sasteren:boeken:w.f._hermans:nooit_meer_slapen
Verschillen
Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.
| Beide kanten vorige revisieVorige revisieVolgende revisie | Vorige revisie | ||
| sasteren:boeken:w.f._hermans:nooit_meer_slapen [2023/08/09 05:05] – inline edit admin_sasteren | sasteren:boeken:w.f._hermans:nooit_meer_slapen [2023/08/31 06:02] (huidige) – admin_sasteren | ||
|---|---|---|---|
| Regel 1: | Regel 1: | ||
| - | ====== | + | ====== |
| + | Nooit meer slapen is een in februari 1966 gepubliceerde roman van Willem Frederik Hermans, zijn zesde, over de wetenschappelijke expeditie van de jonge geoloog Alfred Issendorf naar Noors Lapland. In Finnmark, een onherbergzaam gebied zo noordelijk dat 's zomers de zon niet ondergaat, hoopt hij met zijn Noorse gids Arne Jordal meteorietkraters te vinden. Reeds kort na verschijnen werd het boek in brede kring als een meesterwerk beschouwd.[1] De beginzin, 'De portier is een invalide', | ||
| + | De roman is gebaseerd op expedities van de auteur door Zweden en Noorwegen, maar de personages zijn twintig jaar jonger dan de werkelijke en ook vielen er in het echt geen doden. | ||
| + | |||
| + | Veel bestudeerde aspecten zijn de vertelsituatie in reportagestijl, | ||
| + | |||
| + | Het boek werd in 1966 bekroond met de Vijverbergprijs, | ||
| + | |||
| + | ===== Inhoud ===== | ||
| + | Alfred Issendorf is een 25-jarige student geologie die een expeditie naar Noors Lapland (Finnmarken) onderneemt voor zijn promotieonderzoek. Doel van het onderzoek en zijn voettocht is om de hypothese van zijn promotor, professor Sibbelee, te bewijzen, die inhoudt dat de ronde gaten die ter plekke overal in de bodem te vinden zijn, veroorzaakt zijn door meteorietinslagen. De persoonlijke motivatie van Alfred ligt in het verlangen met een ontdekking zijn overleden vader, een verongelukte bioloog, te overtreffen. | ||
| + | |||
| + | Alfred bezoekt de 84-jarige professor Ørnulf Nummedal van het geologisch instituut te Oslo omdat luchtfoto' | ||
| + | |||
| + | Bij de geologische dienst blijkt men midden in een verhuizing naar een gloednieuw pand. Er moeten wel ergens luchtfoto' | ||
| + | |||
| + | Daar voegt hij zich bij zijn drie Noorse expeditiegenoten, | ||
| + | |||
| + | Wanneer Mikkelsen de luchtfoto’s in zijn bezit blijkt te hebben, wakkert deze constatering niet alleen Alfreds gevoelens van onzekerheid aan, maar ook diens achterdocht. Hij vraagt zich af of Nummedal zijn onderzoek soms met opzet probeert te dwarsbomen. Mikkelsen laat hem de luchtfoto' | ||
| + | |||
| + | Het gezelschap splitst zich en Alfred gaat alleen met Arne verder. Na onenigheid over de te volgen richting raakt hij Arne kwijt. Als ook zijn kompas in een rotsspleet valt, weet Alfred niet waar hij is of naartoe moet om Arne terug te vinden. Dan merkt hij dat het hem toch lukt zijn weg te vinden, vooruit te komen en in leven te blijven, door vis te vangen en rauw op te eten. Zijn zelfvertrouwen keert terug. Later vindt hij Arne inderdaad, maar die blijkt verongelukt. Kennelijk uitgegleden, | ||
| + | |||
| + | Alfred gaat te voet terug naar de bewoonde wereld, waar hij totaal uitgeput aankomt, om Arnes lichaam te laten ophalen. Terug in de bus ziet hij een lichtflits en hoort een harde klap. Het is de inslag van een meteoriet, maar hij heeft er geen enkele belangstelling voor. Wanneer Alfred thuis is heeft zijn moeder een verrassing voor hem: een stel manchetknopen, | ||
| + | Autobiografische achtergrond | ||
| + | |||
| + | Van 28 juli tot 5 augustus 1960 woonde de auteur te Abisko (Noord-Zweden) een aardrijkskundig symposium over glaciale morfologie en periglaciale processen bij.[6][7] Doel van de excursie was, in de woorden van publicist Arno van der Valk, ' | ||
| + | |||
| + | Aansluitend woonde Hermans van 6 tot 13 augustus 1960 in Stockholm het negentiende Internationaal Geografisch Congres bij.[6] | ||
| + | |||
| + | In juli en augustus 1961 trok Hermans met onder meer Fjellang op studiereis door Finnmark in Noorwegen. Deze tocht vormt de basis voor de roman. Op 8 juli kwamen Hermans en Fjellang aan in Skoganvarre, | ||
| + | Noorwegen, Finnmark - Karasjok waar Hermans in 1961 de tocht uit de roman maakte | ||
| + | |||
| + | Na deze drie tochten, waarbij het veldwerk glaciale afzettingen en glaciale erosie tot onderwerp had, trok Hermans in zijn eentje nog verder, vermoedelijk naar de Noordkaap en dan via Bergen en het bergachtige zuiden naar Asker.[14] Hij meldde zich halverwege augustus weer bij Fjellang thuis. De beschrijving van de tochten in de roman, zoals de muggen, beantwoordt volgens Fjellang in hoge mate aan de werkelijkheid. Ook het Noorse meisje Inger-Marie dat voor Alfred het dagboek van Arne vertaalt is niet verzonnen.[15] | ||
