Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


beheer:archimil:qms:werkinstructies:uitvoering_bodemonderzoek

Werkinstructie Bodemonderzoek

Bodemonderzoek wordt uitgevoerd volgens SIKB2001 door of onder leiding van een gekwalificeerd monsternemer (zie lijst ALG-L-06).

Voor aanvang van de bemonstering worden de gegevens uit het projectplan (veelal kopie offerte) gecontroleerd. Het te onderzoeken terreindeel wordt zonodig in het veld uitgezet. Hierbij wordt het locatieformulier (B&B-F-04).

De werkzaamheden ten behoeve van de boorwerkzaamheden worden vastgelegd in het boorstaatformulier (B&B-F-03) of de veldwerkcomputer, Na uitvoering worden de gebruikte formulieren door de veldwerker geparafeerd.

Boorsel wordt op folie of in goten uitgelegd, ten aller tijde dient de ondergrond vrij te zijn van contaminatie. Dit geldt ook voor het boormateriaal en alle andere materialen waar het monstermateriaal mee in aanraking kan komen. Zintuiglijk verdacht bodemmonsters worden gescheiden van de zintuiglijk schone bodem op folie uitgelegd. Gebruikte materialen worden gereinigd met een borstel of, indien dit niet afdoende blijkt te zijn, met schoon (kraan-)water.

Monstercoderingen worden in principe uitgevoerd conform werkinstructie B&B-W-01. Wanneer om bepaalde redenen in overleg met of op aangeven van de projectleider een andere nummering wordt gebruikt dat dient deze eenduidig te worden vastgelegd op het monsternameformulier.

Genomen grondmonsters worden zo spoedig mogelijk na monstername gekoeld opgeslagen en zo spoedig mogelijk aan het laboratorium aangeleverd.

Per project wordt de moederkaart (B&B-F-11) bijgehouden.

/var/www/dokuwiki/data/pages/beheer/archimil/qms/werkinstructies/uitvoering_bodemonderzoek.txt · Laatst gewijzigd: door admin_sasteren

Donate Powered by PHP Valid HTML5 Valid CSS Driven by DokuWiki