sasteren:boeken:hugo_claus:de_verwondering
Verschillen
Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.
| Beide kanten vorige revisieVorige revisie | |||
| sasteren:boeken:hugo_claus:de_verwondering [2023/09/03 08:48] – verwijderd - Externe bewerking (Ongeldige datum) 127.0.0.1 | sasteren:boeken:hugo_claus:de_verwondering [2023/09/03 08:48] (huidige) – ↷ Pagina naam van sasteren:boeken:hugo_claus:verwondering_de gewijzigd in sasteren:boeken:hugo_claus:de_verwondering admin_sasteren | ||
|---|---|---|---|
| Regel 1: | Regel 1: | ||
| + | ====== de verwondering ====== | ||
| + | De verwondering is een roman van de Vlaamse schrijver Hugo Claus die in 1962 werd uitgegeven door De Bezige Bij. Het hoofdpersonage, | ||
| + | |||
| + | ===== Paratekst ===== | ||
| + | Claus verklaart de titel van zijn werk zelf als een verwijzing naar Aristoteles als "de toestand van de mens voor het denken" | ||
| + | |||
| + | Voor de omslagillustratie van de eerste druk koos Claus een harpij, een mythologisch figuur. Die gekozen illustratie kan verwijzen naar het hellevaartmotief waarvoor we in De verwondering ook al verwijzingen vinden. De illustratie verwijst ook naar de Divina Commedia van Dante. Harpijen komen immers voor in Dante' | ||
| + | |||
| + | De omstreden omslagillustratie vertoont tevens troebelheid. Heldere afbakeningen zijn moeilijk waarneembaar. De cirkel die op het eerste gezicht te zien is, blijkt dan toch geen cirkel te zijn. Aan de cirkel kunnen meerdere interpretaties gegeven worden. Zo kan je de cirkel zien als een vergrootglas, | ||
| + | |||
| + | Het motto van het werk is een Castiliaans spreekwoord: | ||
| + | |||
| + | ===== Synopsis ===== | ||
| + | De gescheiden leraar Victor-Denijs de Rijckel leeft een uitzichtloos leven in het West-Vlaamse Oostende. Op een avond besluit hij om naar het zogenaamde Bal van het Wit Konijn te gaan. Op dat bal merkt hij een woordenwisseling tussen een man een en een vrouw op. De vrouw is knap en jong en intrigeert de leraar diep. De volgende dag ontmoet De Rijckel een jonge leerling van zijn school. De jongen blijkt Albert Verzele te heten en had de leraar de vorige dag gezien op het bal. Verzele vertelt De Rijckel dat de mysterieuze dame Alessandra Harmedam heet. De Rijckel is zo geïntrigeerd door de jonge dame dat hij besluit om met de leerling, Albert Verzele, een heuse queeste te ondernemen naar haar woonst: Kasteel Almout te Hekegem. Daar treft De Rijckel niet enkel de vrouw aan die hij zo begeert, maar ook een groep mensen die een verdwenen oostfrontstrijder genaamd Crabbe vereren. Zo is er de beeldhouwer Sprange die allerlei standbeelden van Crabbe maakte voor in de tuin van het kasteel en de moeder van Alessandra, Alice Harmedam, die Crabbe zag als een soort pleegzoon. Op het kasteel wordt De Rijckel door de familie Harmedam verkeerdelijk aanzien voor de Nederlandse dr. Heerema die een artikel heeft geschreven over het Vlaams-nationalisme. Dr. Heerema was namelijk uitgenodigd om naar Kasteel Almout te komen, waar enkele dagen later een bijeenkomst zou plaatsvinden van voormalige Verdinaso-leden. Door deze ongelukkige persoonswisseling wordt nu van De Rijckel verwacht dat hij een speech houdt voor alle leden die zich tijdens een congres hebben verzameld in het kasteel. In de dagen na de aankomst van De Rijckel en Verzele, beleven Alessandra Harmedam en De Rijckel een kortstondige romance, maar Alessandra kent nog steeds niet de ware identiteit van De Rijckel en denkt dus nog altijd dat hij Dr. Heerema is. Uiteindelijk wordt de leraar op de dag van het congres ontmaskerd door Alessandra en Sprange en meegenomen naar een psychiatrische instelling waar hij deze gebeurtenissen en andere anekdotes over zijn leven neerschrijft in vier verschillende handschriften. | ||
| + | |||
| + | ===== Structuur ===== | ||