| + | |||
| + | Tijdens het Zweedse congres uit 1960 maakte Hermans ook kennis met de Amerikaanse fotograaf en bergbeklimmer Barry C. Bishop, die drie jaar later, in 1963, de Mount Everest zou beklimmen. Na de terugtocht moesten zijn pinken en enkele tenen geamputeerd worden. Bishop stond model voor Brandel die in de roman ter sprake komt.[16] | ||
| + | |||
| + | Ondanks de treffende overeenkomsten is het verhaal dat zich in dit decor afspeelt in essentie verzonnen. In 1974 schreef Hermans aan Fjellang: | ||
| + | |||
| + | The story in the book is entirely ficticious—the characters are fifteen years younger than we were in 1961.[15] | ||
| + | |||
| + | Volgens Skålvoll, in wiens herinneringen Hermans voortleeft als een aardige man met veel humor, zijn er in werkelijkheid tijdens de expeditie geen uitgebreide filosofische gesprekken gevoerd zoals in de roman en ook is er geen dode gevallen. Evenmin is er na het vertrek van Hermans een meteoriet ingeslagen in Finnmark.[17] | ||
| + | Schriftelijke bronnen | ||
| + | |||
| + | Achterin heeft de auteur enige aantekeningen toegevoegd, waaronder een vermelding van de herkomst van het krantenbericht over de Himalaya-expeditie. Waarschijnlijk door een zetfout staat de datum daar verkeerd vermeld, want het bewuste artikel verscheen niet op 3 maar 30 oktober in het Algemeen Handelsblad.[18] | ||
| + | |||
| + | Boeken over de geologie van Noorwegen die de auteur heeft gebruikt voor zijn roman zijn in elk geval Ø. Vorren (red.), Norway North of 65 (1960) en Olaf Holtedahl (red.), Geology of Norway (1960). Een van de andere auteurs uit de laatste titel heette Christoffer Oftedahl. De talrijke verwijzingen naar de Noorse mythologie in de roman zijn allemaal afkomstig uit: H. Hveberg, Of Gods and Giants. Norse Mythology (1962).[19] | ||
| + | Schrijfstijl | ||
| + | |||
| + | Nooit meer slapen wordt verteld in de destijds ongebruikelijke combinatie van de eerste persoon onvoltooid tegenwoordige tijd.[20][21] Sprongen in de tijd worden soms expliciet vermeld met aanduidingen als 'een uur later', | ||
| + | |||
| + | Het reportagekarakter van de roman blijkt uit de pregnante formuleringen in korte zinnetjes met weinig komma' | ||
| + | |||
| + | Veel beschouwers menen dat Alfreds verslag een nauwgezette registratie is. Volgens literatuurwetenschapper J. Fontijn is er sprake van 'een exactheid die " | ||
| + | |||
| + | Tijd, plaats, fysionomie van personen met wie hij geconfronteerd wordt, kleuren, getallen, worden zeker in de eerste helft van het boek tot in details weergegeven.' | ||
| + | |||
| + | Van dergelijke exactheid is volgens literatuurwetenschapper G.F.H. Raat geen sprake, want hij meent dat 'de noterende stijl' een imitatie is van het registrerend bewustzijn: | ||
| + | |||
| + | Alfreds waarnemingen worden vaak terstond bij gekleurd door gedachten en associaties.' | ||
| + | |||
| + | De scherpe waarneming door de ik-verteller is op twee manieren te verklaren. Ten eerste is Alfred ' | ||
| + | Structuur | ||
| + | |||
| + | Criticus Paul de Wispelaere onderscheidt een dubbele structuur. De eerste structuur is het van moment tot moment registrerende en denkende bewustzijn van Alfred dat zich uit in ' | ||
| + | |||
| + | Ook Hella Haasse sluit zich aan bij de karakterisering dat achter het feitelijke reisverslag van Alfred een organiserende hand verantwoordelijk is voor de hechtheid die bij een roman en niet bij een reisverslag hoort.[34] Dit bewustzijn manifesteert zich eenmaal 'op zeer expliciete wijze, als hij de leek aanraadt zelf maar op te zoeken wat schisteus gesteente is.' | ||
| + | |||
| + | Eenmaal wordt het perspectief van Alfred doorbroken, namelijk wanneer het meisje Inger-Marie de Noorse notities van Arne voor Alfred vertaalt. 'Het boekje van Arne stelt de lezer, opgesloten in Alfreds wereld, in staat de hoofdpersoon te zien door de ogen van een ander.' | ||
| + | |||
| + | Met het tijdsverloop als uitgangspunt ziet Haasse een drievoudige structuur: behalve de reisreportage zijn er Alfreds herinneringen, | ||
| + | Datering van de verhaalwerkelijkheid | ||
| + | |||
| + | In de roman wordt niet vermeld welk jaar het is. Alfreds vader is kort na juli 1947 overleden en toen was Alfred zeven jaar oud. Alfred is dus in 1940 geboren. Ten tijde van de expeditie is hij 25 jaar oud, zodat het 1965 moet zijn.[40] Berekening aan de hand van buitentekstuele gegevens levert een andere uitkomst op. Op vrijdag 15 juni bezoekt Alfred Nummedal. Die datum viel dertien keer op een vrijdag in de twintigste eeuw, maar niet in 1965. Aangezien het Modern Jazz Quartet ter sprake komt en Alfred in hoofdstuk zeven op zijn hotelkamer naar een transistorradio luistert, moet 1962 het jaar zijn.[41] | ||
