Bijlage VII Begrippenlijst
Aannemer
Zie: Grondroerder.
Achtergrondwaarde
Bij regeling vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
Zie ook: Regeling bodemkwaliteit.
Actiewaarde
Waarde waarbij de werkgever actie moet ondernemen (overschrijding van bepaalde concentraties aan gevaarlijke stoffen), maar waarbij men in principe kan blijven doorwerken.
Actief koolfilter
Filter voorzien van speciaal behandelde koolstof die specifieke stoffen aan zich bindt.
Toelichting: Actieve kool is een sterk adsorptiemiddel en heeft na het openen van de verpakking een bepaalde ‘houdbaarheid’ door de blootstelling aan lucht.
Activiteitenbesluit
Benaming voor het Besluit algemene regels voor inrichtingen.
Toelichting: Dit besluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer, die sinds 1 januari 2008 van kracht is. Het besluit stelt algemene regels voor bedrijven die onder de Wet milieubeheer vallen en voorheen een milieuvergunning nodig hadden.
Ademlucht
Samengeperste zuivere lucht geschikt voor in een ademluchttoestel.
Toelichting: Bij onafhankelijke adembescherming maakt men gebruik van ademlucht (voorheen perslucht genoemd) of van leeflucht. Bij ademlucht is het masker aangesloten op een luchtcilinder en een ademautomaat.
Adviseur BRL 12000
In het kwaliteitsmanagementsysteem geregistreerde adviseur bemalingsadvies, met kennis van risicocheck, bandbreedtebepaling en het opstellen van een bemalingsadvies.
Aerosolen
Zeer fijne stofdeeltjes (in bijvoorbeeld rook) of druppeltjes (in bijvoorbeeld wolken, mist of nevel) in de lucht, die schadelijke stoffen bevatten welke zich niet eenvoudig laten scheiden van de vaste stof of vloeistof.
Toelichting: Aerosolen ontstaan onder meer door mechanische processen, condensatie en opwerveling.
Afscherming
Afscheiding tussen werkgebied en omgeving.
Afzetting
Effectieve afscherming, waarbij de te gebruiken middelen zijn afgestemd op de werkzaamheden en de omgeving.
Arbeidshygiënische strategie
Hiërarchisch stelsel van maatregelen ter beheersing van risico’s, met als doel het beschermen van de veiligheid en gezondheid van werknemers.
Arbeidshygiënist
Specialist op het gebied van arbeidsomstandigheden en de gezondheidseffecten die daardoor kunnen ontstaan.
Asbest
Verzamelnaam voor een groep vezelvormige silicaten behorend tot de mineralogische groep van de serpentijn- en amfiboolmineralen, die zijn uitgekristalliseerd in de zogenoemde asbestiforme vorm en gemakkelijk splijtbaar zijn tot lange, dunne, flexibele, sterke vezels wanneer ze worden vermalen of verwerkt.
Asbestkansenkaart
Kaart met plaatsen waar zich mogelijk asbest in de bodem bevindt.
Toelichting: De kaart is het resultaat van historisch onderzoek naar asbestgebruik en geeft aan waar asbest in de bodem wordt vermoed of daadwerkelijk is aangetroffen. De kaart kan dienen om een eerste inschatting verdacht/onverdacht te bepalen.
Asbestverdachte locatie
Locatie waarvoor op grond van het vooronderzoek concrete aanwijzingen bestaan dat de kwaliteit van de bodem of opgeslagen bodem is beïnvloed door asbesthoudend of asbestverdacht materiaal.
Baggerspecie
Materiaal dat uit de bodem is vrijgekomen via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 mm.
Basishygiëne
Set standaardhygiënische regels die bij elk werk van toepassing zijn.
Toelichting: Voorbeelden van deze regels zijn handen wassen, niet met vuile kleding in voertuigen, niet eten en drinken binnen het werkgebied en gebruikmaken van standaard persoonlijke beschermingsmiddelen zoals veiligheidsschoeisel.
Bbk
Zie: Besluit bodemkwaliteit.
Beheerder
Degene die het uitgevoerde project onderhoudt.
Bemalen
Kunstmatig verlagen van de grondwaterstand.
Toelichting: Andere benamingen zijn bronneren en bronbemaling.
Beschikking
Door een bevoegd gezag afgegeven document dat dient als besluit over een door derden voorgenomen actie.
Toelichting: In het kader van de Wet bodembescherming wordt bijvoorbeeld een beschikking gegeven op een door de initiatiefnemer ingediend saneringsplan.
Besloten ruimte
Ruimte met een beperkte verversingsgraad van de omgevingslucht.