| + | De roman bevat eenentwintig hoofdstukken en een viervoudig vertelperspectief.[7] De verteller is Victor-Denijs de Rijckel, een leraar Engels en Duits die opgenomen is in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij heeft vier verschillende handschriften. De vier verhaalmodi wisselen elkaar bijna elk hoofdstuk af, waardoor de verhaalstrengen telkens onderbroken en enkele hoofdstukken later terug hervat worden. Deze vier vertelperspectieven noemt De Rijckel " | ||
| + | |||
| + | * | ||
| + | |||
| + | * | ||
| + | | ||
| + | * | ||
| + | | ||
| + | * | ||
| + | |||
| + | De queeste van Victor-Denijs de Rijckel loopt als rode draad door het verhaal. De queeste heeft de opbouw van een heldenreis.[10] "Een held in wording beantwoordt aan de lokroep van het avontuur, daalt af in een onderwereld, | ||
| + | |||
| + | Voor een chronologische volgorde van de hoofdstukken, | ||
| + | |||
| + | ===== Inhoud ===== | ||
| + | |||
| + | ==== Eerste handschrift ==== | ||
| + | De Rijckel beschrijft wat hij meemaakte in de laatste dagen voor zijn opname. Dit doet hij in opdracht van zijn psychiater dr. Korneel van den Broecke, die gelooft dat dit een therapeutische werking zal hebben. De Rijckel noemt het zijn huiswerk. Hij schrijft over zichzelf in de hij-vorm ("de leraar" | ||
| + | |||
| + | Ontmoeting: In een Oostendse school vraagt de Prefect aan Victor-Denijs De Rijckel, leraar Engels en Duits, om een inleiding te geven bij zijn spreekbeurt op een vergadering die avond. In plaats daarvan gaat de leraar echter naar het Bal van het Wit Konijn in de Kursaal. Daar ziet hij een mooie vrouw die een financieel aanbod van autoverkoper Teddy Maertens afslaat. De Rijckel en Maertens achtervolgen haar wanneer ze de pier op wandelt. | ||
| + | |||
| + | Verkenning: Samen met de leerling Albert Verzele neemt De Rijckel de bus naar het fictieve dorpje Hekegem op zoek naar de vrouw van de vorige avond, die Alessandra blijkt te heten en daar in kasteel Almout zou wonen. Op verkenning in het kasteelbos zien ze de beeldhouwer Sprange die een verzameling beelden gemaakt heeft van Crabbe. Daarna nemen ze hun intrek in de herberg van Pier. | ||
| + | |||
| + | Aanval: Tot zijn verrassing wordt De Rijckel hartelijk ontvangen op kasteel Almout door Alessandra, haar ouders en Sprange. Per abuis aanzien ze hem voor de Nederlandse dr. Heerema, die een artikel geschreven heeft over Vlaams-nationalisme. Het is een kasteel in negentiende-eeuwse stijl: empire en second empire. Alleen een asbak met een beeltenis van Cyriel Verschaeve dateert uit de twintigste eeuw. Alleen aan Alessandra bekent hij dat hij niet dr. Heerema is. De Rijckel gelooft dat Crabbe plaatsgenomen heeft in zijn lichaam. | ||
| + | |||
| + | Bezetting: Herbergier Pier verdenkt De Rijckel ervan een pedofiel te zijn die Verzele gekidnapt heeft. In werkelijkheid wordt De Rijckel de tweede minnaar van Alessandra. (Crabbe was de eerste.) Op het kasteel vindt een bijeenkomst plaats van voormalige Verdinaso-leden. | ||
| + | |||
| + | Vlucht zonder verdediging: | ||
| + | Tweede handschrift | ||
| + | |||
| + | In een schriftje dat zijn verpleegster Fredine binnengesmokkeld heeft, houdt De Rijckel een dagboek bij ("mijn schrift" | ||
| + | Derde handschrift | ||
| + | |||
| + | Louter voor zichzelf schrijft hij nog meer herinneringen op in zijn eigen notaboekje. In de ik-vorm en de tegenwoordige tijd geeft hij commentaar bij de recente gebeurtenissen in Oostende en Hekegem; in de verleden tijd vertelt hij ook over gebeurtenissen die zich langer geleden afspeelden. | ||
| + | |||
| + | Hij beweert dat hij na het Bal van het Wit Konijn Alessandra' | ||
| + | |||
| + | Hij vertelt over zijn mislukte huwelijk met zijn voormalige leerlinge Elizabeth. Terwijl ze nog minderjarig was, ging hij met haar naar houthandel Haakebeen. Ze citeerden er Emily Dickinson en bedreven de liefde. Ze raakte zwanger en ze trouwden. Een jaar geleden zijn ze gescheiden. | ||
| + | |||