| + | |||
| + | Wel bestaat overeenstemming over de vraag hoeveel tijd er verstrijkt tussen het bezoek aan Nummedal en Alfreds aankomst in de familiekring aan het slot, namelijk drie weken. Precies is dat niet vast te stellen, omdat de zon in het gebied niet ondergaat en Alfreds horloge, het enige oriëntatiepunt hieromtrent, | ||
| + | |||
| + | Het tijdsverloop in de roman wordt benadrukt doordat Alfred vaak op zijn horloge kijkt en zich ook verder overmatig van de tijd bewust is. Als zijn horloge onklaar raakt heeft Alfred geen besef meer van tijd, maar ook geen zorgen meer hierover.[44] | ||
| + | De verhouding tussen Alfred en Arne | ||
| + | |||
| + | Als Alfreds gids vervult Arne ' | ||
| + | |||
| + | Raat taxeert de houding van Alfred tegenover Arne als een geval van ' | ||
| + | Thema' | ||
| + | De onmachtige mens | ||
| + | |||
| + | Haasse acht de hoofdpersoon Alfred Issendorf, 'zijn naam zegt het al', 'te dorps' voor zijn taak en daarom 'niet opgewassen tegen de listen en lagen van de Natuur' | ||
| + | |||
| + | Criticus Kees Fens noemt de scène op de top van de berg Vuorje, in hoofdstuk 36, de meest frappante episode van de roman. 'Wat zie ik? Niets. Aan alle kanten omgeven door witte nevel. Ik kan alleen het vlakke stukje waar ik op sta, zien. Wanhopig loop ik heen en weer: overal afgronden om mij heen die eindigen in damp.' | ||
| + | |||
| + | Literatuurhistoricus Ton Anbeek onderscheidt twee thema' | ||
| + | De drie stadia in de ontwikkeling der mensheid | ||
| + | |||
| + | Hoofdstuk 7 bevat een belangrijke passage voor de psychologische interpretatie van de roman, namelijk Alfreds theorie over de drie stadia waarin de ontwikkeling van de mensheid te verdelen is. | ||
| + | |||
| + | Als je mij vraagt zijn er drie belangrijke stadia in de geschiedenis van de mens. | ||
| + | In het eerste kende hij zijn eigen spiegelbeeld niet, evenmin als een dier dat kent. (...) Tweede stadium: Narcissus ontdekt het spiegelbeeld. Niet Prometheus die het vuur ontdekte is de grootste geleerde van de Oudheid, maar Narcissus. Voor het eerst ziet ' | ||
| + | De psychologie komt tot bloei.[55] | ||
| + | — Alfred Issendorf | ||
| + | |||
| + | Alfred begint in het derde stadium en bereikt het tweede als hij Arne kwijtraakt, zijn fototoestel is dan net onklaar geraakt. Er is weer sprake van een symmetrische verhouding tussen het ik en het zelf. Wanneer hij ook zijn kompas en daarmee het spiegeltje kwijtraakt, bevindt hij zich in het eerste stadium: zijn omstandigheden zijn primitief als die van de eerste mensen, hij piekert minder en komt voor het eerst in harmonie met de natuur. Hij baadt nu in ' | ||
| + | Communicatie | ||
| + | |||
| + | Taalproblemen spelen een grote rol. Alfred spreekt geen Noors en veel andere personages spreken een voor hem onverstaanbaar Engels. Zijn Noorse reisgenoten spreken uit beleefdheid meestal Engels, maar soms ook Noors en dat versterkt Alfreds achterdocht. De taalproblematiek strekt bij Hermans altijd verder dan de concrete situatie en is 'van meer algemene aard, een sterke exponent van de geringe mogelijkheden voor mensen om met elkaar te communiceren.' | ||
| + | Motieven | ||
| + | |||
| + | Een netwerk van samenhangende motieven verleent de roman hechtheid en de details functionaliteit. 'Al die gebeurtenissen en motieven spiegelen elkaar,' | ||
| + | |||
| + | Wetenschap: omdat de roman een wetenschappelijke expeditie beschrijft, is de wetenschap een regelmatig gespreksonderwerp van de personages. Er vallen namen als Heiskanen (geoloog), Sauerbruck (chirurg), Buys Ballot, Christiaan Huygens, Galilei. | ||
| + | Ontdekkingsreizigers: | ||
| + | Alchemie: volgens Nummedal verloochent de ware geoloog zijn afkomst van goudzoeker nooit helemaal. Alfred overdenkt dat hij 'de steen der wijzen' | ||
| + | Vrijmetselarij: | ||
| + | Sagen: passanten worden vergeleken met figuren uit de Edda van Snorre Sturlason. Zie ook het motief Reuzen. | ||
| + | Klassieke mythologie: Aeneas en Dido, Alfreds moeder heet Aglaia, in de Griekse mythologie de moeder van een koning. Ook overweegt Alfred het trieste lot van een leraar Grieks, die slechts enkele leerlingen met werkelijke interesse treft. | ||
| + | Psychoanalyse en zelfbeeld (spiegel): Qvigstad heeft een omgekeerd oedipuscomplex: | ||
| + | Spiegel: Alfred ziet in de opklapbare bril van Nummedal vier spiegeltjes, | ||