Toelichting: Voorbeelden van een besloten ruimte zijn een diepe, nauwe sleuf of een bouwkuip bij windstil weer.
Besluit bodemkwaliteit (Bbk)
Wettelijk besluit waarin de doelstellingen van het bodembeleid ten aanzien van bouwstoffen, bodem en baggerspecie alsmede de kwaliteitsborging binnen het bodembeheer (kwalibo) zijn vastgelegd in een samenhangend beleidskader.
Besluit Uniforme Saneringen (BUS)
Landelijk besluit (algemene regels met meldingsprocedure) voor eenvoudige, gelijksoortige saneringen en daaronder vallende grondroerende activiteiten, die in korte tijd kunnen worden afgerond.
Bestek
Beschrijving van een werk, de daarbij behorende tekeningen, documenten en de voor het werk gestelde voorwaarden.
Bevoegd gezag
Overheidsorganisatie tot wiens bevoegdheid de uitvoering, vergunningverlening, toezicht en handhaving van een wet, besluit of regeling behoren.
BIDON
Afkorting van BodemInformatie Delen tussen Overheid en Netbeheerders.
Toelichting: BIDON is een initiatief van overheden en netbeheerders dat zich richt op een betere informatie-uitwisseling over de milieuhygiënische bodemkwaliteit tussen marktpartijen en overheden.
BIS
Zie: Bodeminformatiesysteem.
Bkk
Zie: Bodemkwaliteitskaart.
Blootstellingsroutes
Wijzen waarop verontreinigingen (gevaarlijke stoffen) in het lichaam kunnen worden opgenomen.
Toelichting: Voorbeelden van blootstellingsroutes zijn inademen, inslikken en absorptie via de huid.
Bodem
Vaste deel van de Aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen, inclusief bodemvreemde materialen tot 50% (gewicht).
Bodeminformatiesysteem (BIS)
Systeem dat wordt gebruikt om gegevens over bodemverontreiniging administratief en geografisch bij te houden.
Toelichting: In deze richtlijn wordt uitgegaan van bodeminformatiesystemen die door gemeenten en provincies worden bijgehouden. Er zijn echter ook commerciële en zelf ontwikkelde varianten van bodeminformatiesystemen.
Bodemkwaliteitskaart (Bkk)
Door de gemeente vastgestelde kaart die inzicht biedt in de milieuhygiënische kwaliteit van een bepaald gebied.
Toelichting: De vastgestelde kwaliteit is gebaseerd op resultaten van bodemonderzoek van onverdachte locaties uit dat gebied.
Bodemkwaliteitsklasse
In het Besluit bodemkwaliteit gehanteerde maat voor de kwaliteit van de ontvangende bodem en voor de kwaliteit van een toe te passen partij bodem.
Toelichting: Voor zowel landbodem als waterbodem worden drie kwaliteitsklassen onderscheiden. Dit zijn in beide gevallen AW 2000 en daarnaast voor landbodem de kwaliteitsklassen wonen en industrie en voor waterbodem de kwaliteitsklassen A en B.
Bodemloket
Webportaal dat bij de overheid bekende gegevens over de (milieuhygiënische) bodemkwaliteit inzichtelijk maakt.
Bodemsanering
Het beperken en zo veel mogelijk ongedaan maken van verontreiniging en de directe gevolgen daarvan of van dreigende verontreiniging van de bodem.
Toelichting: Maatregelen om de verontreiniging weg te nemen en de verspreiding te voorkomen (afdekken, isoleren) behoren tot de sanering. Ook voor graafwerkzaamheden, waaronder ingeval van ernstige bodemverontreiniging ook tijdelijk uitplaatsen, geldt vanuit de Wet bodembescherming een verplichting om deze werkzaamheden te melden.
Bodemverontreiniging
Omstandigheid waarbij zich in de bodem stoffen bevinden die zich met de bodem kunnen vermengen, met de bodem kunnen reageren, zich in de bodem kunnen verspreiden en/of zich ongecontroleerd kunnen verplaatsen én een of meer van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier, verminderen of bedreigen.
BRL
Afkorting van ‘Beoordelingsrichtijn’.
BRO
Afkorting van ‘BasisRegistratie Ondergrond’.
Bronbemaling
Kunstmatig verlagen van de grondwaterstand.
Toelichting: Andere benamingen zijn bemalen en bronneren.
Bronneren
Kunstmatig verlagen van de grondwaterstand.
Toelichting: Andere benamingen zijn bemalen en bronbemaling.
BTEX
Afkorting voor de combinatie van de aromaten benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleen.
