondyke verschenen.[71] Na de oorlog probeerde Hermans als schrijver rond te komen. Van mei 1945 tot juni 1948 publiceerde hij in kranten en tijdschriften meer dan honderd verhalen, recensies en essays. In het jaar 1946 verdiende hij bij uitgeverij Meulenhoff al duizend gulden.[70] Dit vulde hij aan met klussen als het vertalen van de detective Daylight on Saturday van J.B. Priestley en het schrijven van vier eigen detectiveverhalen die onder het pseudoniem Fjodor Klondyke verschenen.[71]
  
Regel 95: Regel 96:
  
 In 1946 schreef Hermans om geld te verdienen onder het pseudoniem Fjodor Klondyke vier detectives voor uitgever Bob de Wolf, die ze voor 50 cent per stuk op de markt bracht, met titels als Misdaad stelt de wet, De demon van ivoor, Moord aan de Noordpool en De leproos van Molokaï. Soms is de titel op het omslag niet precies dezelfde als op de titelpagina.[73] De verhalen zijn slordig uitgedacht, met figuren die komen en gaan, slordig geschreven, en slordig gezet. In 1946 schreef Hermans om geld te verdienen onder het pseudoniem Fjodor Klondyke vier detectives voor uitgever Bob de Wolf, die ze voor 50 cent per stuk op de markt bracht, met titels als Misdaad stelt de wet, De demon van ivoor, Moord aan de Noordpool en De leproos van Molokaï. Soms is de titel op het omslag niet precies dezelfde als op de titelpagina.[73] De verhalen zijn slordig uitgedacht, met figuren die komen en gaan, slordig geschreven, en slordig gezet.
-Redacteur van Criterium (1946-1948) 
  
 +==== Redacteur van Criterium (1946-1948) ====
 Hermans probeerde van de pen te leven, maar bleef ook contact houden met de universiteit. Op 3 oktober vond de oprichting van Lulofs plaats, het fysisch-geografisch dispuut. Hij was daarbij aanwezig, en hield er op 24 maart 1946 een voordracht over de invloed die Lulofs op Kant had. Hermans probeerde van de pen te leven, maar bleef ook contact houden met de universiteit. Op 3 oktober vond de oprichting van Lulofs plaats, het fysisch-geografisch dispuut. Hij was daarbij aanwezig, en hield er op 24 maart 1946 een voordracht over de invloed die Lulofs op Kant had.
  
Regel 110: Regel 111:
  
 In 1943 schreef Hermans zijn eerste roman Conserve, die zich grotendeels afspeelt in de Verenigde Staten van Amerika, onder de mormonen in Salt Lake City. In 1943 schreef Hermans zijn eerste roman Conserve, die zich grotendeels afspeelt in de Verenigde Staten van Amerika, onder de mormonen in Salt Lake City.
-Moedwil en misverstand (1948) 
-Zie Moedwil en misverstand voor het hoofdartikel over dit onderwerp. 
  
 +==== Moedwil en misverstand (1948) ====
 In 1947 werd van Hermans de novellebundel Praelogica aangekondigd,[81], maar pas in 1948 verscheen dit werk bij uitgeverij J.M. Meulenhoff onder de gewijzigde titel Moedwil en misverstand. In 1947 werd van Hermans de novellebundel Praelogica aangekondigd,[81], maar pas in 1948 verscheen dit werk bij uitgeverij J.M. Meulenhoff onder de gewijzigde titel Moedwil en misverstand.
-De tranen der acacia's (1946-1949) 
  
 +==== De tranen der acacia's (1946-1949) ====
 In november 1946 schreef Hermans aan zijn tweede roman, het oorlogsverhaal De tranen der acacia's, waarvoor hij meteen de definitieve titel had, maar nog zonder een idee hoe die gerechtvaardigd moest worden.[82] In november 1946 schreef Hermans aan zijn tweede roman, het oorlogsverhaal De tranen der acacia's, waarvoor hij meteen de definitieve titel had, maar nog zonder een idee hoe die gerechtvaardigd moest worden.[82]
-In Canada en Frankrijk (1948-1949)+ 
 +==== In Canada en Frankrijk (1948-1949) ====
 Als houtcontroleur moest Hermans tussen diverse plaatsen reizen, waarvan de meeste in de provincie New Brunswick lagen. Als houtcontroleur moest Hermans tussen diverse plaatsen reizen, waarvan de meeste in de provincie New Brunswick lagen.
  
Regel 701: Regel 702:
  
 ---- struct data ---- ---- struct data ----
 +auteur.auteurnaam    : 
 +auteur.volledigenaam : 
 +auteur.geboortedatum : 
 +auteur.sterfdatum    : 
 +auteur.geboorteplaats : 
 +auteur.geboorteland 
 +auteur.sterfplaats   : 
 +auteur.sterfland     : 
 +auteur.nationaliteit : 
 +auteur.wikipedia (NL) : 
 +auteur.wikipedia (org) : 
 +auteur.Sasteren Dokuwiki : 
 +auteur.eigensite     : 
 +auteur.Belangrijkste Werken : 
 +auteur.genre         : 
 ---- ----
  
/var/www/dokuwiki/data/attic/sasteren/auteurs/w.f._hermans.1693544104.txt.gz · Laatst gewijzigd: door admin_sasteren

Donate Powered by PHP Valid HTML5 Valid CSS Driven by DokuWiki