| + | Al schrijvende probeert hij zich te herinneren wat de anderen hem over de mysterieuze Crabbe verteld hebben. Deze werd omstreeks 1922 als vondeling opgenomen in het gezin Harmedam. Onder invloed van zijn held De Keukeleire werd hij lid van het Verdinaso. Hij was ooggetuige toen De Keukeleire op 20 mei 1940 zonder proces geëxecuteerd werd in het Franse Romazin. Daarna streed Crabbe als SS-Scharführer aan het Oostfront in het regiment van de Blauwvoeters. Uiteindelijk deserteerde hij en raakte vermist. In Hekegem kreeg hij een heldenstatus. Er ontstonden verschillende hypothesen over zijn dood, en sommigen bleven hopen dat hij terug zou keren. | ||
| + | Vierde handschrift | ||
| + | |||
| + | Eveneens in zijn eigen notaboekje gebruikt De Rijckel de wij-vorm om herinneringen op te halen aan de repressie, die plaatsvond in de dagen onmiddellijk na de Bevrijding. Er werd toen afgerekend met verschillende collaborateurs. Herman Haakebeen, houthandelaar en leider van DeVlag, had tijdens de Tweede Wereldoorlog een leidinggevende functie bij Winterhulp (in België anti-Duits). Richard Harmedam werd ineengeslagen op de markt van Oostende. | ||
| + | Einde | ||
| + | |||
| + | Op het einde schrijft De Rijckel een brief aan dr. Van den Broecke waarin hij klaagt over zijn behandeling en aankondigt dat hij het ziekenhuis zal ontvluchten. Zijn notities laat hij liggen. Niet in staat zichzelf te bedwingen begint hij op de kade van Oostende opnieuw te schreeuwen. | ||
| + | |||
| + | ===== Personages ===== | ||
| + | * | ||
| + | * | ||
| + | * | ||
| + | * | ||
| + | De Prefect is een strenge, autoritaire figuur die straffen uitdeelt op het Atheneum van Oostende. Orde is voor hem de belangrijkste norm. De Rijckel ziet de Prefect bijna als het middelpunt van het heelal. Hij hecht veel belang aan de manier waarop de Prefect hem ziet.[17] | ||
| + | Sprange was de ordonnans van Crabbe tijdens de oorlog. Als beeldhouwer maakte hij idealiserende voorstellingen van Crabbe in de kasteeltuin. | ||
| + | Alice Harmedam is de vrouw van Richard Harmedam en de moeder van Alessandra Harmedam. Voor dit huwelijk had zij een relatie met Maurice de Keukeleire. | ||
| + | Maurice de Keukeleire is de biologische vader van Alessandra. Hij is de oprichter van het Verdinaso, waarmee Claus een duidelijke parallel met Joris van Severen trekt, de échte oprichter van het fascistische Verdinaso. | ||
| + | Elizabeth is de ex-vrouw van De Rijckel. Hoe lang zij al gescheiden zijn, hoe oud Elizabeth juist is en of zij nu eigenlijk wel écht gescheiden is van De Rijckel, zijn slechts enkele van de vele raadsels waarvoor dit boek de lezer stelt, aangezien het talloze tegenstrijdigheden omtrent dit onderwerp bevat. Wat wel geweten is, is dat zij de leerling was van De Rijckel en dat zij op zestienjarige leeftijd een relatie met De Rijckel begon. | ||
| + | Fredine is de verpleegster van De Rijckel wanneer hij in een psychiatrische instelling zit. Zij bezorgt hem het boekje dat hij zal gebruiken om zijn verhaal te vertellen. Fredine geeft de lezer meer informatie over hoe De Rijckel in een instelling terecht is gekomen. | ||
| + | De Zigeunerin woont naast De Rijckel. Haar meest opvallende kenmerk is de belladonna-geur die zij volgens de beschrijvingen van De Rijckel voortdurend met zich meedraagt. Zij voorspelt de toekomst van De Rijckel. | ||
| + | Dr. Korneel van den Broecke is de psychiater van De Rijckel. Hij geeft De Rijckel de opdracht om zijn relaas op papier te zetten. Van den Broecke staat aan het hoofd van de psychiatrische instelling waarin De Rijckel opgesloten zit.[17] | ||
| + | |||
| + | Setting | ||
| + | |||
| + | De roman is gesitueerd in West-Vlaanderen rond 1960, vijftien jaar na de Tweede Wereldoorlog. Het hoofdpersonage Victor-Denijs de Rijckel beschrijft hoe hij de stad waar hij les geeft, Oostende, verlaat om op zoek te gaan naar een vrouw die hij op een gemaskerd bal ontmoette. Zijn zoektocht leidt hem naar het Kasteel Almout in Hekegem nabij Brugge.[18][19] | ||
| + | Ruimte | ||
| + | |||
| + | De locaties in De verwondering vinden hun oorsprong in de extraliteraire werkelijkheid, | ||
| + | Oostende | ||
| + | |||