| + | Godsdienst: Alfred vindt zijn zusje Eva dom omdat zij gelovig is, Arne heeft het over een boek getiteld Het gezicht van God na Auschwitz, er is sprake van gebouwen met een religieuze functie (hunebedden, | ||
| + | Vis: gravlaks, zalm die enige tijd begraven is, zou een doodsymbool zijn, Hvalbiff blijkt walvissenvlees te betekenen, bovendien vangt Alfred eenmaal alleen honderden vissen in zijn net. | ||
| + | Kunst: herhaaldelijk worden wetenschap en kunst met elkaar vergeleken; recensenten van romans, zoals de moeder van Alfred, worden met oplichters vergeleken; als jongetje wilde Alfred fluitist worden. | ||
| + | Stenen: uiteraard verwijzingen naar meteorieten, | ||
| + | Reuzen: het landschap wordt geregeld beschreven alsof het door reuzen is gemaakt. Zo is het kloofdal een soort amfitheater voor reuzen, is het net of een reusachtige hand de begroeiing van de berg heeft weggemaaid en is Alfreds visnet precies een enorm spinnenweb. | ||
| + | Een klein land: herhaalde vergelijking tussen Nederland en Noorwegen over het nadeel klein te zijn. | ||
| + | Taal: Engels neemt een bijzondere plaats in, omdat de Noren zich in die taal tot Alfred richten. Ook probeert hij onderweg naar Noorwegen iemand te helpen die Engels uit een boekje probeert te leren. Het niet verstaan van het Noors leidt tot onzekerheid en wantrouwen bij Alfred, die niet alles kan volgen wat zijn medereizigers tegen elkaar zeggen. | ||
| + | Vallen: Herhaaldelijk wordt op (bijna) vallen gezinspeeld. De vader van Alfred stierf als gevolg van zijn val. Ook Arne stierf als gevolg van zijn val. Alfred scheurde zijn been open door zijn val. | ||
| + | |||
| + | Vergilius en Dante | ||
| + | |||
| + | Alfred vergelijkt zichzelf met Aeneas en een hem bekend meisje met Dido. Reeds in de eerste recensies werd gewezen op een intertekstueel verband met de Aeneis van Vergilius. Hospes wijst op de rivier de Styx, die negenmaal om de onderwereld stroomt, en Alfreds overweging dat hij acht of negen rivieren moet oversteken.[59] Hospes suggereert ook een verband met het eerste deel van de De goddelijke komedie van Dante, de hel, waarbij een tocht door de onderwereld wordt ondernomen. In dat verband zou Alfred een allegorisch, | ||
| + | Titelverklaring | ||
| + | |||
| + | De titel van de roman is op meerdere manieren op het verhaal van toepassing, volgens criticus Kees Fens minstens vijf. | ||
| + | |||
| + | Ten eerste duidt de titel op de slapeloosheid die het gevolg is van de locatie in het noorden van Noorwegen, waar de zon nooit ondergaat. | ||
| + | |||
| + | Ten tweede slaat de titel op de dood, wijst de overdenking van Alfred uit als hij Arne terugvindt, die van een helling doodgevallen blijkt te zijn. Het gezicht van Arne 'is precies zo als ik het gezien heb in zijn slaap: onbegrijpelijk oud en moe, gerimpeld als de schors van een eik. Maar dit is geen slapen. Dit is nooit meer slapen.' | ||
| + | |||
| + | Ten derde komt Alfred tot het inzicht dat het bevestigen van de wetenschappelijke hypothese een illusie was: hij onderkent deze als een ' | ||
| + | |||
| + | Ten vierde kan de titel 'als een waarschuwing of gebiedende wijs worden geïnterpreteerd: | ||
| + | |||
| + | Ten vijfde drukt nooit meer slapen in deze laatste betekenis ook nog een wens van Alfred uit.[52] | ||
| + | |||
| + | Recensent Hans Berghuis meent dat de titel slaat op de situatie van Alfred, die in de loop van de roman definitief ontwaakt uit zijn ' | ||
| + | |||
| + | De titel lijkt ook op de uitspraak die het titelpersonage uit het toneelstuk Macbeth van Shakespeare hoort nadat hij Duncan heeft vermoord: 'Sleep no more.' | ||
| + | Ontstaansgeschiedenis | ||
| + | |||
| + | De kiem voor Nooit meer slapen dateert uit het voorjaar van 1955, bijna elf jaar voordat de roman daadwerkelijk zou verschijnen. Op 30 november 1955 schreef Hermans aan uitgever Van Oorschot over een grote roman 'die ik al een half jaar in mijn hoofd heb' | ||
| + | |||
| + | Op 31 juli 1960 zond Hermans een ansichtkaart aan zijn toenmalige uitgever G.A. van Oorschot met de tekst: 'Een oord om een nieuwe roman te schrijven, maar vandaag geen tijd.' | ||
| + | |||
| + | Op 3 februari 1965 schreef de auteur aan Gust Gils: 'Ik ben bezig een van mijn romans af te maken.' | ||
| + | |||
| + | Op 15 juni 1965 schreef Hermans in een brief aan Freddy de Vree wat er met deze roman voor hem op het spel stond: | ||
| + | |||
| + | Ik schrijf een heel moeilijke roman. Heel vervelend. Er komen alleen dingen in voor die echt zouden kunnen gebeuren. Jammer, maar het moet toch geschreven worden. Als het boek niet lukt, houd ik op met schrijven in het openbaar, denk ik. | ||
| + | |||