BUS
Zie: Besluit Uniforme Saneringen.
Calamiteit
Plotseling en onverwacht optredende, ongewenste en ingrijpende gebeurtenis met mogelijk ingrijpende maatschappelijke, milieuhygiënische en/of veiligheidtechnische, dan wel arbeidshygiënische gevolgen.
Toelichting: Voorbeelden van een calamiteit zijn een ontploffing, een ernstige lekkage van een transportleiding of het kantelen van een procesvat of transportmiddel.
Carcinogeen
Kankerverwekkend.
Cg
Dampconcentratie in de lucht, gemeten in ppm of%vol.
Dampspanning (dampdruk)
Druk die de damp van een stof uitoefent op de wanden van een gesloten ruimte.
Toelichting: De hoogte van de dampspanning bepaalt in welke mate een stof als vluchtig mag worden gezien. In de praktijk wordt voornamelijk de maximale dampspanning Pd(max) gehanteerd.
Zie ook: Maximale dampspanning.
Diffuse bodembelasting
In relatie tot de onderzoeksschaal gelijkmatige belasting van de bodem over een groter gebied.
Toelichting: Bij diffuse bodembelasting is over het algemeen geen duidelijke verontreinigingskern aanwezig. Voorbeelden zijn de depositie van stoffen uit de atmosfeer en terreinophogingen.
Directievoerder
Degene die namens de opdrachtgever toezicht uitoefent op de naleving van het contract met de aannemer.
Drijflaag
Laag bestaande uit een of meer slecht oplosbare verontreinigende stof(fen) puur product met een soortelijke massa die lager is dan die van water, waardoor de laag blijft drijven op het grondwater.
Effluent
Uitstromend water (van een waterzuivering).
Erkende kwaliteitsverklaring
Schriftelijke verklaring die is afgegeven door een instelling die daartoe beschikt over een erkenning, waarin wordt verklaard dat de bijbehorende partij bouwstoffen, bodem of bagger die afkomstig is van een persoon of instelling die is erkend voor het produceren op basis van een nationale beoordelingsrichtlijn, voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit gestelde eisen met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit, mits toegepast op de in de verklaring aangegeven wijze.
Filteroverdruksysteem
Systeem conform NEN 4444 voorzien van specifieke filters, meestal op materieel geplaatst waarbij overdruk wordt gecreëerd in de cabine van de machinist of in verblijven.
Gebiedsinformatie
Geheel van informatie over een bepaalde gebiedseenheid, ontvangen op basis van een oriëntatieverzoek, graaf- of calamiteitenmelding via het Kadaster.
Gebiedsspecifiek beleid
Mogelijkheid voor gemeente of waterkwaliteitsbeheerder om vanuit het Besluit bodemkwaliteit lokale normen vast te stellen die optimaal aansluiten bij de kwaliteit, functies en ontwikkelingen in een gebied.
Toelichting: De lokale maximale waarden kunnen afwijken van de generiek geldende maximale waarden; zie ook de handreiking Besluit bodemkwaliteit.
Geschiktheidsverklaring
Verklaring, afgegeven door een arts, dat een persoon in staat is om de fysieke werkzaamheden te kunnen verrichten, eventueel met inachtneming van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Gestandgehalte
Concentratie aan verontreinigende stoffen in analyses, teruggerekend naar de standaardbodem bestaande uit 25% lutum en 10% humus.
Geval van ernstige bodemverontreiniging
Sterk verontreinigde grond met een bodemvolume van meer dan 25 m3 of sterk verontreinigd grondwater met een bodemvolume van meer dan 100 m3 die (grotendeels) ontstaan is voor 1 januari 1987. Voor asbest geldt het volumecriterium niet: als er een gewogen asbestgehalte boven de Interventiewaarde wordt aangetroffen, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor asbest geldt het ontstaan van de verontreiniging voor (1 juli) 1993 als criterium voor historisch of nieuw geval.
GHS
Afkorting van ‘Globally Harmonised System’.
Graafmelding
Melding van het voornemen tot het verrichten van graafwerkzaamheden door grondroerder bij Kadaster voor het verkrijgen van gebiedsinformatie.
Graafschade
Schade aan kabels en leidingen die een rechtstreeks gevolg is van werkzaamheden in de ondergrond.
Graafwerkzaamheden
Zie: Grondroeren.
Grond
Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 mm, niet zijnde baggerspecie.
Grondroerder
Degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding het grondroeren wordt verricht.
Grondroeren
Het mechanisch verrichten van werkzaamheden in de ondergrond.