| + | Oostende vormt de verifieerbare ruimte in de roman.[20] De stad bestaat namelijk echt, maar de locaties die Claus hier situeert zijn toch eerder symbolisch. De instelling waarin De Rijckel zich aan het begin van de roman bevindt, is de eerste locatie in Oostende. De Rijckel heeft er een eigen kamer, een begeleidend arts, en een verpleegster genaamd Fredine. Over de echtheid van die ruimte bestaat er wel onduidelijkheid. In de roman wordt namelijk niet expliciet vermeld dat het een instelling is. Aan de ene kant wordt De Rijckel in het Almoutverhaal in Hekegem gevangengenomen en verplaatst door enkele voormalige SS’ers.[21][22] Aan de andere kant wordt hij volgens Fredine door zijn vrouw Elizabeth naar de instelling gebracht.[23] De roman wordt althans ingeleid met de zin: “De leraar liep de twaalf meter van zijn kamer naar de lift in verwondering. Wachtte bij het traliewerk van de liftkooi. Stak drie vingers door de mazen.”[19][23] Hiermee vangt de negatieve sfeer van de roman aan. | ||
| + | |||
| + | Oostende omvat vervolgens de hotelkamer waar De Rijckel verblijft en de school waar hij les geeft. Die twee locaties zijn gesitueerd in het verleden en geven een eerste voorzet voor de grimmige sfeer die Claus creëert in de roman. De Rijckel is namelijk een jaar geleden gescheiden van zijn vrouw Elizabeth en leeft nu alleen in een hotelkamer en ook op school voelt De Rijckel zich ellendig. Hij heeft weinig contact met zijn collega’s en zijn leerlingen en voelt zich bijgevolg weinig gerespecteerd. Hij zet zich voornamelijk af tegen de Prefect van de school. Wanneer De Rijckel dan gevraagd wordt om een speech voor hem te geven, zorgt zijn afkeer ervoor dat hij dit niet zal doen. De negatieve situatie waarin hij zich bevindt, spoort hem vervolgens aan om naar een gemaskerd bal te gaan in de plaats.[24] | ||
| + | |||
| + | Het Bal van het Wit Konijn vindt ook plaats in Oostende. Het bal krijgt ook andere namen zoals het Bal van de Rat (door Albert Verzele), het Bal van de Dode Rat (door de sigarettenverkoper) en het Bal van de Dode Muis (door Teddy Maertens).[25] Hier ontmoet De Rijckel Alessandra Harmedam voor het eerst. Die ruimte stelt het begin van zijn zoektocht vast. En leidt daarmee ook de mythische ruimte van de roman, namelijk Kasteel Almout, in.[20] | ||
| + | Hekegem | ||
| + | |||
| + | De mythische ruimte in de roman is Hekegem. Hekegem bestaat niet, maar in de roman is het toch een dorp nabij Brugge. De Rijckel komt in Hekegem terecht door zijn zoektocht naar Alessandra. De eerste locatie in de ruimte is de herberg. De Rijckel keert steeds terug naar de herberg in zijn poging om meer over Alessandra en het Kasteel Almout te ontdekken. Hier komt hij veel te weten over Crabbe en het fascistische klimaat dat er in Hekegem heerst.[24] De ruimte is zo thematisch geladen. De roman speelt zich dan ook af tegen die naoorlogse, Vlaams-fascistische achtergrond. Kasteel Almout is hiervoor de belangrijkste ruimte; hier komt het thema van het fascisme volledig tot uiting. Het hoofdpersonage bevindt zich in Kasteel Almout in een groep van voormalige oostfrontstrijders die hun verdwenen leider Crabbe herdenkt.[25] Het fascisme draagt onvermijdelijk bij tot de negatieve sfeer in de roman: vijftien jaar na de oorlog ondersteunen enkele oud-SS' | ||
| + | |||
| + | De mythische ruimte heeft bovendien een reële grond. Het komt namelijk overeen met een bestaand kasteel; Kasteel Drie Koningen in Beernem. Claus zelf werd in 1952 door gravin d’Hespel uitgenodigd om in dat kasteel een weekend door te brengen.[20] De beschrijvingen van Kasteel Almout in de roman komen bijgevolg in grote mate overeen met dat Kasteel Drie Koningen: “een Frans herenhuis uit de negentiende eeuw.”[26] Er is een laan met kastanjebomen en beuken, een piepend hekje, een tuin met beelden, een bijgebouw, een veranda, een tennisveld enz.[27] Zelfs de vergaderzaal waar de oostfrontstrijders in de roman samenkomen, vertoont gelijkenissen als een langwerpige kamer met een glas-in-loodraam en een kloostertafel.[28] Allemaal dus elementen die overeenkomen met een extraliteraire werkelijkheid.[20] | ||
| + | Tijd | ||
| + | |||