| + | Met lukken bedoel ik niet dat het moet inslaan als een W.F.H.-bom, maar het moet voor mijn eigen gevoel lukken. Dit is nog niet beslist, al ben ik op pagina 102.[69][70] | ||
| + | |||
| + | Aan Rudy Kousbroek schreef Hermans op 24 juli 1965 dat hij zijn vakantie uitstelde: ' | ||
| + | |||
| + | Op 19 augustus[72] schreef hij Kousbroek dat hij de roman af had: | ||
| + | |||
| + | Gisteren kon ik tot de conclusie komen dat [Nooit meer slapen] in eerste instantie, dat wil zeggen in onleesbaar klad, klaar is. Dit is van geen geringe betekenis voor mij. [...] Ik moet het boek nu nog helemaal overtikken en hier en daar wat bijwerken. Ik vertel er verder maar niets over, al zou ik dat graag doen, omdat het voor het nageslacht altijd zo interessant is, in de brieven van beroemde auteurs te lezen wat zij erover aan hun vrienden schreven, toen ze bezig waren hun beroemde romans te scheppen.[73] | ||
| + | |||
| + | Op 6 september rapporteerde de auteur aan Kousbroek zijn vorderingen: | ||
| + | |||
| + | Met de roman ben ik nog minstens veertien dagen zoet. Het is in zoverre een voor mijn doen ongebruikelijk boek, omdat er betrekkelijk weinig aperte monsters in voorkomen. Nee, sympathieke, | ||
| + | |||
| + | Drukgeschiedenis | ||
| + | Oplagen herdrukken | ||
| + | |||
| + | De roman beleefde zo'n vijfentwintig drukken tijdens het leven van de auteur. Hermans' | ||
| + | |||
| + | In februari 1966 verscheen de eerste druk van de roman (JS 229)[noot 1] bij uitgeverij De Bezige Bij als Literaire Reuzenpocket 173 (deze aanduiding geldt tot en met de elfde druk), met een omslag van Leendert Stofbergen. De oplage bedroeg 19.400 gebrocheerde en 490 gebonden exemplaren. | ||
| + | |||
| + | Tweede druk (JS 230), juni 1960, oplage 10.000 gebrocheerde en 500 gebonden exemplaren. De totale oplage van de twee drukken uit 1966 bedroeg 30.200. | ||
| + | Derde druk (JS 231), september 1967, oplage 6023. | ||
| + | Vierde druk (JS 232), mei 1968, oplage 4979. | ||
| + | Vijfde druk (JS 233), januari 1969, oplage 5000. | ||
| + | Zesde druk (JS 234), december 1969, oplage 4000. | ||
| + | Zevende druk (JS 235), juli 1970, oplage 3950. | ||
| + | Achtste druk (JS 236), maart 1971, oplage 5000. | ||
| + | Negende druk (JS 237), oktober 1971, oplage 5000. | ||
| + | Tiende druk (JS 238), juni 1972, oplage 4975. | ||
| + | Elfde, geheel opnieuw gezette en herziene druk (JS 239), maart 1973, oplage 7791. | ||
| + | Twaalfde druk (JS 240), Serie BB Literair, augustus 1974, oplage 16.244. | ||
| + | Dertiende druk (JS 241), mei 1976, oplage 10.218. | ||
| + | Veertiende druk (JS 242), november 1977, oplage 11.976. | ||
| + | Vijftiende druk (JS 243), 1978, Met inleiding en aantekeninge door E.C. Britz (Universiteit van Stellenbosch), | ||
| + | Zestiende, opnieuw gezette en uitgebreide druk (JS 244), juni 1979, oplage 11.616. | ||
| + | Zeventiende druk (JS 245), februari 1981, oplage 10.101. | ||
| + | Achttiende druk (JS 246), februari 1983, oplage 7133. | ||
| + | Negentiende druk (JS 247), oktober 1984, oplage 7165. | ||
| + | Twintigste, opnieuw gezette druk (JS 248), december 1985, Baambrugge: Grote Letter Bibliotheek, | ||
| + | Eenentwintigste druk (JS 249), augustus 1986, oplage 8181. | ||
| + | Tweeëntwintigste druk (JS 250), januari 1989, oplage 7518. | ||
| + | Drieëntwintigste druk (JS 251), juni 1991, oplage 6036. | ||
| + | Vierentwintigste druk (JS 252), augustus 1991, oplage 1500. | ||
| + | Vijfentwintigste druk (JS 253), februari 1993, oplage 7.500 (waarvan 2000 gebonden). | ||
| + | Zesentwintigste druk (JS 254), augustus 1995, oplage 4000. | ||
| + | Zevenentwintigste druk (JS 255), juni 1997, oplage 30.000. | ||
| + | Achtentwintigste druk (JS 256), november 1999, Reeks Grote Lijsters, Groningen en Deurne: Wolters Noordhoff en Wolters Plantyn. Oplage niet vermeld. | ||
| + | Negenentwintigste druk (JS 257), november 1999, oplage niet vermeld. | ||
| + | Dertigste druk (JS 257a), april 2003, oplage 12.500. | ||
| + | Eenendertigste druk (JS 257b), 2004, Reeks Kroonlijsters, | ||
| + | |||
| + | Wijzigingen in herdrukken | ||
| + | |||
| + | Vanaf de zesde druk (1969, JS 234) gebruikte Stofbergen voor het omslag een door Hermans gemaakte foto, waarop een grote steen in een kaal landschap en een reiziger met rugzak te zien is. De elfde druk (JS 239), verschenen juli 1973, is op tal van plaatsen herzien. In de zestiende, uitgebreide druk (1979, JS 244) bracht de auteur nog veel meer wijzigingen aan. Het omslag toont nu een door de auteur gemaakte foto van een door smeltijs veroorzaakte beek met kiezels. De wijzigingen in deze drukken uit 1973 en 1979 zijn zo omvangrijk dat de paginaverwijzingen in de secundaire literatuur die voor 1973 en 1979 verscheen, vaak niet meer van toepassing zijn.[75] | ||
