Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


beheer:crow400:crow400-module-8

8 Voorlichting en instructie

Werkgevers zijn verplicht hun werknemers voor te lichten en te instrueren over de risico’s die voortvloeien uit het werk. Dit moet gebeuren voordat de werknemers de desbetreffende werkzaamheden gaan verrichten. Dus bijvoorbeeld bij indiensttreding, bij aanvang van een nieuw werk, bij wijziging van functie en/of taken, of bij invoering of wijziging van procedures. Daarnaast moeten de voorlichting en de instructies regelmatig worden herhaald zolang de werknemers de desbetreffende werkzaamheden blijven verrichten. De informatie moet op het werk beschikbaar zijn en door alle bij het werk betrokkenen op elk gewenst tijdstip kunnen worden geraadpleegd. De startwerkinstructie mag beschouwd worden als een verkorte uitleg van het V&G-plan of werkplan en moet alle relevante aspecten bevatten die van toepassing zijn voor de betreffende medewerker.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Algemeen
Voorafgaande aan werkzaamheden in niet-verontreinigde bodem of baggerspecie (geen veiligheidsklasse van toepassing) dient een instructie plaats te vinden door de uitvoerder of leidinggevende. In deze startwerkinstructie moet worden besproken welke risico’s de werkzaamheden met zich meebrengen en welke beheersmaatregelen zijn vastgesteld. Verder dient er een basisinstructie gegeven te worden over hoe te handelen indien onvoorziene situaties worden waargenomen, bijvoorbeeld bij het ruiken van vreemde stoffen of het zien van onverwachte (bodemvreemde) materialen of verkleuringen. De informatie moet dusdanig zijn dat de organisatie effectieve maatregelen kan nemen indien onverwachte verontreinigingen worden aangetroffen. Een eenvoudig voorbeeld hiervan is het staken van de werkzaamheden en veiligheidskundige ondersteuning inschakelen.

Iedereen die werkzaamheden gaat verrichten in verontreinigde bodem of baggerspecie (vanaf veiligheidsklasse ‘Oranje’) of in de directe omgeving daarvan moet voor aanvang van de werkzaamheden actuele voorlichting en instructie krijgen over de maatregelen en de onderbouwingen die door de veiligheidskundige zijn opgesteld. Deze voorlichting en instructie worden bij de start van het werk gegeven door of onder verantwoordelijkheid van de betrokken veiligheidskundige en vervolgens, bij vervolginstructies op het betreffende project, door de DLP. De startwerkinstructie kan, indien de veiligheidskundige dit nodig acht, ook in een eerder stadium plaatsvinden; dit uiteraard op voorwaarde dat alle betrokken medewerkers hierbij aanwezig zijn.

In de startwerkinstructie komen minimaal de volgende onderwerpen aan bod:

  • benoeming van de veiligheidsklasse;
  • aangetroffen toxische stoffen die bij blootstelling een risico vormen;
  • arbeidshygiënische risico’s van de toxische stoffen;
  • uitleg over de zonering en de te treffen veiligheidsvoorzieningen en maatregelen;
  • juist gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (wie, welke, waar, wanneer en hoe?);
  • uitleg over meetapparatuur die wordt ingezet;
  • te ondernemen acties bij alarm/calamiteiten.

Ook iedere bezoeker die vanuit zijn of haar functie werkzaamheden binnen het werkgebied dient te verrichten, moet een startwerkinstructie ontvangen. Zonder deze instructie mag het werkgebied niet worden betreden. Voor bezoekers die onder begeleiding het terrein betreden en geen werkzaamheden vanuit een functie vervullen, kan worden volstaan met een verkorte voorlichting.

Als de situatie zich wijzigt, moet de voorlichting hierop worden aangepast. Alle werknemers moeten over de wijzigingen geïnformeerd worden. Bij werkzaamheden moeten alle betrokken werknemers (ook machinisten en chauffeurs) worden geïnformeerd over gemeten waarden en genomen maatregelen. Er moet gelegenheid worden geboden tot het stellen van vragen en er moet eventueel aanvullende informatie worden verstrekt.

De werknemers tekenen voor de ontvangst van alle ontvangen projectgerelateerde instructies. De desbetreffende instructies zijn steeds ter inzage op het project aanwezig. Alle projectgerelateerde instructies moeten aantoonbaar worden geregistreerd.

Adembescherming en filteroverdrukinstallaties
Personeel dat werkzaamheden verricht met adembescherming moet een extra instructie ontvangen over het gebruik van deze adembescherming. Deze instructie behandelt de volgende onderwerpen:

  • het toe te passen type adembescherming, het juiste gebruik, het schoonmaken en onderhoud ervan;
  • de vastgestelde maximale werktijden en rusttijden;
  • de toe te passen filters en de vervangingstijd (standtijd) van de filters;
  • wat er met gebruikte filters moet gebeuren.

Personeel dat werkzaamheden verricht met filteroverdrukinstallaties moet een instructie ontvangen over het gebruik van het filteroverdruksysteem. Deze instructie behandelt de volgende onderwerpen:

  • het toe te passen type filter, het juiste gebruik, het onderhoud en het vervangen ervan;
  • de vastgestelde maximale werktijden en rusttijden;
  • de toe te passen filters en de vervangingstijd (standtijd) van de filters;
  • wat er met gebruikte filters moet gebeuren.

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

/var/www/dokuwiki/data/pages/beheer/crow400/crow400-module-8.txt · Laatst gewijzigd: door admin_sasteren

Donate Powered by PHP Valid HTML5 Valid CSS Driven by DokuWiki