Toelichting: Onder grondroeren valt een breed scala aan werkzaamheden. Voorbeelden zijn: aanleg, verplaatsing en verwijdering van kabels en leidingen; het heien van palen; het slaan van damwanden; gestuurd boren en raketboren; het graven met een graafmachine; ploegen; baggeren; het machinaal indrijven van verankeringen.
Werkzaamheden in constructies gelegen op de ondergrond waarbij deze ondergrond niet wordt ‘geroerd’ en handmatig bodemonderzoek vallen niet onder grondroeren.
Grondverzet
Activiteiten die verband houden met het verplaatsen van bodem door ontgraven, zuigen en/of transporteren.
Grondwater
Water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of ondergrond staat.
GWW
Afkorting van ‘Grond-, Weg- en Waterbouw’.
Handhaver
Persoon of instantie die toezicht houdt op de naleving van voorschriften en/of bepalingen en/of voorwaarden en deze waar nodig handhaaft, door controle en het toepassen van bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke (machts)middelen.
Ook: Toezichthouder.
Hecht gebonden asbest
Zodanig in een product opgenomen asbest dat de asbestvezels volledig zijn opgenomen in de matrix.
Humane ernstig risicowaarde (SRC-Humaan)
Concentratie van een (niet-vluchtige) stof, die aangeeft dat bij overschrijding sprake is van ernstige risico’s voor de veiligheid en gezondheid van volwassen personen.
Toelichting: Er gelden verschillende humane ernstig risicowaarden voor verontreinigende stoffen in achtereenvolgens bodem, grondwater en waterbodem. Bij het vaststellen van de van toepassing zijnde referentiewaarde moet hiermee rekening worden gehouden.
Immobiele verontreiniging
Situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich niet (significant) hebben verspreid naar het (freatisch) grondwater.
Infiltreren
Het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater.
Initiatiefnemer
Degene die verantwoordelijk is voor het budget voor het totale project waarbinnen grondroerende activiteiten kunnen plaatsvinden.
Influent
Instromend water (van een waterzuivering).
In-situ-systemen
Bodemsaneringstechnieken die verontreinigingen uit de bodem verwijderen zonder dat grondverzet noodzakelijk is.
Toelichting: Het gebruik van in-situ-systemen is met name geschikt voor locaties waar sanering via afgraven problemen met zich mee kan brengen, bijvoorbeeld door aanwezigheid van infrastructuur of bebouwing. Doordat in-si-tu-technieken met een beperkte verstoring van de bodem kunnen worden ingezet, blijven de bodemopbouw en structuur behouden. In-situ-technieken kunnen worden onderscheiden naar behandelingsprincipes waarbij verontreinigende stoffen worden verwijderd via het grondwater, via de bodemlucht of door biologische of chemische omzetting.
Interventiewaarde
In de Circulaire bodemsanering vastgestelde generieke milieukundige waarde die aangeeft dat bij overschrijding sprake is van potentiële ernstige vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier of plant.
Toelichting: De Circulaire bodemsanering geeft zowel een interventiewaarde voor de vaste bodem als voor het grondwater.
Interventiewaarde asbest
Generieke waarde voor asbest die aangeeft dat bij overschrijding sprake is van potentieel ernstige vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. De Interventiewaarde van 100 mg/kg gewogen gemiddelde wordt bepaald door de serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie.
Kabels en leidingen
Ondergrondse verbindingen, daaronder mede begrepen lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie.
Kadaster
Dienst die ingevolge de WION is belast met het beheer van het elektronische informatiesysteem en op verzoek gebiedsinformatie verstrekt.
Kookpunt
Temperatuur waarbij een vloeistof overgaat in damp (ofwel de maximale temperatuur van een stof in vloeibare vorm).
Toelichting: Het kookpunt wordt bepaald bij een luchtdruk van 1.013 mbar (1 atmosfeer) en uitgedrukt in hele graden Celsius.
Kopgat
Aanboorgat ten behoeve van een sleuf voor kabels en leidingen.
Kwaliteitsborging in het bodembeheer (Kwalibo)
Maatregel om het bodembeheer te verbeteren, toegespitst op kwaliteitsverbetering bij de overheid, versterking van toezicht en handhaving, en een erkenningsregeling voor bodemintermediairs.
Toelichting: Kwalibo bij bodemintermediairs heeft als doel het vergroten van de betrouwbaarheid van het werk van bodemintermediairs. Kwalibo is opgenomen als hoofdstuk 2 van het Besluit bodemkwaliteit.
Kwaliteitsklasse
Bij regeling vastgestelde indeling in categorieën van de kwaliteit van de bodem of baggerspecie.