| + | Het verhaal van de roman is opgedeeld in 21 hoofdstukken. De hoofdstukken zijn verdeeld in vier delen: een dagboek, een verslag, een notitieboek, | ||
| + | Thema' | ||
| + | Repressie, fascisme en collaboratie | ||
| + | |||
| + | Claus heeft vele van zijn eigen ervaringen en trauma' | ||
| + | Het oedipuscomplex | ||
| + | |||
| + | De roman bevat enkele impliciete verwijzingen naar de Oedipusmythe.[38] Vooral het personage van Crabbe wordt bestempeld als een gefaalde Griekse held die enkele gelijkenissen vertoont met de figuur van Oedipus. Crabbe was namelijk een vondeling die een ongezonde oedipale moederverbinding had ontwikkeld met zijn pleegmoeder Alice. Zijn pleegvader Richard wordt hier als een gecastreerde, | ||
| + | De heldenreis | ||
| + | |||
| + | Claus had een bijzondere fascinatie voor heroïsme.[41] Hierdoor loopt het motief van de heldenreis als een rode draad door De verwondering. De queeste naar het Kasteel Almout volgt het patroon van de " | ||
| + | Verwonderings- en spiegelmotief | ||
| + | |||
| + | De verwondering en " | ||
| + | Intertekstualiteit | ||
| + | |||
| + | Tijdens het schrijfproces behielp Claus zich met allerlei "zaken van buitenaf" | ||
| + | |||
| + | De Rijckel wordt door theoretici ook weleens de titel ' | ||
| + | Stijl en taal | ||
| + | Taal | ||
| + | |||
| + | Taal kan niet objectief zijn. In De verwondering hanteert Claus verschillende registers[54]. Het taalgebruik van de Prefect in het verhaal geeft dit heel duidelijk weer. In het bepaalde fragmenten lijkt de Prefect heel formeel, protserig Nederlands te spreken. Andere fragmenten waarin de Prefect aan het woord komt tonen een heel ander taalgebruik, | ||
| + | Stijl | ||
| + | |||
| + | Herhaling lijkt voor Claus een geliefkoosde stijlfiguur. Zo herhaalt De Rijckel bijvoorbeeld telkens opnieuw dat hij leraar Engels-Duits is. Hij lijkt ook vaak passages of bepaalde woorden te herhalen. Claus doet dit om een duidelijk beeld te schetsen van zijn personages.[11] Wanneer De Rijckel steeds opnieuw herhaalt dat hij leraar Engels-Duits is, benadrukt Claus dat dit voor De Rijckel iets heel belangrijks is. Andere passages over de Rijckel benadrukken dan weer hoe doelgericht hij is, bijvoorbeeld wanneer hij blijft herhalen dat hij naar school wandelt.[55] De verwondering staat vol van dit soort herhalingen. Niet alleen De Rijckel, maar ook alle andere personages worden op deze manier gekarakteriseerd. Deze techniek maakt de leeservaring een stuk intenser wordt.[55] | ||
| + | |||
| + | De dagboekfragmenten zijn een voorbeeld van stream of consciousness: | ||
| + | |||
| + | In De verwondering kiest Claus bovendien vaak voor discontinuïteit. Hij creëert zinnen, woorden of passages die de lezer vreemd en misplaatst lijken. Dit doet hij bijvoorbeeld wanneer hij plots overgaat van een beschrijving naar een citaat. Een voorbeeld hiervan: | ||
| + | |||
| + | “De jonge vrouw speelde met een sigaret, de leraar gaf haar vuur, zij zoog, haar wangen holden zich uit, zij staarde hem aan. Daimoon. ‘Bent u al lang in het land?’ Vroeg zij”[56]. | ||
| + | |||
| + | Opmerkelijk in deze zin is de manier waarop De Rijckel heel plots een eigen opmerking geeft: ‘Daimoon’. Door de beschrijving te doorbreken en een woord tussen te voegen dat de lezer niet verwacht, creëert Claus een gevoel van vervreemding bij de lezer. Op deze manier wordt aan de lezer duidelijk gemaakt dat De Rijckel er heel vreemde gedragingen op nahoudt. Een ander voorbeeld van discontinuïteit doet zich voor wanneer de Heilige Maagd Maria en het woord ' | ||
| + | Context en ontstaansgeschiedenis | ||
| + | Hugo Claus in de jaren '60. | ||
| + | Ontstaansgeschiedenis | ||
| + | |||
| + | De publicatie van De verwondering laat relatief lang op zich wachten. Pas zes jaar na De koele minnaar rolt de roman in voorpublicatie in het Nieuw Vlaams Tijdschrift van de persen waar hij in zes opeenvolgende afleveringen (van februari tot juli 1962, jaargang 15) wordt aangeboden.[36] Het lange wachten is onder andere te wijten aan het lange voorbereidingsproces waar Claus doorheen moet alvorens hij kon beginnen met schrijven. Hij behielp zich namelijk met allerlei 'zaken van buitenaf', | ||