| + | |||
| + | De aard van de wijzigingen betrof in 1973 voornamelijk correcties van spelling, stijl en Noorse woorden. De herziening van 1979 betreft ook de compositie van de roman. Het volgende overzicht duidt slechts de voornaamste wijzigingen aan.[76] Het taalgebruik is ruwer, Alfred stelt meer vragen bij de verstandhouding tussen Nummedal en Sibbelee, zijn slapeloosheid wordt meer benadrukt, de beschrijving van Brandel is negatiever geworden, directeur Oftedahl benadrukt het belang van luchtfoto' | ||
| + | |||
| + | De vijfentwintigste druk uit februari 1993 is de laatste tijdens het leven van de auteur verschenen druk (JS 253) en bevat ' | ||
| + | Waarderingsgeschiedenis | ||
| + | |||
| + | De roman kreeg ruim veertig, overwegend lovende recensies in kranten.[79] Hans Berghuis schreef in de Volkskrant dat Hermans zijn romanopvatting ' | ||
| + | |||
| + | De mens zit opgesloten in zichzelf, op een aarde waarvan slechts een dunne ring bewoonbaar is, in een kosmos ' | ||
| + | |||
| + | Een groot psycholoog acht Morriën Hermans niet; eerder ligt zijn kwaliteit als romanschrijver 'in de enigszins rechtlijnige behandeling van eenzelvige personages die zich tegenover de anderen hebben opgesteld, die zelfs in gezelschap alléén opereren, zich door samenzweringen belaagd voelen en niet zonder zelfbeklag dupe worden van mensen die vermeende goede bedoelingen met hen hebben maar in werkelijkheid eigen belangen bevredigen.' | ||
| + | |||
| + | Enkele besprekers, onder wie Ab Visser, Adriaan van der Veen en Morriën, oefenden kritiek uit op de opbouw van de roman. Zij beschouwden de dood van Arne als de climax van de roman en het vervolg als overbodig. Binnen enkele jaren werd de roman algemeen als een meesterwerk beschouwd.[4] Christelijke besprekers formuleerden bezwaren tegen het pessimistische wereldbeeld dat zij in de roman ontwaarden.[82] | ||
| + | |||
| + | In 1967 verscheen de eerste aflevering van Kritisch akkoord, een jaarlijkse bloemlezing uit recensies en essays van het voorbije jaar. De redactie nam acht recensies van Nooit meer slapen op en gaf zodoende impliciet te kennen dat het om een belangwekkende roman ging.[83] | ||
| + | |||
| + | Reeds twee jaar na het verschijnen van het boek, in 1968, verscheen de eerste vertaling, in het Zweeds. De grote waardering van de roman bracht ook de bestudering snel op gang. Biograaf Otterspeer onderscheidt verschillende fasen. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar de, soms erg opzichtige, freudiaanse verwijzingen. Daarna kwam een ' | ||
| + | |||
| + | Anders dan in de literatuurbeschouwing, | ||
| + | Vijverbergprijs | ||
| + | |||
| + | In maart 1967 kende de Jan Campertstichting Hermans de Vijverbergprijs van ƒ 2500 toe voor Nooit meer slapen. Hermans reageerde per brief: | ||
| + | |||
| + | Wilt u zo goed zijn dit bedragje even over te schrijven op postgiro 100200 ten name van Eten voor India? Dit bespaart mij een hoop rompslomp en vrijwaart, mogelijkerwijs, | ||
| + | — Willem Frederik Hermans | ||
| + | |||
| + | Plaats in het oeuvre | ||
| + | |||
| + | Nooit meer slapen houdt zich aan een gangbare werkelijkheidsvoorstelling en behoort in die zin niet tot het surrealistische gedeelte van het oeuvre, daarover zijn de literatuurbeschouwers het eens. ' | ||
| + | |||
| + | De vertelwijze van eerste persoon tegenwoordige tijd kwam tot de jaren zestig niet voor in het werk van Hermans.[87] In februari 1962 verscheen het eerste proza waarin de auteur deze verteltechniek hanteert, de novelle 'Het grote medelijden' | ||
| + | Vertalingen | ||
| + | |||
| + | Van de roman zijn vertalingen verschenen in de volgende talen: | ||
| + | |||
| + | Chinees (Nan yi rushui, 2011, vertaler Guoliang Guo) | ||
| + | Duits (Nie mehr schlafen, 1982, vertaler Rosemarie Still, en 2002, vertaler Waltraud Hüsmert) | ||
| + | Engels (Beyond Sleep, 2006, vertaler Ina Rilke) | ||
| + | Estisch (Igavene uni, 2004, vertaler Kerti Tergem)[91] | ||
| + | Frans (Ne plus jamais dormir, 2009, vertaler Daniel Cunin) | ||
| + | Hebreeuws (Lo lisjon le-olam, 2011, vertaler Ran HaCohen) | ||
| + | Hongaars (Soha többé alvás, 2007, vertaler Krisztina Törő) | ||
| + | Italiaans (Alla fine del sonno, 2014, vertaler Claudia Di Palermo) | ||
| + | Noors (Aldri sove mer, 1992, vertaler Eva Paasche) | ||
| + | Sloveens (Nikoli vec spati, 2002, vertaler Mateja Seliškar) | ||
| + | Spaans (No dormir nunca más, 2010, vertaler Catalina Ginard Féron) | ||
| + | Tsjechisch (Už nikdy spánek, 2011, vertaler Magda de Bruin-Hüblová) | ||
| + | Zweeds (Aldrig mera sova, 1968, vertaler Brita Dahlman) | ||