Leeflucht
Ademlucht die door een luchtcompressor via een slang en een ademautomaat aan de gebruiker wordt aangeboden.
Toelichting: De luchtcompressor moet zich bevinden buiten het gebied waar verontreinigingen in de lucht aanwezig zijn.
Leiding
Zie: Kabels en leidingen.
LEL
Zie: Lower Explosion Limit.
Licht verontreinigde bodem
Bodem waarin zich verontreinigingen bevinden die wel de milieukundige achtergrondwaarde, maar niet de (milieukundige) interventiewaarde overschrijden.
Lower Explosion Limit (LEL)
Laagste verzadiging van de lucht met betreffende stof die kan leiden tot explosie.
Toelichting: De LEL (of onderste explosiegrens) wordt gebruikt bij meting van de kans op explosiegevaar/brandgevaar. Om voldoende veiligheid in te bouwen, wordt meetapparatuur altijd afgesteld op 10% van deze limiet.
Lozen
Het brengen van stoffen in een oppervlaktelichaam of het brengen van water of stoffen op een zuiveringstechnisch werk.
Maaiveld
Oppervlak van het terrein.
Maximale dampspanning (Pd(max))
Maximale hoeveelheid vloeistof die bij 20 °C kan worden opgenomen in de lucht en daarmee maximale druk uitoefent op de wanden van een gesloten ruimte.
Toelichting: Dampspanning wordt uitgedrukt met het symbool Pd.
mg/kg d.s.
Afkorting van ‘milligram per kilogram droge stof’.
Toelichting: Bij het bepalen van de hoeveelheid verontreiniging wordt alles teruggerekend naar een basiseenheid. Deze basiseenheid is milligram per kilogram droge stof. Deze geeft aan hoeveel milligram verontreinig(en)de stof is aangetroffen in 1 kilogram gedroogd bodemmateriaal.
Bij verontreiniging door asbest wordt ook gesproken van gewogen gemiddelde (g.g.) om de diversiteit van asbestsoorten terug te brengen tot een werkbare eenheidswaarde.
mg/m3
Afkorting van ‘milligram per kubieke meter’.
Toelichting: In deze eenheid worden vluchtige stoffen gemeten. Ook grenswaarden worden over het algemeen uitgedrukt in mg/m3 .
Milieuhygiënische verklaring
Schriftelijk document waaruit blijkt dat de kwaliteit van de toe te passen bouwstof, bodem of baggerspecie voldoet aan de kwaliteitseisen uit het Besluit bodemkwaliteit.
Milieukundige verificatie
Controle en vastlegging van het eindresultaat van de sanering, met als doel het bevoegd gezag in staat te stellen te beoordelen of de saneringsdoelstelling is bereikt zoals die is vastgelegd in de beschikking op het saneringsplan (Wbb), de melding in het kader van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) of de goedkeuringsverklaring op het saneringsplan (Wm).
Mobiele verontreiniging
Situatie waarbij de in de bodem aanwezige verontreinigende stoffen zich (significant) hebben verspreid naar het (freatisch) grondwater.
MOOR
Platform voor het beheren van de kabels- en leidingenketen.
Toelichting: zie www.moorwerkt.nl.
μg/l
Microgram per liter.
Toelichting: Concentratie waarin verontreinigingen in (grond)water worden gemeten.
Mutagene stof
Chemische stof die het DNA beschadigt en hierdoor erfelijke veranderingen (mutaties) kan veroorzaken.
Niet hecht gebonden asbest
Zodanig in een product opgenomen asbest dat de asbestvezels niet of onvolledig zijn opgenomen in de matrix.
Onttrekken
Oppompen van grondwater.
Ontwerper
Degene die het initiatief voor een project uitwerkt tot een uitvoeringsontwerp.
Onverdachte locatie
Locatie waarvoor het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen heeft opgeleverd dat de locatie (of een deel daarvan) is verontreinigd met een of meer stoffen.
Onvoorziene verontreiniging
Aangetroffen verontreiniging die op basis van historisch onderzoek of bodemonderzoek niet werd verwacht.
Toelichting: Een onvoorziene verontreiniging kan ook aangetroffen worden tijdens graafwerkzaamheden waarvoor uitsluitend vooronderzoek is uitgevoerd en waarvoor geen verontreiniging werd verwacht.
Opdrachtgever
Degene die opdracht geeft tot het voorbereiden en/of uitvoeren van een werk waarbij grondroeren nodig is.
Opdrachtnemer
Degene aan wie een werk of dienst is opgedragen waarbij grondroeren nodig is.
Open vuur
Situatie waarbij een vuur of vlam aanwezig is.