| + | Context | ||
| + | |||
| + | Het mag geen toeval heten dat de repressie als een rode draad door de roman loopt. Hugo Claus zou namelijk als geen ander op twaalfjarige leeftijd geconfronteerd worden met de bittere realiteit van de Tweede Wereldoorlog. Het enige verschil met ongetwijfeld vele anderen, is het feit dat Claus enigszins gefascineerd leek te zijn door de flitsende taferelen die de oorlog met zich meebracht. " | ||
| + | Waardering | ||
| + | Hugo Claus krijgt de Prijs der Nederlandse Letteren uit handen van Koningin Beatrix in 1986. | ||
| + | |||
| + | In een van de naslagwerken over De verwondering werd gekeken naar de reactie van Nederlanders en Vlamingen op de roman en hoe die vaak toch heel wat verschilde. In Vlaanderen werd het boek positiever ontvangen dan in Nederland. In Vlaanderen besteedde men vooral veel aandacht aan de maatschappelijke achtergrond van de roman en in Nederland keek men vooral naar " | ||
| + | |||
| + | De reacties van recensenten waren gemengd. Enkelen vonden het een saaie roman en “verveling is het ergste waaraan een beroepslezer blootstaat." | ||
| + | |||
| + | In 1963 won Claus met zijn roman het Referendum der Vlaamse Letterkunde, | ||
| + | Vertalingen en adaptaties | ||
| + | Vertalingen | ||
| + | |||
| + | De roman werd vertaald in acht talen.[1] De eerste vertalingen verschenen in de jaren zeventig: in 1977 publiceerde Editions Complex de Franse versie L’étonnement (vertaald door Maddy Buysse) en in 1979 publiceerde Volk und Welt de Duitse versie Die Verwunderung (door Udo Birckholz). De eerste Engelse vertaling, Wonder door Michael Henry Heim, werd uitgegeven door Archipelago Books in 2009. Verder zijn er vertalingen van de roman in het Slowaaks (Úžas), Zweeds (Förundran), | ||
| + | |||
| + | De Nederlandse versie van de roman werd twintigmaal herdrukt; voornamelijk door De Bezige Bij, maar ook tweemaal door Querido. In maart 2018, tien jaar na de dood van Claus, publiceerde De Bezige Bij de meest recente editie: een speciale, kritische editie van de tekst door Kevin Absillis en Wendy Lemmens.[76] Deze kritische editie gebruikte de originele tekst, dus de allereerste druk, als basistekst. | ||
| + | Adaptaties | ||
| + | |||
| + | In 2014 ging de theateradaptatie De verwondering in première.[77] De voorstelling werd geproduceerd door het Toneelhuis en geregisseerd door Bart Meuleman. Meuleman vereenvoudigde de tekst voor de productie zodat de toeschouwer de verhaallijn probleemloos kon volgen.[78] Zijn bewerking van de tekst werd in januari 2014, kort voor de première, uitgegeven door Bebuquin. De voorstelling toerde vervolgens van eind Januari tot begin Maart rond Vlaanderen en bracht in totaal 20 opvoeringen. Het verhaal wordt gespeeld door Laurence Roothooft, Jonas Vermeulen, Hendrik van Doorn, Mark Verstraete, Koen de Sutter, Anouck Luyten, Tomas Pevenage, en Manou Kersting.[77] | ||
| + | Literatuuropgave | ||
| + | Edities | ||
| + | |||
| + | Claus, H. (1989). De verwondering. Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij. [vijftiende druk] | ||
| + | Claus, H. (2018). De verwondering. Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij. [twintigste druk] | ||
| + | |||
| + | Secundaire literatuur | ||
| + | |||
| + | A., J. (1962, 18 januari). Humo sprak met Hugo Claus. Humo, 26, 27–75. | ||
| + | Auteur Hugo Claus ... ik schrijf een boek vier keer.... (1962, 3 november). Haagse Post, 49(2499), 1–3. | ||
| + | Absillis, K. (2013). Hugo Claus en het verdriet van de puristen. In K. Absillis, S. Beeks, K. Lembrechts, & G. Wildermeersch (Reds.), De plicht van de dichter Hugo Claus en de politiek(pp. 170–196). Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij. | ||
| + | Absillis, K., & Lemmens, W. (2016). Moeten verstaanbaar blijven. De genese van registervariatie in Claus’ De verwondering (1962). Spiegel der Letteren. 58 (2), 215 – 248. | ||
| + | Absillis, K., (2018). nawoord van De Verwondering, | ||