| + | |||
| + | De Zweedse vertaling was aanleiding voor de criticus Rolf Yrlid om zich af te vragen of de Nobelprijs voor de literatuur naar Nederland zou gaan. De Duitse vertaling van 1982 werd door criticus Joseph Quack omschreven als niet alleen vol met ' | ||
| + | Verfilming | ||
| + | |||
| + | Op 27 januari 2016 ging de Engelstalige verfilming van het boek in première onder de titel Beyond Sleep, in een regie van Boudewijn Koole en met Reinout Scholten van Aschat in de hoofdrol.[93] De première op het Filmfestival van Rotterdam, waar Beyond Sleep de openingsfilm was, werd bijgewoond door koningin Máxima.[94] De andere rollen in de film worden gespeeld door Pål Sverre Hagen, Thorbjørn Harr en Anders Baasmo Christiansen.[95] NRC Handelsblad noemde de wereldpremière '[d]e aangenaamste verrassing van de avond' en typeerde de film als 'een autistische trip' en een ' | ||
| + | |||
| + | Twee weken later verschenen de dagbladrecensies. Eric le Duc sprak in De Telegraaf van een mislukking, omdat het boek nauwelijks te verfilmen zou zijn: 'waar het rijke meesterwerk van Hermans uitblinkt in trefzekere beschrijvingskunst, | ||
| + | Wetenswaardigheden | ||
| + | |||
| + | Nooit meer slapen werd in 2007 als nummer 6 opgenomen in de lijst van beste Nederlandstalige boeken aller tijden; | ||
| + | De in 2010 verschenen audio-versie van Nooit meer slapen wordt voorgelezen door Ruprecht Hermans, zoon van W.F Hermans. | ||
| + | Sinds 2014 zendt de VPRO onder de titel Nooit meer slapen op weekdagen een cultureel radioprogramma uit. | ||
| + | Tekst van de eerste 20 hoofdstukken op Google https:// | ||
| + | |||
| + | Verklarende noten | ||
| + | |||
| + | De JS-nummering verwijst naar de opgave van drukken in de bibliografie van Janssen en Van Stek. Het JS-nummer van de herdrukken volstaat als bronverwijzing voor de gegeven informatie. | ||
| + | |||
| + | Verwijzende noten | ||
| + | |||
| + | August Hans den Boef, over Nooit meer slapen van W.F. Hermans, De Arbeiderspers, | ||
| + | Otterspeer (2015), p. 372 | ||
| + | Haasse (1971), p. 162 | ||
| + | Den Boef (1984), p. 81 | ||
| + | Brems (2006), p. 338. | ||
| + | Van der Valk (2002), p. 28 | ||
| + | Otterspeer (2015), p. 264-265 | ||
| + | Van der Valk (2002), p. 29 | ||
| + | Otterspeer (2015), p. 265 | ||
| + | Baartse (1995), p. 55. | ||
| + | Fjellang geciteerd bij Baartse en Polak (1994), p. 10. | ||
| + | Skålvoll geciteerd bij Baartse (1995), p. 55. | ||
| + | Baartse (1995), p. 56. | ||
| + | Baartse en Polak (1994), p. 10-11. | ||
| + | Baartse en Polak (1994), p. 11. | ||
| + | Van der Valk (2002), p. 36-37. | ||
| + | Skålvoll geciteerd bij Baartse (1995), p. 56. | ||
| + | Den Boef (1984), p. 67. | ||
| + | Van der Valk (2002), p. 45-46 en p. 207, n. 64 en n. 68 | ||
| + | Fontijn (1973), p. 167 | ||
| + | Raat (1989), p. 204 | ||
| + | Fontijn (1973), p. 170-171 | ||
| + | Den Boef (1984), p. 61-62. | ||
| + | De Wispelaere (1966), p. 167 | ||
| + | Fontijn (1970), p. 479. | ||
| + | Raat (1989), p. 211. | ||
| + | Raat (1989), p. 213. | ||
| + | Raat 1989, p. 221. | ||
| + | Raat 1989, p. 221-222. | ||
| + | De Wispelaere geciteerd bij Raat (1989), p. 214; ook aangehaald bij Fontijn (1970), p. 475. | ||
| + | Fontijn (1970), p. 476. | ||
| + | Fontijn (1973), p. 171. | ||
| + | Den Boef (1984), p. 59. | ||
| + | Haasse (2000), p. 164. | ||
| + | Fontijn (1973), p. 170. | ||
| + | Raat (1989), p. 216. | ||
| + | Fontijn (1973), p. 173. | ||
| + | Raat (1989), p. 221. | ||
| + | Den Boef (1984), p. 60. | ||
| + | Den Boef (1984), p. 45. | ||
| + | An., ' | ||
| + | Den Boef (1984), p. 46-47. | ||
| + | An., 'Nooit meer slapen - van dag tot dag', (1994), p. 7-8. | ||
| + | Den Boef 1984, p. 44-45. | ||
| + | Haasse (2010), p. 166. | ||
| + | Haasse (2010), p. 167-168. | ||
| + | Haasse (2010), p. 165-166. | ||
| + | Den Boef (1984), p. 28-29. | ||
| + | Raat (1989), p. 218. | ||
| + | Haasse 2000, p. 162. | ||
| + | Geciteerd bij Fens (1966) | ||
| + | Fens (1966) | ||
| + | Anbeek (1999), p. 227 | ||
| + | Brems (2006), p. 339 | ||
| + | Geciteerd bij Den Boef 1984, p. 37. | ||
| + | G.F.H. Raat (1989). ' | ||
| + | Den Boef (1984), p. 52. | ||
| + | Den Boef 1984, p. 31-52. | ||
| + | Hospes (1990), 30-31 | ||
| + | Hospes (1990), 32-36 | ||
| + | Berghuis (1966) | ||
| + | Den Boef (1990), p. 7 | ||
| + | Geciteerd bij Otterspeer (2015), p. 32. Datering op p. 989 noot 41 | ||
| + | Geciteerd bij Otterspeer (2015), p. 33 | ||
| + | Geciteerd bij Huygens Instituut (2010), p. 757 | ||
| + | Geciteerd bij Huygens Instituut (2010), p. 759. Briefdatum op p. 803 noot 203 | ||