OPM
Afkorting van ‘operationeel medewerker’.
Pd
Symbool waarmee de dampspanning wordt uitgedrukt.
Zie ook: Dampspanning.
P-waarde
Statistische percentielwaarde die iets zegt over de verdeling van gehalten aan verontreinigde stoffen in een bepaald gebied, zoals vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart.
Toelichting: Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden). De P-waarde zegt iets over de statistische variatie en betrouwbaarheid. Voor elke bodemkwaliteitszone worden enkele voor het uitvoeren van grondverzet relevante statistische kengetallen berekend. Deze kengetallen worden berekend op basis van de gegevens die deel uitmaken van de gegevensset met (veronderstelde) achtergrondgehalten. Uit deze gegevens worden per stof bepaald: het gemiddelde en het betrouwbaarheidinterval rondom dit gemiddelde en enkele percentielwaarden, zoals bijvoorbeeld de P80, P90 en P95. De bodemkwaliteitszone wordt gekarakteriseerd door het gemiddelde en de verschillende P-waarden.
Permeatie
Binnendringing van en/of aantasting door schadelijke stoffen in kabels en leidingen.
ppm
Afkorting van ‘parts per million’.
Toelichting: Deze eenheid drukt de hoeveelheid verontreinigde deeltjes per miljoen deeltjes uit. Luchtkwaliteitsmeters geven vaak waarden in ppm.
Project-RI&E
Risicoinventarisatie en -evaluatie die is afgestemd op een project en de daarbinnen plaatsvindende activiteiten.
RAW(-systematiek)
Systematiek die opdrachtgevers en opdrachtnemers in staat stelt duidelijke afspraken te maken over bouwcontracten en deze eenduidig vast te leggen.
Rbk
Zie: Regeling Bodemkwaliteit.
Regeling Bodemkwaliteit (Rbk)
Aanvullende regels voor de uitvoering van de kwaliteit van de bodem waarmee invulling wordt gegeven aan het Besluit bodemkwaliteit.
Regeling Uniforme Saneringen (RUS)
Ministeriële regeling waarin de uitwerking van het Besluit Uniforme Saneringen nader is beschreven.
Toelichting: In de regeling zijn randvoorwaarden en de standaardaanpak omschreven voor vier categorieën saneringen, te weten: immobiel; mobiel; tijdelijk uitplaatsen; en projectgebied De Kempen.
Zie ook: Besluit Uniforme Saneringen.
Relatieve dampdichtheid
Soortelijk gewicht van een verzadigd gas of verzadigde damp bij een bepaalde temperatuur ten opzichte van lucht, afgerond op tienden.
Toelichting: De dichtheid van lucht is 1. Indien de relatieve dampdichtheid tussen 0,90 en 1,10 ligt, vindt afronding op honderdsten plaats. Is de waarde kleiner dan 1, dan betekent dit dat het gas of de damp de neiging zal hebben om in de lucht op te stijgen. Is de relatieve dampdichtheid groter dan 1, dan zal het gas of de damp de neiging hebben zich over de bodem te verspreiden.
Respirabel asbest
Asbestvezels die gemakkelijk worden ingeademd.
Toelichting: Voor deze vezels geldt dat ze langer zijn dan 5 micrometer, dat hun diameter kleiner is dan 3 micrometer en dat de lengte/ breedteverhouding meer dan 3:1 bedraagt.
Reprotoxische stoffen
Stoffen die op enigerlei wijze een schadelijke invloed hebben op het voortplantingssysteem en de vruchtbaarheid van werknemers (m/v) en/ of op de ontwikkeling van hun nageslacht, zowel tijdens de zwangerschap als daarvoor en daarna.
RI&E
Afkorting van ‘Risicoinventarisatie en evaluatie’.
RUS
Zie: Regeling Uniforme Saneringen.
Saneren
Uitvoeren van maatregelen om (de gevolgen van) bodemverontreiniging weg te nemen en/of te beperken of de risico’s van bodemverontreiniging te beheersen.
Toelichting: Saneren is in de regel niet van toepassing op werkzaamheden met tijdelijke uitplaatsing.
Saneringsplan
Beschrijving van de bij een sanering te nemen maatregelen, de doelstelling en het gewenste eindresultaat.
Signalering
Bebording waarmee de omgeving wordt gewaarschuwd voor werkzaamheden binnen het werkgebied.
Niet-verontreinigde grond
Bodem waarin zich geen verontreinigingen bevinden die de milieukundige achtergrondwaarde overschrijden.
Schone zone
Gebied binnen het werkterrein waarvan de (water)bodem niet is verontreinigd.