| + | Bernaerts, L., ‘Verteltheorie’. In: Matthijs Sanders & Tom Sintobin (red.), Lezen in Verwondering. Veertien leeswijzers bij een roman van Hugo Claus. Nijmegen, Vantilt, 2014, 119-131. | ||
| + | Brems, H. (2006). Altijd weer vogels die nesten beginnen: geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1945-2005. Amsterdam, Uitgeverij Bert Bakker. | ||
| + | Claes, P. (1984). Claus-reading.Amsterdam, | ||
| + | De Ceulaer, J. (1964). Te gast bij Vlaamse auteurs IV. Antwerpen, p. 24. | ||
| + | De Smet, P. (1963). Gesprek met Hugo Claus over ‘De verwondering’. De Nieuwe Stem. Jaargang 18 · dbnl. Geraadpleegd op 24 oktober 2018, via https:// | ||
| + | De Vree, P. (1963). Tussen verwondering en verwarring. De Periscoop. | ||
| + | Duytschaever, | ||
| + | Frenkel- Frank, D. (1962, 6 januari). Dimitri Frenkel Frank: op bezoek bij Hugo Claus. Televizier. Geraadpleegd op 25 oktober 2018, vanhttp:// | ||
| + | Gomperts, H.A. ‘Als roman mislukt, maar interessant als document. De Verwondering van Hugo Claus: een verwarrend boek’. In: Het Parool (27 oktober 1962). | ||
| + | Hoogte, A. van der, ‘Gedurfd mislukt’. In: Elseviers weekblad (17 november 1962). Geraadpleegd op 21 oktober 2018, via http:// | ||
| + | “Ik deug voor niks anders”: H.P.-gesprek met Hugo Claus.(1962). Haagse Post, 49. Geraadpleegd van http:// | ||
| + | Janssen, B. (1963). Voer voor psychiaters. De verwondering. Een roman van Hugo Claus. Ons verbond, 3, 10-11. | ||
| + | Joosten, J., ‘Literaire kritiek’. In: Matthijs Sanders & Tom Sintobin (red.), Lezen in Verwondering. Veertien leeswijzers bij een roman van Hugo Claus. Nijmegen, Vantilt, 2014, 71-87 | ||
| + | Klein, Maarten (2004). "Twee in één: een doodgewaande fascist en een leraar Duits-Engels. Over De verwondering (1962) van Hugo Claus" | ||
| + | Kok, W. (1961). Van een speciale medewerker. Bij Hugo Claus in Gent: Vraaggesprek met fenomeen der moderne letteren. Zutphens Dagblad. | ||
| + | Lambrechts, A. (2013, 1 februari). Bal van het wit konijn. Geraadpleegd van https:// | ||
| + | Lemmens, W. (2014). Ik schrijf een eigen Claus-taal. Eerste aanzet tot onder-zoek naar de literaire taal(variatie) bij Hugo Claus. Over taal. 53 (5), 130 – 133. | ||
| + | Lemmens, W. (2016). Schamoteren met de grote woorden. Internationale Neerlandistiek, | ||
| + | Minckwitz, J. (1856). Handwoordenboek der mythologie of fabelkunde van alle volken voor instituten, gymnasiën en huiselijk gebruik. Geraadpleegd op 11 november via https:// | ||
| + | Lensen, Jan. (2014). De foute oorlog: schuld en nederlaag in het Vlaamse proza over de Tweede Wereldoorlog. Antwerpen, België: Garant. | ||
| + | Raat, G. F. H. (1993). Hugo Claus De Verwondering. In T. Anbeek, J. Goedegebuure, | ||
| + | Sanders, M. & Sintobin, T. (2014) Lezen in Verwondering. Nijmegen, Nederland: Uitgeverij Vantilt. | ||
| + | Sleutelaar, H. (1962). “Ik deug voor niks anders”: H.P.-gesprek met Hugo Claus. Haagse Post, 49. Geraadpleegd vanhttp:// | ||
| + | Smit, G., ‘“De Verwondering”, | ||
| + | Spinoy, E. (2018, 26 maart). Hugo Claus De verwondering onafkrabbaar cretinisme. De Reactor. Geraadpleegd op 25 oktober 2018, via https:// | ||
| + | Van Vlierden, B.F. (1974). Van In 't wonderjaer tot De verwondering. | ||
| + | Veenstra, J.H.W. (1955). Hugo Claus, europees schrijver. Vrij Nederland, 15 (25). | ||
| + | Walravens, J., ‘De Verwondering – nieuwe roman van Hugo Claus.’ In: Algemeen Handelsblad (27 april 1963). Geraadpleegd op 24 oktober 2018, via www.delpher.nl | ||
| + | Wildemeersch, | ||
| + | Zijp, F. (2007). Met dit werk wordt een jong talent volwassen. De receptie van De verwondering van Hugo Claus in Nederland en Vlaanderen (masterthesis). Geraadpleegd van https:// | ||
| + | |||
| + | Externe links | ||
| + | |||
| + | Het Hugo Claus Centrum, het Studie- en Documentatiecentrum dat het werk van Claus wil stimuleren, coördineren en, waar nodig, oriënteren (via Universiteit Antwerpen). | ||
| + | Kevin Absillis over De verwondering, | ||