| + | Geciteerd bij Huygens Instituut (2010), p. 759, briefdatum op p. 803 noot 204 | ||
| + | Geciteerd bij Huygens Instituut (2010a), p. 759 | ||
| + | Brief afgebeeld in De Vree (2002), p. 209 | ||
| + | Geciteerd in Huygens Instituut (2010a), p. 759 | ||
| + | Huygens Instituut (2010a), p. 760 | ||
| + | Briefdatering Huygens Instituut (2010a), p. 803 noot 211 | ||
| + | Geciteerd bij Huygens Instituut (2010a), p. 760 | ||
| + | Geciteerd bij Huygens Instituut (2010a), p. 760. Briefdatering op p. 804 noot 212 | ||
| + | Den Boef (1984), p. 12 | ||
| + | Den Boef (1984), p. 14 | ||
| + | Den Boef (1984), p. 13 | ||
| + | Huygens ING (2010b). Geraadpleegd op 1 december 2015. | ||
| + | Otterspeer (2015), p. 381 | ||
| + | Morriën (1966) | ||
| + | Geciteerd bij Otterspeer (2015), 381 | ||
| + | Den Boef (1984), p. 82 | ||
| + | Brems (2006), p. 337 | ||
| + | Otterspeer (2015), p. 382-383 | ||
| + | Anbeek (1999), p. 220 | ||
| + | An., ' | ||
| + | Raat (1989), 209 | ||
| + | Raat (1989), p. 210 | ||
| + | Raat (1989), p. 208 | ||
| + | Raat (1989), p. 209 | ||
| + | Janssen en Van Stek (2005), online. Geraadpleegd op 12 april 2015. | ||
| + | Geciteerd bij Den Boef 1984, 81. | ||
| + | Jeroen Wielaert, Filmfestival Rotterdam opent met verfilming Nooit Meer Slapen. NOS, 27 januari 2016. Geraadpleegd op 28 januari 2016. | ||
| + | NOS, Koningin Máxima opent Filmfestival Rotterdam. 27 januari 2016. Geraadpleegd op 28 januari 2016. | ||
| + | Wielaert (2016), gegevens op ingebedde filmtrailer. Geraadpleegd op 28 januari 2016. | ||
| + | Raymond van den Boogaard, 'IFFR opent met sterke film Beyond Sleep. Met verrassend goede Hermans-verfilming, | ||
| + | Nico van den Berg, 'The Revenant is briljante cinema, en Beyond Sleep de beste IFFR-openingsfilm in jaren.' | ||
| + | Wendy Ide, ' | ||
| + | Eric le Duc, ' | ||
| + | |||
| + | Berend Jan Bockting, ' | ||
| + | |||
| + | Bronnen | ||
| + | |||
| + | An. (1994). ' | ||
| + | An. (1994). 'Nooit meer slapen - van dag tot dag.' Hermans-magazine, | ||
| + | Anbeek, Ton (1999). Geschiedenis van de literatuur in Nederland 1885-1985 Vijfde, herziende druk. Amsterdam en Antwerpen: De Arbeiderspers | ||
| + | Baartse, Dirk en Bob Polak (1994). ' | ||
| + | Baartse, Dirk (1995). ' | ||
| + | Berghuis, Hans (1966). 'Nooit meer slapen: Nieuwe roman van Willem Frederik Hermans' | ||
| + | Boef, August Hans den (1984). Over Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Synthese-reeks. Amsterdam: De Arbeiderspers. ISBN 9029519231 | ||
| + | ---- (1990). ' | ||
| + | Brems, Hugo (2006). Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005. Reeks: A.J. Gelderblom en A.M. Musschoot (hoofdredactie), | ||
| + | Fens, Kees (1966). ' | ||
| + | Fontijn, J (1970). 'Nooit meer slapen of naar het middelpunt der aarde.' | ||
| + | ---- (1973). ' | ||
| + | Haasse, Hella S. (1971). ' | ||
| + | Hospes, Cor (1990). 'De komedie van Hermans' | ||
| + | Huygens Instituut der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (2010a). 'De ontstaans-en publicatiegeschiedenis van Nooit meer slapen (1966).' | ||
| + | ---- (2010b). Tekstgeschiedenis en tekstbezorging Nooit meer slapen (1966) | ||
| + | Janssen, Frans A. en Sonja van Stek (2005). ' | ||
| + | Morriën, Adriaan (1966). ' | ||
| + | Otterspeer, Willem (2015). De zanger van de wrok. Willem Frederik Hermans. Biografie, deel II (1953-1995). Amsterdam en Antwerpen: De Bezige Bij. ISBN 9789023486480 | ||
| + | Raat, G.F.H. (1989). ' | ||
| + | Valk, Arno van der (2002). Hermans: Het grootste gelijk buiten Nederland, Soesterberg: | ||
| + | Vree, freddy de (2002). Willem Frederik Hermans: De aardigste man ter wereld. Amsterdam: De Bezige Bij ISBN 9023400380 | ||
| + | Wispelaere, Paul de (1966). 'De nieuwe roman van W.F. Hermans' | ||
| ---- struct data ---- | ---- struct data ---- | ||
| + | boek.ISBN 13 : | ||
| + | boek.ISBN 10 : | ||
| boek.item_type | boek.item_type | ||
| boek.title | boek.title | ||
| Regel 14: | Regel 418: | ||
| boek.version | boek.version | ||
| boek.Year | boek.Year | ||
| - | boek.Month | + | boek.Month |
| - | boek.Day | + | boek.Day |
| - | boek.ISBN 13 : | + | |
| - | boek.ISBN 10 : | + | |
| boek.Pages | boek.Pages | ||
| - | boek.Cover Image : | + | boek.Cover Image : |
| - | boek.prijs : | + | boek.waarde |
| - | boek.bronprijs | + | boek.bronwaarde |
| boek.group | boek.group | ||
| boek.tags | boek.tags | ||
| + | boek.status | ||
| + | boek.uitgeleend aan : | ||
| + | boek.plaatsing | ||
| ---- | ---- | ||
/var/www/dokuwiki/data/attic/sasteren/boeken/w.f._hermans/nooit_meer_slapen.1691557547.txt.gz · Laatst gewijzigd: door admin_sasteren