(Secundaire) bouwstof
Bouwstof die is vrijgekomen uit een industrieel of bouwproces en geschikt is (gemaakt) voor hergebruik of nuttige toepassing in of op de bodem en afkomstig van in het verleden aangebrachte puinlagen of andere bodemvreemde materialen waarbij het percentage bodemvreemd materiaal > 50%.
Semibesloten ruimte
Ruimte met een beperkte verversingsgraad van de omgevingslucht.
Toelichting: Voorbeelden van semibesloten ruimtes zijn een ruim van een schip, een diepe sleuf en een kruipruimte.
SRC-arbo
Zie: Humane ernstig risicowaarde.
Toelichting: SRC is een afkorting van ‘Serious Risk Concentration’, ofwel ernstig risicowaarde.
Startwerkinstructie
Werkinstructie aan de betrokken medewerkers, die plaatsvindt voor aanvang van het grondroeren.
Sterk verontreinigde grond
Bodem waarin zich verontreinigingen bevinden die de (milieukundige) interventiewaarde overschrijden.
Stortlaag
Bodemlaag die bestaat uit meer dan 50% bodemvreemd materiaal, die in het verleden is aangebracht door (illegale) storting van afvalstoffen.
Streefwaarde
Op basis van diverse onderzoeken vastgestelde milieukundige concentratie van een bepaalde stof in het grondwater in een afgebakend gebied (zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering).
Toelichting: Het gehalte is landelijk vastgesteld en geldt binnen het gebied als referentiewaarde.
Tb
Temperatuur van de buitenlucht.
Toelichting: Deze temperatuur is onder meer van belang bij het bepalen van de kans op explosie.
Terugsaneerwaarde
Minimale kwaliteit van de bodem of het grondwater na sanering.
Toelichting: De terugsaneerwaarde is doorgaans afhankelijk van de bodemfunctieklasse en volgt uit de Regeling Uniforme Saneringen of is vastgelegd in het saneringsplan. Voor minimale kwaliteit kan ook worden gelezen maximale milieukundige concentratie.
Tijdelijk uitplaatsen (Besluit Uniforme Saneringen)
Categorie van uniforme saneringen die voldoet aan de volgende voorwaarden:
- De saneringslocatie betreft een landbodem.
- De sanering betreft een immobiele verontreinigingssituatie.
- Toegepast wordt een saneringsaanpak die bestaat uit:
|-|het na uitplaatsen zoveel mogelijk terugbrengen van de tijdelijk uitgeplaatste bodem in hetzelfde ontgravingsprofiel onder dezelfde bodemomstandigheden zonder dat de bodem een bewerking heeft ondergaan; en,|
| - | eventueel het van de locatie afvoeren van de overtollige verontreinigde bodem. |
* Het tijdelijk uitplaatsen is noodzakelijk voor de uitvoering van civieltechnische werkzaamheden (zoals de aanleg, het onderhoud of de verwijdering van ondergrondse infrastructuur waaronder kabels, leidingen, rioleringen, duikers, funderingen en vergelijkbare activiteiten) binnen een geval van verontreiniging.
- Het betreft een verontreiniging met stoffen zoals bedoeld in bijlage 6 van de Regeling Uniforme Saneringen, onder de categorie ‘Tijdelijk uitplaatsen’.
Toelichting: De regels voor tijdelijk uitplaatsen onder het Besluit Uniforme Saneringen zijn van toepassing indien werkzaamheden plaatsvinden binnen een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Tijdelijke uitname (Besluit bodemkwaliteit)
Het tijdelijk verplaatsen of uit de toepassing wegnemen van bouwstoffen, bodem of baggerspecie en deze vervolgens, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde condities opnieuw in die toepassing terugbrengen.
Toelichting: Indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, zijn veel verplichtingen uit het Besluit bodemkwaliteit, zoals melden of de verplichte kwaliteitsbepaling, niet van toepassing.
Toepassen van bodem of baggerspecie
Het onder het Besluit bodemkwaliteit aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van bodem of baggerspecie, het houden van de aangebrachte of tijdelijk opgeslagen bodem of baggerspecie in die toepassing, alsmede het laten verrichten van die toepassing.
Toezichthouder
Zie: Handhaver.
Veiligheidsinformatieblad
Gestructureerd document met informatie over onder meer de eigenschappen en risico’s van een stof (of een mengsel van stoffen) en met aanwijzingen voor een professioneel gebruik van de stof.
Toelichting: Veiligheidsinformatiebladen worden opgesteld door de producenten van de desbetreffende (mengsels van) stoffen.