| + | De Universiteit van Vlaanderen, voor een gedetailleerde uitleg over de queeste die Victor-Denijs De Rijckel onderneemt. | ||
| + | |||
| + | Verwijzingen | ||
| + | |||
| + | Vertalingen database - Letterenfonds. letterenfonds.secure.force.com. Geraadpleegd op 20 november 2018. | ||
| + | https:// | ||
| + | Spinoy, E. (2018, 26 maart). Hugo Claus De verwondering onafkrabbaar cretinisme. De Reactor. | ||
| + | Absillis, K., 'In de ban van De Verwondering' | ||
| + | Sanders, M. & Sintobin, T. Lezen in Verwondering. Nijmegem, Nederland: Uitgeverij Vantilt, 2014, p. 16 | ||
| + | Velter, Johan, Wat details rond 'de verwondering' | ||
| + | J. Duytschaever, | ||
| + | H. Claus, De Verwondering. De Bezige Bij (2018), pp. 148. ISBN 9789403103600. | ||
| + | H. Claus, De Verwondering. De Bezige Bij (2018), pp. 34. ISBN 9789403103600. | ||
| + | Absillis, K., ‘In de ban van De Verwondering’. In: Hugo Claus, De Verwondering. Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij, 2018, 277 | ||
| + | J. Duytschaever, | ||
| + | Absillis, K., ‘In de ban van De Verwondering’. In: Hugo Claus, De Verwondering. Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij, 2018, 276 | ||
| + | J. Duytschaever, | ||
| + | Waarom zijn helden gevaarlijk. Gearchiveerd op 7 mei 2019. Geraadpleegd op 20 december 2018. | ||
| + | Bernaerts, L., ‘Verteltheorie’. In: Matthijs Sanders & Tom Sintobin (red.), Lezen in Verwondering. Veertien leeswijzers bij een roman van Hugo Claus. Nijmegen, Vantilt, 2014, 124 | ||
| + | Absillis, K., 'In de ban van De Verwondering' | ||
| + | Klein, Maarten (2004). Twee in één: een doodgewaande fascist en een leraar Duits-Engels. Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 120 | ||
| + | Claus, Hugo, Lemmens, Wendy en Absillis, Kevin, De verwondering, | ||
| + | Absillis, K., ‘In de ban van De Verwondering’. In: Hugo Claus, De Verwondering. Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij, 2018, 273. | ||
| + | wat details rond ‘de verwondering’ van hugo claus (6). sfcdt (3 mei 2013). Gearchiveerd op 7 mei 2019. Geraadpleegd op 20 december 2018. | ||
| + | Claus, Hugo, De verwondering. De Bezige Bij (2018), pp. 246. | ||
| + | Absillis, K., ‘In de ban van De Verwondering’. In: Hugo Claus, De Verwondering. Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij, 2018, 279. | ||
| + | Claus, 2018, p. 7 | ||
| + | Absillis, K., ‘In de ban van De Verwondering’. In: Hugo Claus, De Verwondering. Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij, 2018, 276. | ||
| + | Absillis, K., ‘In de ban van De Verwondering’. In: Hugo Claus, De Verwondering. Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij, 2018, 274. | ||
| + | Claus, 2018, p. 71 | ||
| + | Claus, 2018, p. 112 | ||
| + | Claus, 2018, p. 123 | ||
| + | Raat, G. F. H. (1993), ‘Hugo Claus De verwondering’. In: T. Anbeek, J. Goedegebuure, | ||
| + | Absillis, K., ‘In de ban van De Verwondering’. In: Hugo Claus, De Verwondering. Amsterdam, Nederland: De Bezige Bij, 2018, 275. | ||
| + | Absillis, 2018, p. 294. | ||
| + | Claus, 2018, pp. 167 - 168. | ||
| + | Absillis, 2018, p. 295. | ||
| + | Vitse in Sanders en Sintobin, 2014, p. 280. | ||
| + | De Smet, 1963, p. 204. | ||
| + | Absillis, 2018; Zijp, 2007 | ||
| + | |||
| + | Louis Paul Boon: //‘Van de duivelskunstenaar Hugo Claus is De verwondering iets van het mooiste en het machtigste dat hij geschreven heeft.’// | ||
| + | ---- struct data ---- | ||
| + | boek.ISBN 13 : | ||
| + | boek.ISBN 10 : | ||
| + | boek.item_type | ||
| + | boek.title | ||
| + | boek.subtitel | ||
| + | boek.taal | ||
| + | boek.otitle | ||
| + | boek.author | ||
| + | boek.illustrator | ||
| + | boek.description | ||
| + | boek.Publisher | ||
| + | boek.printversion | ||
| + | boek.version | ||
| + | boek.Year | ||
| + | boek.Month | ||
| + | boek.Day | ||
| + | boek.Pages | ||
| + | boek.Cover Image : : | ||
| + | boek.waarde | ||
| + | boek.bronwaarde | ||
| + | boek.group | ||
| + | boek.tags | ||
| + | boek.status | ||
| + | boek.uitgeleend aan : | ||
| + | boek.plaatsing | ||
| + | ---- | ||