Veiligheidskundige
Persoon die een in Nederland erkende opleiding tot veiligheidskundige met succes heeft afgerond.
Toelichting: In Module 5 wordt nader ingegaan op de eisen aan een veiligheidskundige.
Veiligheidsklasse
Aanduiding van de mate van verontreiniging in combinatie met de verwachting van de op het project aanwezige mate van ventilatie van vluchtige stoffen, op grond waarvan passende arbo-beheersmaatregelen dienen te worden genomen.
Verdachte locatie
Locatie waarvoor het vooronderzoek concrete aanwijzingen heeft opgeleverd dat de locatie (of een deel daarvan) is verontreinigd met een of meer stoffen.
Verhoogde concentratie
Gehalte dat hoger is dan de milieukundige achtergrondwaarde (bodem) of de milieukundige streefwaarde (grondwater).
Verkennend (bodem)onderzoek
Onderzoek zoals bedoeld in NEN 5720 en 5740.
Verontreinigde bodem
Zie: Bodemverontreiniging.
V&G-plan
Document waarin de coördinatie- en samenwerkingsafspraken voor een grote of risicovolle bouwplaats worden vastgelegd.
Vlampunt
Laagste temperatuur waarbij een vloeistof zo veel brandbare damp afgeeft dat deze damp, intensief met lucht gemengd, een brandbaar mengsel vormt.
Toelichting: Het vlampunt wordt bepaald bij een luchtdruk van 1.013 mbar (1 atmosfeer) en uitgedrukt in hele graden Celsius.
Vluchtige stof
Stof die bij een temperatuur van 20 °C bij blootstelling aan de lucht verdampt en een kookpunt heeft lager dan 350 °C.
Toelichting: Uitgaande van empirisch onderzoek zijn het die stoffen waarbij sprake is van een opgave van dampspanning. Indien er geen opgave is van de dampspanning, mag een stof als niet vluchtig worden beschouwd.
Vooronderzoek
Onderzoek waarbij de relevante aspecten uit NEN 5717 en NEN 5725 geraadpleegd worden op basis van de onderzoeksaanleiding.
Waterbodem
Bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam zoals bedoeld in de Waterwet.
Toelichting: Tot waterbodems behoren ook zogenaamde droge oevergebieden die op een kaart in de Waterregeling zijn vastgelegd.
Waterbodemsanering
Het wegnemen van onaanvaardbare risico’s via verwijdering van de verontreiniging dan wel het (natuurlijk) afdekken van de verontreiniging, al dan niet in combinatie met gedeeltelijke verwijdering van de verontreiniging in de waterbodem, of een andere methode, tot een vooraf vastgestelde saneringsdoelstelling of tot een vooraf vastgesteld niveau (diepte of hoeveelheid).
Werk
Bouwwerk, weg- of waterbouwkundig werk of anderszins functionele toepassing van een bouwstof onder het Besluit bodemkwaliteit, uitgezonderd het verondiepen of het dempen van een oppervlaktewaterlichaam en het ophogen van de bodem ten behoeve van woonwijken en industrieterreinen.
Werkgebied
Door de uitvoerende partij afgezet of gedefinieerd gebied waarbinnen werkzaamheden plaatsvinden.
Wet bodembescherming (Wbb)
Wet die dient tot het voorkomen, beperken of ongedaan maken van veranderingen van hoedanigheden van de bodem die een vermindering of bedreiging betekenen van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier.
Wijziging ten opzichte van plan of beschikking/melding
Door partijen vastgestelde en gemelde wijziging van eerder ingediend plan, beschikking of melding.
Toelichting: Wijzigingen ten opzichte van plan of beschikking/melding kunnen betrekking hebben op de volgende situaties:
- De aard of omvang van de verontreiniging wijkt af van hetgeen genoemd is in saneringsplan, projectplan, locatieplan of de voornoemde BUS-melding en deze afwijking is van invloed op de aanpak en/of het resultaat van de (water)bodemsanering of de ingreep in de waterbodem;
- De (water)bodemsanering of ingreep in de waterbodem duurt significant langer of korter dan is aangegeven in het plan of de melding.
- De uitvoeringswijze is anders dan omschreven.
- Het eindresultaat wijkt af van de saneringsdoelstelling waarvoor het plan of de melding is geschreven.
Zelfontbrandingstemperatuur
Laagste temperatuur waarbij een stof spontaan ontbrandt aan de lucht en waarbij de verbranding doorgaat zonder dat een ontstekingsbron aanwezig is.
Toelichting: De zelfontbrandingstemperatuur wordt uitgedrukt in hele graden Celsius.
